Ooit was dEUS een lastig, beetje dwars, eigenzinnig groepje. Vandaag zijn de Antwerpenaren een instituut, en die status kwamen ze in Brussel verdedigen. In Vorst Nationaal bleken twee halve klassieke platen daarvoor genoeg.
Wat het beste album van dEUS is? Fans bekvechten er al even lang over als de groep een platencontract heeft. Worst Case Scenario, vindt de één. Neen, In A Bar Under The Sea, zegt de ander. En dan zijn er nog diegene die The Ideal Crash hoog hebben zitten, maar die waren altijd al laat aan het feest. Het ging altijd al om die eerste twee, en aangezien de groep zelf ook niet kan kiezen, brengt hij dit voorjaar een ruime selectie uit beide onder de noemer Worst Case Versus In A Bar. Omdat nostalgie ook maar dat is: gisteren verpakt als vandaag.
Vorige zomer kregen we al integraal dat debuut, we weten dus dat die nummers er nog altijd staan. Ook vandaag wordt afgetrapt met een “Jigsaw You” dat een potige dreun in zich heeft, en zo werkt als opener: het gordijn gaat op, de titel rolt over het scherm. Wat volgt, is rollen met de spierballen: een werkelijk dreunend “Via”, waarvan de “hit it!”’s hakken en slaan. We zijn vertrokken.
Dat was een single. Je wist bij het jonge dEUS altijd welke nummers die eer te beurt zouden vallen, want de rest was steevast een stuk dwarser, lastiger en kronkeliger. In “Morticiachair” mag Klaas Janzoons de strofes voor zijn rekening nemen, om even later solerend op zijn viool in het midden te paraderen. Is Tom Barman de Mick van de groep, dan is hij Keith; de stille rots die de boel recht houdt, en altijd wel een lick heeft.
In “W.C.S. (First Draft)” draaft eerst Worst Case Scenario-producer Peter Vermeersch (X-Legged Sally, Flat Earth Society) op klarinet, en vervolgens Zwangere Guy op. Dit is Brussel immers, dan kun je niet om Gorik van Oudheusden heen. Terwijl de muzikanten die bekende groove neerleggen, rapt hij in twee talen tegelijk. Dat hoort zo in deze hoofdstad. Het voelt alsof dit nummer altijd al vroeg om een vleugje hiphop.
Wat meer? Te veel om op te noemen. In “Let’s Get Lost” staat nieuwe gitarist en Maurovervanger Simen Følstad Nilsen zo gemoedelijk te soleren dat je het hem vergeeft dat hij daarvoor op een monitor is gaan staan. De man speelt zo doodgemoedereerd dat het elke zweem van pose ontbeert. Een blokje ontroering volgt met “Secret Hell”, een ingetogen “Right As Rain”, en een “Mute” dat op straffe wijze uit dat vorige nummer komt gekropen. In “Great American Nude” komt oorspronkelijke drummer Jules de Borgher samba-achtige percussie aandragen. “De man van “Instant Street””, kondigt Barman hem af. Je hoorde het. Het strafste is niettemin “Hotel Lounge (Be The Death Of Me)”, dat vanavond ronduit bloedmooi is: in elke beweging ontdek je weer iets nieuws, de manier waarop die laatste ronde openbarst, is goed voor rauw kippenvel.
Tijd voor iets anders. Barman wijst naar zijn oude “Turnpike”-T-shirt, en je weet waar je bent beland: In A Bar Under The Sea, ergens ten westen van New Jersey, en bij die iconische sample van Charles Mingus in “Theme From Turnpike”. Terwijl op de achtergrond die al even legendarische videoclip – Sam Louwyck was ook toen al een gevaar op de weg – door alle ruis zichtbaar wordt, duiken ook de Borgher en Vermeersch weer op voor een groovefest van heb ik je daar. Ze zullen vanaf nu aan- en afwaaien naar believen, maar vooral de klarinettist is hier een erg waardevolle toevoeging.
In A Bar Under The Sea live is echter vooral een herontdekking. Geen “Nine Threads”, want ook voor deze reünie was gitarist Craig Ward niet te pramen, maar heremejezus, wat is “Serpentine” vandaag sterk, hoe mooi barst “Gimme The Heat” in die laatste bocht uit! Op de parterre is het niettemin babbeluurtje; dit is niet voor toeristen. dEUS legt hen het zwijgen op met “A Shocking Lack Thereof”. “Een walsje”, kondigt Barman aan, maar dan wel van het soort georkestreerde chaos dat de band enkel van Tom Waits kon leren.
En daarmee zijn we klaar voor de eindspurt. “Little Arithmetics” blijft het mooiste popliedje dat Barman ooit schreef, ‘paparapapa’end klotst een hobbelende mensenzee voort. Drummer Stéphane Misseghers pakt het moment, en knalt die immer onweerstaanbare groove van “Fell Off The Floor, Man” er achter aan. Een gemiste kans dat net hier de Borgher spoorloos is. Dit is zijn kind, hij had hier nu wel mogen roffelen. Passons; onder het motto “Saved the best for last” is het tijd voor een “Suds & Soda” dat de zaak op zijn kop zet. Vorst ontploft, ik zie oude vrienden voor me broederlijk samen springen, arm om de schouder als was het dertig jaar geleden. Op het scherm passeren Beavis en Butthead. Je onderdrukt een “hèhèhè” en brult mee. Meer splinterbom dan dit heeft de vaderlandse rockgeschiedenis niet te bieden.
Toch zit het mooiste, het beste, het meest onvergetelijke daarna in de bisronde. Ik heb immers géén idee waarom dEUS “Disappointed In The Sun” al bijna dertig jaar links laat liggen, maar vanavond is het balsem voor de ziel. Van bij de eerste pianoklanken van Janzoons tot die epische “Hey Jude”-finale is dit een epische showstopper waar elk concert om smeekt. “That’s why we’re drinking, in a bar under the sea”, zingen we aan dat einde, en het klinkt alsof ik voor het eerst die albumtitel ten volle begrijp. “Roses” volgt nog, het is bijna niet meer nodig.
Met Morrissey zing ik “now my heart is full”. dEUS heeft alles gegeven wat het even moest doen, nu kijkt het weer vooruit. Volgend jaar zou er alweer een nieuw album aankomen.
Want rock-’n-roll doe je niet voor de nostalgie.



