Best Kept Secret 2024 :: Een brute volksverhuizing

,

Het kwam een beetje onverwacht, zo net na de laatste bocht van een eindeloze herfst, maar toch: we zijn er. Het is zomer, het is warm (eindelijk), het is tijd voor festivals. Dat we ons in Hilvarenbeek net op zo’n ding terugvinden, treft dus. Een verslag, want zonder is ook maar saai.

Dag Een: Onwederzijds genoegen

Best Kept Secret viert dit jaar zijn tiende editie, maar daar valt niets van te merken. De line-up is, euh, matig, het terrein ziet eruit als de voorbije jaren, toeters en bellen waren duidelijk niet aan de orde. En dan begint het nog flets ook, want Alice Phoebe Lou is niet meteen de knaller waar we op hoopten.

Het beleefde, jazzy geluid van Lous songs is immers niet wat we verwacht hadden, nadat we jaren geleden botsten op een filmpje waarin de Zuid-Afrikaanse ergens op een Berlijnse straathoek “Take A Walk On The Wild Side” stond te zingen. Busken was haar ding, en dat deed ze uiterst speels en aanstekelijk. Je merkt het nog aan haar maniertjes, aan hoe ze het publiek bespeelt wanneer er ergens een kabel voor storing zorgt – over de tenenkrullende yacht rock die haar band intussen als wachtmuziek voorziet, zullen we het verder niet hebben. Lou heeft nochtans een goeie stem, ze klinkt alsof ze moeiteloos elk genre naar haar hand kan zetten, en dus is het des te teleurstellender dat song na song verzandt in hetzelfde gladde gefröbel. Misschien had dit gewerkt op een brakke zondagochtend, maar wij staan nog te scherp om dit brave getreuzel te verdragen.

“Mijn Engels is er nu al veel beter van geworden!” De eerste biertjes zijn in de man, en The Secret is behoorlijk volgelopen voor English Teacher – een naam die onvermijdelijk tot slechte mopjes leidt. Lily Fontaine en haar mannen zijn hier desondanks niet gekomen om te lachen, getuige de zonnebrillen die ze allemaal dragen en de stuurse attitude waarmee ze het podium betreden. “The World’s Biggest Paving Slab”, surfend op flink wat buzz, mag openen, en ook dat is bepaald geen mopje: Fontaine zingt over een terrorist, en heeft tijdens haar kunstopleiding duidelijk goed opgelet bij de lessen method acting. Ze declameert, zeker in “Broken Biscuits”, met zo’n urgentie dat ze de in se niet eens zo bijzondere postpunk van haar bandleden naar ongeziene hoogtes stuwt.

Beter nog is “R&B”, waarin Fontaine met gestrekt been de voorspelbare clichés over haar huidskleur tackelt – “despite appearances, I haven’t got the voice for R&B” – en de rest van de band ongeremd mag loosgaan, in een korte maar krachtige uitbarsting. En toch zijn het net de ingehouden momenten waarin English Teacher zijn talent toont: “I’m Not Crying You’re Crying” en vooral “This Could Be Texas” lonken met hun lichtjes theatrale pianotoetsen en kwetsbare zang naar de triomftocht van Black Country, New Road hier vorig jaar, en dan moet “Albert Road” nog komen, dat uitgebreid de tijd neemt om van ingetogen ballad naar epische slotsong te groeien, met de wondermooie drumroffeltjes van Douglas Frost als duwboot voor de rest van de groep. Ja, English Teacher is een hypebandje, maar vooralsnog lijken ze de belofte waar te maken.

Mannequin Pussy: goeie naam, ontgoochelende band. Wat ons is verkocht is als punkanthems om van aan de luster te zwieren, draait uit als flauw gezongen Alvvays-ripoffs, gespeeld door een derderangs punkbandje dat nog nooit van het woord nuance heeft gehoord. En om duidelijk te zijn: we hebben het over sléchte Alvvays-ripoffs, matige indiepopliedjes dus, die door Marisa Dabise vocaal vermangeld worden. Dat is jammer, want op plaat klinken nummers als “Sometimes” of “Patience” best goed. Misschien een repetitie of drie inplannen, volgende week, jongens?

In de vernieuwde Casbah – hoger plafond, terrasje aan de zijkant, verder nog altijd veel te klein, maar daarover later meer – doet Chastity Belt alsof de jaren negentig nooit voorbijgegaan zijn. Of frontvrouw Julia Shapiro zelf plezier beleeft aan de set, is hoogst onduidelijk: haar gezicht staat zelden op een andere stand dan ‘verveling’, ze perst maar nét genoeg lucht uit haar longen om geluid te maken, en kijkt bovendien niet op een valse noot meer of minder. En dat is jammer, want deze band heeft héél veel potentieel, maar verbergt dat vakkundig achter een matige performance. Nochtans zijn de rinkelende droomgitaartjes van “Different Now” een genot om naar te luisteren, en ook het rockende slotnummer, waarin de band éindelijk loos gaat, bewijst dat Chastity Belt beter is dan zijn nukkige frontvrouw. Shapiro bedankt met een langgerekt “Whaaaat a pleasure” – het genoegen is helaas niet geheel wederzijds.

Wat dreunt daar in godsnaam over het strand aan de ONE? Het zijn de openingstonen van Viagra Boys, die lak hebben aan de geluidsnormen van dit festival. Die lak hebben aan álles, eigenlijk; het Zweedse vetzakkenzestal is van het ongemanierdste dat we dit weekend zullen tegenkomen. Frontman Sebastian Murphy houdt nog vijf seconden zijn T-shirt aan, maar wie de band kent, weet: die impressionante bierbuik moet en zal getoond worden. “Ain’t Nice” (klopt!) mag openen, en legt daarmee de fundamenten voor de rest van dit concert, dat een uur lang voortbouwt op rudimentaire protopunk, een saxofoongroove die zo moddervet is dat er golven door het meer trekken, en natuurlijk de onnozele capriolen van Murphy. Of we weten dat er in België een stad is die “Dick’s moody” (doordenkertje!) heet? “How sick is that!” En of er toevallig mensen met een voetfetisj in het publiek staan? “I could tell from your face!”

Ja, het is allemaal wat plat, maar het is zó goed gebracht, zeker in het brute “Troglodyte” en de ongein van het lekker voortjakkerende “Sports” – past prima bij het atletische lijf van Murphy – dat je niet anders kan dan je in de hossende moshpit te gooien en je omver te laten walsen door deze Hives from hell. Heerlijk vadsig uurtje was dit.

Fuck Disclosure, de echte headliner van de dag staat nu al in de TWO en heet vanzelfsprekend St. Vincent. Annie Clark blonk de laatste tien jaar steevast uit in van concepten bol staande optredens – we herinneren ons het showtrapje van de St. Vincent-tour, of het rode latex van Masseduction – vandaag is het allemaal wat vager. Er staan drie poortjes op het podium, waarvan het middelste herhaaldelijk opzij wordt geschoven en teruggezet. Daartussen staat haar immer geweldige band, met onder andere gitarist Falkner (Jellyfish) als ankerpunt.

Met hem gaat ze meteen in duel in “Los Ageless”; eens een shredder, altijd een shredder. Toch is dit niet de show van Annie-de-gitaarheld. Daarvoor komt ze genoeg los van haar instrument, zoekt ze de rand van het podium en de interactie met het publiek op, terwijl haar band grossiert in industriële beats. “Big Time Nothing” drijft op een baslijn die de vroege Björk net niet heeft gebruikt, “Broken Man” knipoogt naar Nine Inch Nails. “Pay Your Way In Pain” heeft een elektronische knars die het een scherp randje geeft.

En aldoor is er theater. Een cameraman in regenjas die haar op de huid zit, wordt speels uit de weg geduwd. “Cheerleader” krijgt zijn eigen choreografietje, waar ook Falkner – een ninetiesveteraan met getaande kop – maar aan heeft mee te doen. Dan toch even een bindtekst; dat liefde een wonder is, in deze wereld, zoals ie nu is. En dus denkt ze even terug aan haar thuisstad, en krijgen we “New York”. Het poortje is weer even terug, en ze leunt er gemoedelijk in. Nog steeds geen idee wat het moet betekenen, maar het is alweer een mooi beeld.

Bon. Zullen we dat Disclosure dan maar eens checken?

Liever niet, eigenlijk, want de broers Lawrence zijn de naam headliner hier niet waardig. Nadat programmator Maurits Westerik vorig jaar al voorzichtig zijn teen in het danswater stak met Chemical Brothers, koos hij dit jaar voor Justice en dit zootje live-oplichters als non-headliners. Disclosure bedankt met een lege doos van een dj-set waarin eigen materiaal onkundig wordt verweven met andermans edits – laat toch zitten. Ooit gaven op dit strand grote namen als Pixies, Sigur Rós of The National het beste wat ze in zich hadden, vandaag staan met St. Vincent en PJ Harvey de twee belangrijkste namen niet op de ONE, waar ze thuishoorden, maar in de TWO. Best Kept Secret is met deze lichting bovenaan de affiche zwaar van het padje.

Stond vorig jaar ook compleet op de verkeerde plek: Baxter Dury op de Lokerse Feesten, toen hij mocht openen voor Blur. Met een niet-begrijpend Britpoppubliek voor zich, bij klaarlichte dag op die afschuwelijke parking, had de man duidelijk geen idee waaraan of waaraf, met een bijzonder matige performance tot gevolg. Hoe anders staat Dury hier vandaag, in een donkere Secret, voor een publiek dat wéét dat het niet bij Disclosure moet zijn om te kunnen dansen. Als was hij de nachtburgemeester van Best Kept Secret, strut hij over het podium, glas wijn altijd binnen handbereik, onderwijl kurkdroog praatzingend over zijn dagelijkse besognes – vrouwen, nachtjes doorhalen en cocaïne, natuurlijk.

Het lijkt wel alsof dit de jaarlijkse bijeenkomst van de Baxter-fanclub is, zo enthousiast wordt de trage disco van “Miami” onthaald, en ook het groovy “I’m Not Your Dog” – “Je ne suis pas ton chien”, gaat het in de backing vocals – trekt een feest op gang waar ze bij het hoofdpodium enkel van kunnen dromen. Dury neemt het gulzig in zich op, wentelt zich in de devote aandacht, en stijgt daardoor ook een klein beetje boven zichzelf uit. Met “Cocaine Man” wordt een sleazy slotoffensief ingezet, Dury roept uit dat we “a fucking bunch of people” zijn en dat hij ons een “big kiss” wil geven. Dan weet je dat het tijd is voor “These Are My Friends”, zijn samenwerking met Fred Again…, vermoedelijk het minst cynische in gans Dury’s oeuvre, en het meest rechttoe-rechtaan dansbare, als euforisch uitroepteken achter het beste optreden dat we Dury al zagen geven.

En dan is er dus het probleem Casbah, ooit uitgegroeid van het ‘café’ van Best Kept Secret tot het kleine podium voor harde rockacts. De hangar bleek de laatste jaren te klein voor het vettige postpunkhol dat het was geworden. Vorig jaar werd ie al vergroot, dit jaar nog meer, maar nog steeds blijkt het niet genoeg om al het publiek dat Snõõper wil zien te herbergen.

Je beseft, maar blijkbaar de festivaldirectie niet, dat dit genre deze plek ontgroeid is. Weet men bij Best Kept wel waar men mee bezig is? We zien het Amerikaanse viertal dus nauwelijks, maar horen prettige pummelpunk die jakkerend en jagend van “boenketek” gaat, en op het einde al eens een grote alienpop door de deur achter het podium binnenlaat. Dan toch iets gezien.

Dansen doen we nog even bij de trance van DJ Ki/Ki, in het voorbijgaan stoppen we ook een momentje bij de queer pop van de Iconic-DJ Set in The Secret. Zien we in de parade zwaaiers met de Pridevlaggen ook BKS-directeur Maurits Westerik opzichtig de rand van het podium opzoeken.

Dààr is ie dus mee bezig.

Beeld:
Tom Leentjes, Geert Vandepoele

verwant

Osees

8 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

Porcelain ID

8 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

Slowdive

8 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

Library Card

8 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

The Mary Wallopers

8 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

recent

Shôgun – Seizoen 1

Het wil het Game Of Thrones van Disney+ worden,...

Justice

9 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

PJ Harvey

9 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

Gurriers

9 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

Tamino

9 juni 2024Best Kept Secret, Hilvarenbeek

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in