Toen het vernieuwde Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen op 24 september 2022 opnieuw de deuren opende, was dat veel meer dan een gewone heropening. Na elf jaar restauratie, verbouwing en herdefiniëring van het volledige museumconcept presenteerde het KMSKA zich als een kunsthuis dat tegelijk historisch en radicaal hedendaags wil zijn. Achter de monumentale negentiende-eeuwse gevels ontstonden nieuwe witte museumzalen in de voormalige binnenpatio’s, waardoor oude meesters en hedendaagse kunst vandaag letterlijk naast elkaar bestaan. Sindsdien groeide het museum uit tot een van de populairste culturele plekken van België, goed voor meer dan twee miljoen bezoekers en een indrukwekkend programma van tentoonstellingen rond onder meer Ensor, Jef Verheyen, Hans Op de Beeck, Magritte en hedendaagse kunstprojecten.

Vanaf 23 mei 2026 zet het KMSKA opnieuw een belangrijke stap in die dialoog tussen verleden en heden met Geestgrond, de grote tentoonstelling van de in 1950 in Hampstead (Londen) geboren beeldhouwer Antony Gormley. De expo loopt tot 20 september 2026 en wordt samengesteld door de internationaal gerenommeerde en meermaals bekroonde Amerikaanse curator Carolyn Christov-Bakargiev, artistiek directeur van dOCUMENTA (13). Geestgrond is geen klassieke overzichtstentoonstelling, maar een artistieke confrontatie tussen Gormleys sculpturen, de architectuur van het museum, de vaste collectie én de bezoekers zelf.
Sinds 2014 mag de Britse kunstenaar worden aangesproken als Sir Gormley, een titel die hij verwierf omdat hij al decennialang geldt als een van de invloedrijkste hedendaagse beeldhouwers ter wereld. Sinds de jaren tachtig onderzoekt hij in zijn werk hoe het menselijk lichaam zich verhoudt tot ruimte, landschap en architectuur. Daarbij gebruikt hij vaak afgietsels van zijn eigen lichaam, niet als zelfportret, maar als universeel beeld van menselijke aanwezigheid, kwetsbaarheid en bewustzijn. Zijn sculpturen hebben iets dat tegelijk monumentaals en meditatief is: ze staan stil, zwijgend en bijna tijdloos in de ruimte, alsof ze de bezoeker uitnodigen om opnieuw na te denken over zijn eigen plaats in de wereld.
Internationaal verwierf hij iconische status met werken als “Angel of the North” in Gateshead, een twintig meter hoge stalen figuur die uitgroeide tot een symbool van Groot-Brittannië en met “Event Horizon”, waarbij eenendertig menselijke silhouetten opdoken op daken van gebouwen in wereldsteden. In 1994 ontving hij de prestigieuze Turner Prize, een van de belangrijkste onderscheidingen in de hedendaagse kunstwereld, voor zijn installatie “Field for the British Isles” die bestaat uit ongeveer veertigduizend kleine handgevormde figuurtjes in terracotta. Elk beeldje heeft eenvoudige ogen die de toeschouwers rechttoe-rechtaan en indringend bekijken.
Ook in België liet Gormley eerder een sterke indruk na. Tijdens de eerste editie van de kusttriënnale Beaufort in 2003 presenteerde hij “Another Place”, honderd levensgrote gietijzeren figuren, allemaal gebaseerd op het lichaam van Gormley himself, die bij vloed langzaam onder water kwamen te staan op het strand van De Panne. Sinds 2005 staat “Another Place” verspreid over het strand van Crosby bij Liverpool. Typisch voor Gormleys oeuvre was hoe de sculpturen tegelijk aanwezig en verloren leken in het landschap.
Met Geestgrond keert Gormley nu terug naar België voor een van zijn meest ambitieuze museumprojecten van de voorbije jaren. De titel verwijst naar een lichte, zanderige bodem die ontstond na de IJstijd en vooral voorkomt in het noorden van België en Nederland. Door zorgvuldige bewerking werd die arme grond vruchtbaar gemaakt. Tegelijk heeft het woord een symbolische betekenis: ‘geest’ verwijst naar het innerlijke leven en ‘grond’ naar aarde en materie. Zo wordt Geestgrond een beeld voor de voedingsbodem waaruit verbeelding, bewustzijn en betekenis ontstaan.
Die dubbele betekenis loopt als een rode draad doorheen de tentoonstelling. Gormleys sculpturen verschijnen niet alleen in afzonderlijke zalen, maar verspreiden zich doorheen het museum en gaan in gesprek met de collectie, de architectuur en de verwachte bezoekersstromen. De expo begint en eindigt niet aan een deur of binnen één parcours: het museum zelf wordt onderdeel van het kunstwerk. Oude meesters, moderne ruimtes en hedendaagse sculpturen reageren voortdurend op elkaar.
Geestgrond is opgevat als een lus die door de beweging van bezoekers tot leven komt.
Via de 19e-eeuwse De Keyserzaal ontmoet je eerst Gormleys “Lean” (2023) dat tegen de monumentale trap lijkt te leunen alsof het die ondersteunt. Vervolgens loop je tussen Auguste Rodins “Gevallen Kariatide” (1881) en Gormleys “Small Stop (Lead) VII” (2015) heen, een letterlijke belichaming van massa en zwaartekracht.
Daarna stap je de tentoonstelling binnen, maar het is opletten geblazen dat je niet verstrikt raakt in de ruimtevullende installatie met als titel “Orbit Field II”. Ze bestaat uit zevenendertig door elkaar geweven en aan elkaar vastgemaakte ringen die het lichaam omhullen en die Gormley speels door de zaal laat kringelen. Beslist een uitdaging want je moet voorzichtig over de bogen stappen, je er soepel onder bukken en je er uiteindelijk lenig tussenwringen om niet letterlijk de tweede zaal binnen te vallen.
Eens bekomen van deze onverwachte lenigheidsoefeningen valt je mond open. De gekende hoge en sneeuwwitte ruimtes waar normaliter de klassieke kunstwerken staan geëtaleerd, zijn voor Gormleys Geestgrond volledig vrijgemaakt. De bezoekers worden er ontvangen door “Attend,” een wat grofmazige, open structuur gevormd door roestige ijzeren elementen die zich meetkundig vertakken tot de gestalte van Gormley. Deze ranke sculptuur – al mag je ‘sculptuur’ volgens de gerenommeerde curator niet in de mond nemen, want ieder beeld van Gormley is volgens haar een oriëntatiepunt in de ruimte – gaat in deze tentoonstelling in première.
Hier wordt meteen ook dé centrale vraag gesteld in Gormleys artistieke proces: wat betekent het om mens te zijn in een tijdperk van algoritmes en machine learning? “Attend” is eigenlijk een terugkeer naar een zwaarder, geaard lichaam dat nadrukkelijk is verbonden met de aarde. Interessant is dat naast dit sculptuur aan de muur “Open Door” hangt, een van de eerste werken van Gormley uit 1975. Zo worden de bezoekers door de curator attent gemaakt op het feit dat Geestgrond – de grootste solotentoonstelling van de Britse kunstenaar ooit op het Europese vasteland – een grootschalig overzicht (meer dan honderd werken waaronder sculpturen in klei, steen, hout, glas, brood, ijzer, lood en staal) biedt van Gormleys immense oeuvre met een artistieke boog die maar liefst een halve eeuw overspant.
Vervolgens word je getrakteerd op het werk “Mother’s Pride V” uit 2019. Het is tegelijk banaal, picaresk en sacramenteel. Het bestaat uit iets extreem gewoons, namelijk wit fabrieksbrood, dat is behandeld alsof het een archeologisch relikwie of een religieus icoon is. Je ziet honderden sneetjes brood, gedroogd en in was gedipt, gerangschikt als een raster waarin een menselijke leegte zichtbaar wordt: een silhouet dat niet is opgebouwd, maar letterlijk is weggegeten. Gormley gebruikte het merk Mother’s Pride, een iconisch Brits industrieel broodmerk, en beet delen weg om een lichaam te laten ontstaan als afwezigheid. Zo’n origineel werk is het dat het een spanningsveld uitstraalt en het ontegensprekelijk intellectueel rijk maakt.
Boeiend is tevens de connectie die wordt gemaakt tussen Gormleys creaties met werken uit de historische collectie van het museum zoals met een statische middeleeuwse, polychrome “Sedes Sapientiae” (Madonna als Zetel van Wijsheid) tot een modernistisch gelast, ijzeren masker van Julio González (1930-1933). Inventieve “Waeve”-werken als “Brace,” “Subject IV” en “Butt,” allemaal menselijke gestalten vervaardigd uit twintig mm vierkante staven van zacht staal, worden door Gormley gechoreografeerd als spookachtige figuren die liggende, leunende of knielende posities innemen en een link leggen met bijvoorbeeld een Congolese ‘spijkervrouw’ of middeleeuwse kunstwerken eveneens in dynamische houdingen.
Zo is het atmosferische en lyrische “Grijze Zee”-schilderij van Ensor uit 1880 – de periode voorafgaand aan de doeken waarmee Ensor wereldberoemd werd – fascinerend omdat het canvas wordt omringd door gigantische beeldenhouwwerken onder de noemer bodycases die zijn vervaardigd uit lood. Niet toevallig, zo blijkt, want in Ensors grijs zeezicht is het lood geoxideerd tot de dikke witte impasto van de zeegolven terwijl bij Gormley het grijs compact is gevormd rond de contouren van de enorme hoge lichamen met onder meer breed uitgestrekte armen of horizontaal boven de grond hangend met aanwijzende titels als “Tree,” “Edge” en “Field.”
In een aparte ruimte in Geestgrond bevindt zich de sectie “The Heart,” een intiemere ruimte ingericht als een soort Wunderkammer. Notitieboeken, modellen, foto’s, prenten, tekeningen, materialen, geannoteerde boeken, kanttekeningen en zelfs een schooltijdexemplaar van Miltons Paradise Lost geven er een blik achter de schermen van het artistieke proces en wordt meteen duidelijk zichtbaar hoe Gormleys ideeën ontstaan: zoekend, onderzoekend, maar tegelijk geconcentreerd en krachtig. Niet alleen het afgewerkte kunstwerk staat centraal, maar ook het denkproces erachter. Niet retrospectief, maar introspectief.

In de laatste zaal is tevens het hoogtepunt van Geestgrond: het kunstwerk “Cave” uit 2019, te bewonderen. Een monumentaal, architectonisch sculptuur gemaakt van acht mm weersbestendig cortenstaal (ijzer waaraan koper, fosfor, silicium, nikkel en chroom is toegevoegd). Het stelt een gigantische, abstracte en uitvergroot menselijke figuur voor die op zijn zij ligt en is opgetrokken in grote, geometrische stalen hoekige blokken die de ganse ruimte – tot aan het plafond – vullen. Leuk is dat deze sculptuur holle ruimtes bevat waar je als bezoeker fysiek in kunt stappen. Gormley omschrijft het zelf als “zowel de grot als de mens die zich in de grot terugtrekt”. Wanneer de bezoekers de cave binnengaan via de opening (de ‘huid’ van het lichaam), komen ze in een pikkedonker, labyrintisch interieur terecht. Je moet op je tastzin en gehoor vertrouwen.
Na een parcours door de zalen en een leuke desoriënterende ervaring doorheen Cave, keer je terug naar “Orbit Field III” waarmee de cirkel rond is en je je alweer bukkend, krommend en huppelend naar de exit moet begeven, maar onderweg word je nog getrakteerd op een body print van uiteraard Gormleys gestalte. Geestgrond begint en eindigt niet bij de in- of uitgang. De tentoonstelling reikt veel verder tot zelfs in de Antwerpse straten en langs de nabijgelegen rivieroever waar nog een sculptuur aan de verre einder verschijnt. De oplettende bezoeker zal trouwens bij het verlaten van het museum nog twee beelden van Gormley als extraatje ontdekken: een op het dak en een naast de ‘Diepe Fontein’ op de Leopold De Waelplaats.
Wat Geestgrond uiteindelijk zo bijzonder maakt, is dat deze expo verder gaat dan louter beeldhouwkunst. Ze laat de bezoeker lichamelijk ervaren hoe ruimte, stilte, schaal en aanwezigheid werken. Gormleys figuren kijken niet naar de bezoeker, ze lijken vooral aanwezig te zijn. Daardoor ontstaat een subtiele spanning tussen kunstwerk, gebouw en publiek. Wie door de zalen wandelt, wordt zich bijna automatisch bewuster van zijn eigen lichaam in de ruimte.
Het vernieuwde KMSKA is dan ook de ideale plek voor deze tentoonstelling. Sinds de heropening profileert het museum zich steeds sterker als een plaats waar historische kunst en hedendaagse creatie elkaar niet illustreren, maar uitdagen. In Geestgrond krijgt die visie overduidelijk haar meest uitgesproken vorm tot nu toe.
Voor Antwerpen wordt Geestgrond zonder twijfel een van de culturele hoogtepunten van 2026. Voor bezoekers biedt de tentoonstelling de kans om niet alleen het werk van een wereldkunstenaar van dichtbij te beleven, maar ook om het museum zelf op een nieuwe manier te ervaren: als een levende plek waar kunst, architectuur, tijd en menselijke aanwezigheid voortdurend met elkaar in gesprek en in verbinding staan.
Antony Gormley. Geestgrond loopt van 23 mei tot 20 september 2026.
De tentoonstelling is te zien in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), Leopold De Waelplaats, 1 te 2000 Antwerpen. Alle dagen open van 10u tot 17u (op zaterdag en zondag van 10u tot 18u). Alle info via de website van het KMSKA.



