Cactusfestival 2025 :: Het gemak van elastieken beentjes

,

Never in a million fucking years dat wij Cactusfestival missen als die een goeie affiche hebben. Here we are dus, klaar om geëntertaind te worden, ready voor een tweedaagse rock, funk, spoken word en alles daartussen? Oh, u wil Nederlands? Welaan, dan:

Zaterdag 12 juli :: Een slim, platvloers bommetje testosteron

Zaterdag is Cactusdag, dat zongen ze in de jaren negentig al in Aarschot – of hadden we dat verkeerd begrepen? Wat we in elk geval doorhebben: vandaag staat zo tjokvol grote namen dat het vechten wordt wie nu eigenlijk écht headliner is. 

“Het mag dan heet zijn, mij lijkt dit de beste temperatuur voor een dansje!” Drummer Callum Moloney wil uw excuus niet horen, en eist beweging. Toch lijkt ook Big Special wel wat last te hebben van de warmte. Frontman Joe Hicklin zweet zich een eind door de set, maar dat is geen reden om op te geven. “We zijn dan ook professionals,” grijnst Moloney voor het gelijknamige nummer, en hij hamert alweer een ander op gang.

Het is die typisch Britse combinatie van platvloersheid en slimmigheid in de teksten die dit duo zo’n sensatie maakt. Hicklin mag er dan wel uitzien als een bommetje testosteron, zijn observaties over het uitzichtloze working classleven zijn steevast knap en raak. Terwijl Moloney “Hug A Bastard” rechtdoorzee mept over de backing track raast hij “I’m what they pretend to be: two cats, two kids / The vision is slippery / But for now, kiss me I’m sticky”.

Het beste is wanneer er ook wat melodie in sluipt, en Hicklin zelfs aan het zingen slaat. Daar heeft hij de strot voor, zoals het volledig gezongen “Black Dog / White Horse” laat horen, maar net zo goed brengt hij “Mongrel” als gescandeerd gedicht. Een saxsolo op tape? “We hebben een hoop muzikanten in de coulissen zitten,” lult Moloney. “Ze zijn zo verlegen, jullie zullen het met deze twee lelijke zakken moeten doen.” En daar duikt hij het publiek in met cymbaal voor een potiger “Trees”.

Big Special treft niettemin weinig doel bij dit puffende publiek, maar is vooral entertainend. Dat waren ze naar eigen zeggen dan ook “contractueel verplicht”. Dat “Never in a million fucking years did I ever think I’d ever see your fucking face again” waarmee “Shithouse” uit elkaar spat, hebben we ook al vinniger gehoord, maar dat mogen we op de temperaturen steken. En hé, afsluiter “Thin Horses” mag dan niet het spannendste zijn dat de groep in stal heeft, ze hebben hier vandaag – voor het eerst! – wel Rachel Goswell mee voor haar gastzang, en dat is dolletjes.

Stapvoets. Kabbelend. Meanderend. Een set die kortom niét vooruit raakte. En toch kon presentatrice Kirsten Lemaire het zelf niet geloven: dit was de eerste passage op Cactusfestival voor The Bony King Of Nowhere. Een uur lang kreeg je het gevoel dat Bram Vanparys hier met de verkeerde plaat stond, of op zijn minst een meer evenwichtige setlist had moeten opstellen.

Dat het begon met de begrafenismars “Sleeping Miners” van op tweede plaat Eleonore was immers een schijnbeweging. Met acht nummers was dit een soort albumvoorstelling van het recentste Everybody Knows, en hoewel dat geen slechte plaat is, is het er geen die zich leent voor een kwetterend cafépubliek – het blijft Cactus, de grootste, luidste, warmste toog van Brugge. Vanparys is eigenwijs genoeg om zich daar niet naar te plooien, maar maakt het zo niemand gemakkelijk; zichzelf niet, ons niet, zijn band niet.

Interessant is het wel om te zien hoe de frontman zichzelf opnieuw uitdaagt. Voor een groot deel van de songs blijft de gitaar aan de kant, presenteert hij zich als zanger. Dat vraagt van de verlegen mens ongetwijfeld wat zelfoverwinning, en je ziet dat de rol hem nog niet als gegoten zit. Dat hij op nieuw werk ook wat klinkt als de recente Thom Yorke, is echter erger. Waarom zou iemand die zo’n goeie stem heeft, zich nu verlagen tot geneuzel als “Get One Free” of “Are You Still Alive”? Je ziet het er het typisch schuddende hoofd van de Radioheadfrontman zo bij.

“We zijn een maand verder na de Rode Lijn-demonstratie in Brussel”, zegt Vanparys, en hij draagt “Everybody Knows”, geschreven voor Oekraïne, op aan “de Palestijnen, Oekraïners, en iedereen die slachtoffer is van onrecht.” Het maakt het nummer er helaas niet meeslepender op. Het duurt tot het wondermooie “Falling Into Place” dat in deze set eindelijk een hart klopt. Gertjan Van Hellemont speelt een gitaartje als een ronkend haardvuur – ja! Méér hitte! – en zingt om één of andere reden backings door een megafoon; het werkt.

In het slot krijgen we “Slow Down” dat na een drumroffel even fors mag ontsporen, “Silent Days” is eindelijk eentje van die geweldige, gelijknamige vorige plaat; een moment van melodie en leven, in een voorts veel te doodse set. En daar verhelpt zelfs het alweer pittige einde van “Perfect Sense” niets aan, daar hebben we afsluiter “Like Lovers Do” voor nodig; dat dezelfde rol speelt als zes jaar geleden, toen Silent Days pas uit was: eindigen met dat wanhopig uitgeroepen “this silence in here is breaking us apart”. Neen, Bram, het was deze lauwe, makke set.

“Words, words, words.” Er wordt veel gekletst, gezwetst, gezemeld op deze weide. Er is er maar één die spreekt. “At any given moment, in the middle of a city, there’s a million epiphanies occurring”, steekt Kae Tempest van wal met een stuk “Lionmouth Door Knocker” vooraleer Pops Roberts haar machines in gang steekt en “Priority Boredom” openbloeit. Schetterende synths kondigen daarna “Diagnoses” aan, een razende, uitdagende track van het net verschenen viersterrenalbum Self Titled.

“I’ll fight you till I win” gaat het vinnig in “Move”. Dit is de Self Titled-tour, het kon net zo goed “de trotse transtour” gedoopt. Voor het eerst vreugdevol als man, staat Tempest hier met een niet klein te krijgen zelfvertrouwen. “I’ve never felt so at home since methylphenidate and testosterone” klinkt het in dat laatste nummer. Roberts zingt als overgang. Dat doet ze vaak, met een soulvolle stem die een nieuw element in Tempests wereld is. Het maakt “Prayers To Whisper” zowaar licht dansbaar, de dichter herneemt in de outro een stuk van zijn eigen, ouder “We Die“, laat het overgaan in “Perfect Coffee”.

Toch is het hoogtepunt wanneer de oude Tempest nog eens de neus aan het venster steekt en “Geronimo Blues” zonder noemenswaardige begeleiding opnieuw zijn slampoetrydagen in herinnering brengt: “eat slogans for breakfast / then shit out the alphabet / then read the foul future before you pull the trigger / and flush the whole mess / into the contaminated river.” Roberts laat er het pompende muzikale slot van “Holy Elixir” van op The Book Of Traps And Lessons uit opgloeien; tijd voor de finale.

Eerst het triomfantelijke “Statue In The Square”, waarin Tempest bijna uitdagend zijn erfenis opeist, tegen alle moeilijkheden in. Dan “Firesmoke”, nog het best te omschrijven als zijn vorm van slowjam, en dus opgedragen aan alle geliefden. Dankbaar bezingt hij het prachtige zonlicht dat van links het podium toeschijnt. Een onverslijtbaar, onmisbaar “People’s Faces” moest wel: een lofzang op empathie, op menselijke warmte, op liefde voor de ander. “All I’ve got to say has already been said”, weet Tempest, “I mean, you heard it from yourself when you were lying in your bed and couldn’t sleep thinking, ‘couldn’t we be doing this differently?'”

Een laatste advies aan ons: luister naar jezelf, wat je stiekem wel weet diep in je lijf. Of zoals de jonge Tempest het naar de oude rapt en weer terug: “If you saw the younger you, what would you say to ‘em?” “Know Yourself” raast en knalt, is Tempest op zijn stevigst, zijn meest pertinent, de conclusie al jaren dezelfde: “Soon child, you are gonna find release”. Vandaag heeft Tempest dat punt bereikt, en wij mochten mee vieren. Wat een prachtig, verbindend optreden.

Straks krijgen we er nog eentje, maar nu al is Slowdive een headliner. De zonne zonk, en terwijl het duister klimt, legt Slowdive een zacht dekentje over het festival. Bijna twee jaar op tour met laatste plaat Everything Is Alive klinkt de band beter en beter, zit deze setlist hen in de vingers geslepen. Natuurlijk rolt opener “Shanty” dus zo mooi over het park; voor dit soort omstandigheden is het gemaakt, net als “Star Roving”, of dat “Catch The Breeze” waarvoor Rachel Goswell haar toetsen loslaat. Met haar derde gitaar als extra ondersteuning blaast de band op het einde heel even – voorzichtig.

Met vijf songs uit klassieker Souvlaki en zes uit de twee post-reünieplaten tonen de shoegazers dat het latere werk hier meer dan zijn plaats heeft. Zelfs “Crazy For You”, van op zwanenzang Pygmalion uit 1995, roept bij dat openingsriedeltje herkenning op. “Souvlaki Space Station” is een eerste hoogtepunt, met een Goswell die met haar blonde lokken en lange jurk danst als een Stevie Nicks voor Generation X.

Neil Halstead, hij van de songs en de mooie gitaartjes, eeuwig met truckerspet op de kruin, doet precies dat: heerlijke melodietjes leggen, die tedere zanglijnen brengen. Bij het wondermooie “Sugar For The Pill” kunnen we enkel noteren: dàt nummer. “Kisses” vult aan alsof dat altijd zo moest, als een midzomernachtsdroom. “Thank you very much”, zegt Halstead, en het is de eerste keer dat de band uit de magie van het moment durft te stappen. Het is het juiste moment, zo na dit dubbele hoogtepunt. Wat volgt is de bisronde, het ererondje.

“Alison”, natuurlijk, de dromerigste lovesong ooit. Een “Machine Gun” dat nog eens heel hard laat horen waar Mogwai een flinke mosterdpot heeft gestolen. Mogen we en passant bassist Nick Chaplin overigens complimenteren met zijn potig stuttend baswerk? En dan is er na “When The Sun Hits” verwarring. “We mogen nog één song”. “Neen, twee!” Goswell droog: “ik volg niet, maar ik zet deze alvast in”. Doet ze goed, “Slomo” krijgt van haar mooi waaierende Curesynths mee, de band laat het nummer al even zachtjes openbloeien. Het donker is ondertussen volledig gevallen, het festival drijft de nacht in.

Drie vrachtwagens, een crew van 49 man. Black Keys mag dan in de kern een duo zijn, daarom wordt niet klein gedacht. Toch voelt het wat belegen dat deze band hier zo hoog op de affiche staat, want: wat heeft deze groep na 2012 eigenlijk nog betekend? Waren Dan Auerbach en Patrick Carney niet klaar voor het nostalgiecircus? Ach, laten we er geen doekjes om winden: u stond hier ook maar vanwege vroeger, en die twee singles die u zich uit het blote hoofd kon herinneren. U wist dat u op het einde “Lonely Boy” kon meehobbelen, u telde af.

“Gold On The Ceiling”, die andere radiohit, kregen we al vroeg, vlak nadat Auerbach en Carney een medley brachten van ouder werk. Plots gaan meer lichten aan – dat zat dus in die vrachtwagens – komt er vier man bij, en wordt het rauwe bluesduo dat ooit doorbrak de radiovriendelijke rockgroep die hun dit soort podia opleverde. Maar, zo vraagt u zich ongetwijfeld handenwringend af: boéit dat?

Nou, neen. Ja, “I Got Mine” had nog een fijne knarsende riff, en “Man On A Mission” een goeie vinnigheid, maar die falset van “Everlasting Light”, Dan, had echt niet gemoeten. En wat erger is: alles passeert zo gezapig dat je voelt hoe hard dit van moetens is. Er zijn alimentaties af te betalen, het leven is duurder geworden; dat soort dingen.

Twintig minuten voor het einde gooien we de handdoek in de ring. De dag heeft lang genoeg geduurd, en als het Black Keys niet kan schelen dat wij hier staan, dan omgekeerd ook niet. In gedachten verzonken wandelen we richting landingsplaats. Ter hoogte van het station horen we vanuit de verte “I’m a lonely boy” weergalmen. Soms is dat precies de samenvatting van het recensentenleven.

Beeld:
Nick De Baerdemaeker

verwant

PODCAST: Trans-Europe Express :: dEUS: ‘In A Bar Under The Sea’

Het moest er van komen: ook in ons eigen...

Rete-vals en toondoof :: Het beste van de festivalzomer 2025

Gerard Cox is dood, en dus gaan we het...

LOKERSE FEESTEN 2025: Air + dEUS, 7 augustus 2025

Het is de comeback die je niet zag komen,...

recent

Claudio Stassi & Marc Bourgne :: Henri Vaillant – Een leven vol uitdagingen

Hoe de iconische renstal Vaillante opgericht werd, waarin piloot...

Affiche Eurosonic compleet

Met de aankonding van een laatste shot namen is...

Ronker :: Limelighter

Superman was een crimefighter, maar de nieuwe single van...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in