Er was geen nieuwe plaat om te promoten, het was gewoon tijd om nog eens buiten te komen. In Trix gaf Phosphorescent het soort concert dat liet horen waarom dat een goed idee was. Topmuzikanten speelden er een puike setlist die alle stemproblemen van tafel veegde.
“Verdorie, al die tijd dat ik niet heb opgetreden klonk mijn stem als een klok. Een klok! En nu ik opnieuw op de baan ben, werd ik ziek. Sorry dus, mocht ik in de microfoon hoesten.” Mathew Houck is zichtbaar gefrustreerd dat zijn stem – dat unieke instrument! Zijn signatuur! – vandaag maar half op de afspraak was. Het maakte niettemin weinig uit. Ook met een gehavende strot laveert hij zijn schip veilig naar de haven. Wat een setlist heeft hij daar in Trix onder de arm! Kakte een optreden van Phosphorescent bij vorige passages al eens in, dan geeft zijn nieuwe band op zijn tweede show ooit een vinnig, bij momenten pittig concert.
Zo begint het nochtans niet. Een “C’est La Vie No. 2” dat mooi mag opgloeien en “Revelator” zijn eerder rustige openers, voorbeelden van de atmosferische country waar Houck zijn stempel van heeft gemaakt. Ook “Wide As Heaven” lijkt eerder binnen te trippelen dan met de deur in huis te vallen, tot gitarist Michael Ruth er richting einde toch behoorlijk stevige erupties doorheen weeft.
Minder dan bij vorige passages heb je het gevoel naar een rootsartiest te kijken. Met slidegitaren en bandleden met gegroefde koppen kon Phosphorescent de laatste jaren soms zo hard Nashville ademen dat je vanzelf door je neus ging praten, vandaag is Houck his own man; mét voeten die geworteld zijn, maar ook reikend naar meer en breder. En zo is “Terror in the Canyons (The Wounded Master)” gloedvol, maar dan zonder naar kampvuur- en warme dekentjes metaforen te hengelen.
Het helpt dat deze muzikanten zijn muziek een stuk vuriger spelen dan vroeger. Drummer Christopher Marine durft al eens meppen, bijvoorbeeld. Zelfs al stopt het meeklappen in “New Birth in New England” goddank snel, het nummer is wel gebaat bij dat peper in de kont. Hij houdt de uitgesponnen jams waar de band gaandeweg in verglijdt tijdens een onrustig “At Death, A Proclamation” en “Around The Horn” spannend.
Stem kapot of niet, Houck is een zanger. Dat hoor je wanneer hij in “There From Here” met enkel de microfoon in de hand de rand van het podium opzoekt. Warrig lang haar, petje op de kruin heeft hij de uitstraling van een trucker die dringend moest stoppen om te tanken, maar hij staat er wel. Toch merk je in het walsje “Muchacho’s Tune” hoe wankel het zingen aan het worden is. Zo is het ook wanneer die herkenbare drumbeat “Song For Zula” inzet, maar het maakt – alweer – niet uit: die wereldsong vráágt bijna om hulpeloze, breekbare zang.
Het strekt Houck tot eer dat hij ondanks alles volhoudt, en in de bissen twee nummers zelfs solo brengt. Twee keer is het oud werk, maar zowel “Wolves”, als “Endless, Pt. 1.” kan hij ondertussen zelfs in zijn dromen achterstevoren spelen. Het komt dus goed, meer nog: het is van het beste dat we vanavond te zien krijgen: de pure, onversneden Phosphorescent, zoals hij dik twintig jaar geleden voor het eerst kwam aankloppen.
Geen nieuw werk dus. Geen testen van het water voor er een volgend album komt. Dit was een schor overwinningsrondje dat ondanks alles gelopen werd. Houck haalde de eindmeet, meer nog: “Tell Me Baby (Have You Had Enough)” was in die finale eindsprint nog een laatste hoogtepunt.
Hadden we genoeg? We hadden genoeg.



