Gerard Cox is dood, en dus gaan we het voor één keer zelf zingen: ’t is weer voorbij, die mooie zomer, en dan specifiek die van 2025 met al zijn festivals. De redactie van enola blikt nog één keer terug, slikt een krop in de keel weg, en telt de dagen af naar juni 2026, wanneer het allemaal weer begint.
Best Kept Secret: Kae Tempest: “Statue In The Square”
Daar stond hij dan. Eindelijk zichzelf, ten langen leste comfortabel op dat podium als de man die hij al zo lang wilde zijn. Dat alleen al was zijn triomf, het bijval dat Kae Tempest van bij die eerste noten kreeg, was niet meer dan een extraatje. Het zou een rake set worden, niets minder zijn we van de dichter gewoon, maar met al enkele nieuwe nummers als sneak preview van dat nog te verschijnen Self-Titled werd het nog meer. In “Know Yourself” raasde zij tegen hij en weer terug, “Diagnoses” was een virulent ownen van labels, een hart onder de riem van elke ADHD’er/auti/dysforicus/whatever. En dan was er “Statue In The Square”; een triomfantelijke opgestoken vinger. De manier waarop hij “IT’S FINE WE DON’T NEED PERMISSION TO SHINE!” roept. Toch is het uiteindelijk dat laatste “Look, it’s okay, they can shake their head in despair / Because we have been here from the start, and we ain’t going nowhere”, waarbij hij dat laatste woord pesterig rekt, die het helemaal binnenramt. Kae Tempest steekt alle haters in de binnenzak van zijn nieuwe designerkostuum.
Graspop: Nine Inch Nails :: “Head Like A Hole“
Graspop mag dan een van de meest gezellige festivals van ons land blijven, de formule is door de jaren heen wel erg voorspelbaar geworden. Je kunt er met gemak je hard verdiende spaarcenten op wedden dat Iron Maiden, Slipknot, Judas Priest en KoRn om de twee jaar het hoofdpodium bestijgen, maar zo nu en dan pakt Dessel dan toch eens uit met een welgekomen uppercut van een verrassing. Faith No More (2015), Primus (2017) of Tool (2024) waren daar voorbeelden van, dit jaar had Graspop er ook een in petto.
Enkele metal elitists haalden vooraf hun neus op voor de komst van Trent Reznor en zijn Nine Inch Nails. Wellicht omdat diens industrial evenveel, of zelfs meer, elektronische beats bevat dan gierende gitaren, maar de enorme massa die zaterdag 21 juni om klokslag middernacht postvatte voor de South Stage heeft geen seconde stilgestaan en brulde de teksten mee. Waardoor we er fijntjes aan werden herinnerd hoeveel iconische nummers de band uit Cleveland in ons collectief geheugen heeft geramd.
Dat het een heel speciale nacht ging worden, werd al duidelijk nog voordat de band een voet op het podium had gezet en het bloedmooie “Laura Palmer’s Theme” uit David Lynchs’ Twin Peaks uit de speakers rolde terwijl rookmachines de minimalistische maar bijzonder effectieve podium set-up in een mysterieuze waas hulde. Met “March Of The Pigs”, “Reptile”, “Closer” en “The Perfect Drug” werd de weide al in complete extase gebracht, maar hét absolute hoogtepunt was misschien toch wel de openingstrack van Pretty Hate Machine. “Head like a hole, Black as your soul … I’d rather die than give you control!” werd zelfs na afloop nog veelvuldig als een soort mantra gescandeerd toen iedereen zijn tentje of auto opzocht. “Game, Set, Match” zeggen we dan. De eerste Graspop-passage van Reznor en Co zal wellicht niet snel vergeten worden.
Rock Werchter: Green Day :: “Good Riddance”
Ik had 85 procent van de setlist kunnen kiezen. Elk nummer dat ze van Dookie (“Welcome To Paradise”! “Longview”!) of American Idiot (“Holiday”!, “Jesus Of Suburbia”!) speelden. Ze ademden allemaal speelplezier, de grote grijns gebeiteld op het gezicht. En toch kies ik voor dat laatste kleine moment helemaal op het einde. Omdat het toen pas emotioneel werd. We hadden alles gehad wat we wilden, of het kwam toch heel hard in de buurt, en dus zongen we – rete-vals en toondoof – mee met dat “For what it’s worth, it was worth all the while”, en dat “I hope you had the time of your life”.
Wie dat niet had bij dit Green Day, daar heb ik medelijden mee.
Cactus Festival: dEUS :: “W.C.S. (First Draft)”
Enkele weken voor het eerste van een reeks replay-concerten van debuutplaat Worst Case Scenario, dropt dEUS opeens een bommetje: de originele bassist zou komen opdraven om de nummers die deels van hem zijn te spelen. Stef Kamil Carlens. Decennialang was dit ondenkbaar – zijn korte passage tijdens “Suds & Soda” op de 0110-concerten in 2006 buiten beschouwing gelaten. Tom en Stef, samen op een podium. McCartney versus Lennon, de linkshandige bas- versus de rechtshandige gitaarridder, de volksmennende versus de compromisloze songschrijver.
Bang, nieuwsgierig en ongeduldig: we voelen ons als een kind de nacht voor Sinterklaas. Zal dat wel goed aflopen, of krijgen we hier een op de kaken geklemd sfeertje en wordt het Minnewaterpark een nieuwe uitgave van het concert op het dak van de Apple Studios te Londen? Don’t let me down, heren. We zien een formatie zonder Stef Kamil het podium betreden. Nou? “Jigsaw You” en “Via”. Geen Carlens. Tijdens het derde nummer, “W.C.S. (First Draft)”, gaan de harten sneller slaan: halverwege komt Carlens op om de song te voorzien van zijn schuurpapieren tweede stem. “It’s the first draft, of a worst case scenario!”, brult het Minnewaterpark als uit één mond. Worst Case Scenario? Het blijkt geen profetische taal te zijn: dEUS speelt een van zijn meest betoverende concerten in jaren.
Kleine noot aan huidige bassist Alan Gevaert: dit alles gezegd zijnde, zijn we nog altijd verzot op jouw kunnen hoor, jij klasbak.
Lokerse Feesten: Smashing Pumpkins :: “Mayonaise”
Smashing Pumpkins heeft veel goeie nummers. “Disarm”, “Today”, “Bullet With Butterfly Wings”, … et j’en passe. En toch is het elke keer weer op “Mayonaise” dat de fanbase staat te wachten, misschien net omdat Billy niet altijd meewerkt, en hij het niet zoals die andere songs elke keer speelt. Het heeft geduurd tot de Lokerse Feesten, ergens ver na middernacht, voor ik het echt snapte, toen ik die power ballad – want dat is het – voor het eerst ook live hoorde. En toen snapte ik dat het die stiekem tedere zanglijn was die de boel afmaakte, zorgde dat al dat geloei daaronder ook zin gaf. En dan natuurlijk, power ballad oblige, de reden om vervolgens ook breed open te barsten. Het was … groots.
Pukkelpop: IDLES :: “Danny Nedelko”
Nog eens “Danny Nedelko”? Elke. Keer. Weer. Het kan niet anders. Er stonden los geschat vijfhonderd artiesten op Pukkelpop, evenzoveel mogelijkheden voor dit blokje. En toch opnieuw “Danny Nedelko”. Omdat het nog altijd die onverslijtbare lap lawaai is. Omdat het pro-migratie standpunt nog geen spatje aan urgentie heeft ingeboet. Omdat het zo heerlijk samen “UNITY!” brullen was, zelfs al wisten we dat we in een kleine bubbel op een veel te grote wei stonden te kolken.
Omdat het nog altijd nódig voelde, en daarom zo juist, daar en dan, en eigenlijk overal en altijd. Daarom.
End Of The Road: Squid :: “Narrator”/”Pamphlets”
We waren er op voorhand van overtuigd: dit zou niét werken. Squid, een hyperkinetisch postpunkbandje met een zingende drummer, op een groot podium voor een grote wei zo rond 20 uur op zondag? No way. Maar kijk, End Of The Road is een atypisch festival en Squid een even ongewoon groepje. Zo bouwden ze hun set zo traag en subtiel op dat wij pas tegen het einde doorhadden hoe briljant en subtiel die opbouw was. Maar op het einde ging het dat “I’ll play mine” tijdens die afsluitende dubbelslag “Narrator”/”Pamphlets” ook écht hard. Wij zagen Gen Z moshen op een sax die freejazz speelde, grijsaards de circle pit in schuifelen en dit vijftal met aan het hoofd een drummende frontman zichzelf overstijgen. Met op de achtergrond een ondergaande zon werd Squid hier een Grote Band.


