The Bony King Of Nowhere :: Eleonore

Een jaar of zeven geleden wedde Bram Vanparys voor een bak bier dat hij binnen de vijf jaar een plaat in de winkels zou hebben. En jawel: hij noemde zich naar de ondertitel van een Radiohead-song en schreef een debuut dat op goedkeurend geknor onthaald werd en een plek op diverse podia opleverde. Maar daar sta je dan, met je bak bier,een enthousiast onthaald debuut en vervulde dromen. Waarheen gaat het met album twee?

Nergens in het bijzonder, zo lijkt Eleonore na een eerste beluistering te zeggen. Het is een mooi album, vol fijne luisterliedjes in de beste singer-songwritertraditie, waar geen zinnig mens iets slechts over kan vertellen. Tenzij misschien dat het een mooi album, vol fijne luisterliedjes in de beste singer-songwritertraditie is. Zoals er elk jaar zoveel uitkomen en die we ook niet altijd even goed uit elkaar kunnen houden, als we even eerlijk mogen zijn. Laatst bralden we nog tegen een weinig geïntereseerde naburige drinkebroer dat een mens met de drie albums van Nick Drake in de kast eigenlijk wel gesteld is, qua gevoelige-jongens-met-gitaar-die-wat-meer-zon-kunnen-gebruiken. Waarop er Bon Iver werd terug gebrald en we de mond vol tanden maskeerden door een sanitaire pauze in te lassen.

Om maar te zeggen dat u ook wel weet wat van Eleonore te verwachten: een luisteralbum met mooie melodietjes en gitaarspel dat complexer is dan u zou denken. Ditmaal (op enkele vocale overdubs na) live opgenomen met band en twee minuten langer dan het debuut (en dat met twee songs minder). Zeer mooi en als het uw ding is, allicht een van uw platen van het jaar. Bescheiden vakmanschap dat na het grijsdraaien van Kanye Wests laatste wel eens saai kan klinken.

Op het eerste gehoor dus, want Eleonore kruipt na enkele beluisteringen meer, dieper onder de huid dan debuut Alas My Love. Vanparys is duidelijk gegroeid als zanger en songschrijver en toont meer durf en een scherper afgetekend eigen geluid.
Zo ontvouwt het mysterieuze "Sleeping Miners" zich als wat afwisselend geïnspireerd kan zijn door Midlake, Bon Iver of Radiohead, maar vooral Bram Vanparys is. Ook in "Girl From The Play" worden vertrouwde geluiden (we horen wat vage Cat Stevens, Beatles en de engelenzang van Fleet Foxes) tot een heel eigen iets gesmeed.

En net als "Going Home" en "Hear Them Calling" in iets te traditionele folk-geluiden lijken te blijven hangen, verrast The Bony King of Nowhere met een beheerste dosis mellotron. Ook "Some Are Fearful" weet een al te gekend geluid te overstijgen met een ontregelend spooky middenstuk. Pièce de résistance is "Mother": zes minuten lang en het meest minimalistische nummer van de plaat. Door de doorleefde emotionele zang verveelt het echter geen seconde, en blijft het nummer het langst nazinderen.

Alleen met "The Poet" hebben we echt niets. "Het Huwelijk" van Willem Elsschot is een van de beste lappen poëzie uit ons taalgebied en net daarom zaten we allerminst te wachten op een op muziek gezette Engelse vertaling ervan. Vanparys schreef het in opdracht voor het Elsschotjaar in Antwerpen en een mens kan zich alleen maar afvragen welke overenthousiaste cultuurbemiddelaar dacht dat er ergens iemand een plezier gedaan wordt met een dergelijke opdracht.

Maar dat is in het licht van de rest van dit uitstekende tweede album detailkritiek. Minstens de helft van deze songs zullen we aan het einde van het jaar nog als fijn luisterliedje van The Bony King Of Nowhere kunnen identificeren. Beloofd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + tien =