enola’s vijftig beste platen van de jaren ’10

Dit is het allerbeste wat het decennium heeft voortgebracht. Vandaag: 20 tot 11.

20. Joanna Newsom :: Have One On Me (2010)

Na het ambitieuze en polariserende doorbraakalbum Ys, met vijf songs van in totaal 55 minuten, volgde een ambitieus en polariserend driedubbel album, met achttien songs van in totaal 2 uur en een klets. Met nog rijkere arrangementen, waarmee Joanna Newsom haar harpgeluid en songschrijverij verdiept in plaats van verbreedt. Met haar meest toegankelijke materiaal uit haar oeuvre als gevolg, zoals het zelfs kwansuis catchy “Good Intentions Paving Company”. De schrille vocale uithalen van haar debuut zijn weg, en maken plaats voor bloedmooie zanglijnen. Dankzij dit derde album mag Newsom een van de strafste componistes van deze prille eeuw genoemd worden. Met Have One On Me scoort Newsom een foutloze hattrick binnen de hattrick van haar eerste drie platen. Niemand die haar dát heeft nagedaan in de jaren 2010. (pn)  

Hoogtepunt: Ga er maar aanstaan: achttien nummers brengen, waarvan geen énkele de plaat doet inzakken. De allerbeste? Wellicht de verstillend mooie slotsong “Does Not Suffice” zijn, omdat dat nummer alleen al na twee uur nóg een vers blik ontroering opentrekt.

Lees hier de recensie.

19. Cloud Nothings :: Here And Nowhere Else (2014)

Vernieuwend zijn Cloud Nothings allesbehalve. In hun garagerock schemert de invloed van de alternatieve gitaarrock uit de jaren ‘80 en vroege jaren ‘90 duidelijk door. Maar met frontman Dylan Baldi heeft de band wel een van de beste songschrijvers die in de jaren ‘10 op het voorplan kwamen. Nergens was dat duidelijker dan op de acht nummers van Here And Nowhere Else. Voorganger Attack On Memory werd opgenomen onder auspiciën van Steve Albini, en hier toonden ze dat ze de hand van de meester niet meer nodig hadden. Dit is een van die albums die bewijst dat gitaarrock nog niet helemaal dood is. Tussen rammelende chaos en onweerstaanbare melodieën is dit compacte album – een kleine 32 minuten, droog aan de haak – een van de beste rockplaten van de jaren ‘10. (bw) 

Hoogtepunt: “I’m Not Part Of Me”. Ergens in een parallelle wereld staat dit hoog in de plaatselijke versie van De Tijdloze.

Lees hier de recensie.

18. Lana Del Rey :: Norman Fucking Rockwell! (2019) 

Wat een verhaal, dat van Lana Del Rey het afgelopen decennium. Debuteren (nu ja, als Lana Del Rey toch) met het beschamend mooie “Video Games” en vervolgens beschimpt worden als zoveelste uit marketing opgetrokken popproduct. Haar debuutalbum Born To Die was slechts een gestameld tegenwoord. Daarna volgden concerten van wisselvallige kwaliteit. Ze was imposant op die eerste Werchter in 2012, een aanfluiting in Vorst in 2013, en een complete miscast als aperitiefhapje voor Springsteen op TW Classic in 2016.

Maar Lana Del Rey bleef steevast trouw aan haar eigen universum, mét songmateriaal dat in kwaliteit bleef stijgen. En alles culmineert in het quasi perfecte Norman Fucking Rockwell!, waarin ze fulmineert tegen het Amerika van vandaag, fleemt en flirt met liefjes die ze vervolgens fileert. Dat alles op een bedje van een verraderlijk nostalgisch-weemoedige sound. Del Reys vijfde plaat zet een uitroepteken achter haar status van een van de boeiendste, beste en meest enigmatische popartiesten van de jaren ‘10. (pn) 

Hoogtepunt: Vanaf de eerste lijnen, “Goddamn man-child, you fucked me so good that I almost said I love you”, ontvouwt zich haar univers noir als nooit tevoren, waarin een song als het haast bezwerende “Venice Bitch” negen minuten lang niet verveelt. Dit is geen plaat van hoogtepunten, maar van één mood. Hier wou ze dus al die tijd naartoe.

Lees hier de bespreking van “Venice Bitch”.

17. The National :: Trouble Will Find Me (2013)

Boxer was de doorbraakplaat, Hight Violet nog altijd de populairste, maar het was op Trouble Will Find Me dat The National zijn kunstje tot de perfectie sleep. De Dessners lieten hun gitaren rinkelen (“I Need My Girl”!), jagen (“Don’t Swallow The Cap”! “Graceless”!), en huilen (“Fireproof”!), Bryan Devendorf roffelde, klopte, en roerde tot alles woelig en onrustig voelde. Want dat hadden de teksten van Matt Berninger nodig. 

Nooit was de frontman immers zo on pointals op deze plaat, nergens scheerde hij de eenzame toppen die hij hier raakt. Ergens halverwege de veertig bezong hij een staat van leven waarin de onzekerheid altijd ergens aanwezig is onder dat schijnbaar rustige uiterlijk. Van het wrange koppeltje-koppeltje-daten in “Humilationa” naar de verlorenheid van “Pink Rabbits”; elk nummer raakt ergens wel die bijzondere plek waar het gevoel van herkenning zit. Een beetje zoals de Inner Monologue”-aflevering van Bojack Horseman je ook leerde dat we allemaal die stem hebben, zo was Trouble Will Find Me de troostende arm die je vertelde dat je niet alleen bent als de twijfel toeslaat. (mvs)

Hoogtepunt: “Slipped”. Hoe Berninger “I don’t need any help to be breakable, believe me”zingt. En hoe dat gevoel van radeloosheid zich verspreidt.

Lees hier de recensie.

16. Daughters :: You Won’t Get What You Want (2018)

Misschien wel de comeback van afgelopen decennium. Niet alleen omwille van het niveau dat You Won’t Get What YouWant haalt, en ook niet uitsluitend dankzij de nu al legendarische liveshows in de nasleep van deze release. Het is meer een kwestie van timing en tijdgeest. We worden om de oren geslagen door punkrevivalbandjes die weliswaar politiek geladen zijn, maar muzikaal niet baanbrekend of edgy genoeg om hun boodschap ook de kracht bij te zetten die we aan het einde van dit decennium nodig hebben. Enter Daughters, die liberaal met industrial- en noise-invloeden omgaan, maar er toch in slagen om númmers te maken. Energie, flarden tekst die je kunt meebrullen en een instrumentatie getuned op de setting ‘nachtmerrie’, die als geschikte soundtrack fungeert voor de huidige politieke krabbenmand. “I cry about it because I want to!” (mph)

Hoogtepunt: “Ocean Song”, het meest meeslepende en onheilspellende nummer uit dit album. Superlatieven die er mogen zijn, gezien de rest van de plaat zich kenmerkt door dezelfde adjectieven.

Lees hier de recensie.

15. Frank Ocean :: Blonde (2016)

Eerst streamde hij nog het experimentele visual album Endless, waarop je hem drie kwartier lang een wenteltrap kon zien monteren. Pas 48 uur later – en vier lange jaren na Channel Orange – loste Frank Ocean dan toch een volwaardige tweede plaat, deze keer in eigen beheer.  

Blonde klinkt even ongrijpbaar als zijn uitvoerder: de beats zijn wazig, de gitaren suggestief en de melodieën gloeien voorzichtig op. Maar tegen die achtergrond is Ocean zelf als een zonnevlam. Zijn bariton weerklinkt helder – dikwijls neigt hij zelfs naar een tenor. En hij zingt openlijk over zijn leven; zijn “every night shit, every day shit”. Blonde gaat over drugs nemen in de club, vervolgens op de grond gaan liggen en kijken naar de dansende voeten. Over dwalen door hotelgangen met je lief. En over “what it means to be alive on this side”: de wereld ervaren aan de andere kant van de norm, de kant in de kast.  

Meer dan eens laat deze plaat zich lezen als een gestileerd dagboek. De verklaring voor die transparantie komt op afsluiter “Futura Free”. Het tweede luik heeft weinig meer om het lijf dan een sample van Buddy Ross en enkele stemmen die in en uit een statische ruis ritsen. Iemand stelt vragen als: “Wat is je eerste herinnering?”, “Hoe ver is een lichtjaar?”, en “Wat doe je?” Op dat laatste antwoordt een goeie vriend van Ocean, hij kan nog geen twintig zijn: “Ik doe alles wat ik ooit wilde proberen”. Dat is precies wat Frank Ocean hier heeft klaargespeeld. Blonde was het wachten waard. (pvw)

Hoogtepunt: “Nights”, natuurlijk. Deel één verkeert in een euforische high, deel twee staart in de afgrond.

Lees hier de recensie.

14. Conor Oberst :: Ruminations (2016) 

Waren pijnlijk eerlijke teksten altijd al de schtick van Conor Oberst, op Ruminations staat hij helemaal bloot. Na een flinke gezondheidscrisis lag hij in het ouderlijke Omaha bij te komen, er was tijd om te mijmeren, piano en gitaar lagen binnen handbereik. Het is op die manier dat de demo’s tot stand kwamen, en in die twee dagen waarop ze werden opgenomen, veranderden ze niet veel. Dit is Oberst op zijn rauwst, transparantst, en – vlakaf – ontroerendst.

De tol van de roem wordt gewogen. Er wordt teruggeblikt. “I spread my anger like Agent Orange / I was indiscriminate”. Je merkt dat hij zich alleen voelt op die momenten. Hij observeert. Hij ziet jonge studentes in katzwijm vallen voor een prof, een huis dat verworden is tot toeristische attractie. En hij bijt. “You All Loved Him Once” is een nijdige afrekening met een volatiel publiek. En altijd is er die bibberige, wankele stem, en de Dylan-mondharmonica die Ruminations bijna ouderwets zouden doen voelen, als de urgentie niet heel erg nu zou spellen. (mvs)

Hoogtepunt: “Next Of Kin”. Oberst vertelt hoe hij als eerste bij een ongeval aankwam, beeldt zich het vervolg in, maar komt uiteindelijk toch weer bij zichzelf uit. De melodie is hartverscheurend.

Lees hier de recensie.

13. The National :: High Violet (2010)

Na het opmerkelijke succes van Boxer zorgden “Bloodbuzz Ohio” en heel High Violet voor de échte doorbraak voor The National, dat vervolgens een van de grootste bands van het decennium werd. Het hermetische geluid wordt opengetrokken, dezelfde live-uitbarstingen die de koortszweren op Boxer deden openbarsten worden nu ook op plaat toegelaten (“Terrible Love”).

De hermetische band reikt hier de hand naar een groter publiek, maar doet dat op eigen voorwaarden. Door het parcours van The National de jaren nadien, met platen en concerten die waanzin en weemoed laten voorgaan op dodelijk crowdpleasen, heeft High Violet de klassieke status verkregen die de plaat ondertussen verdient. (pn)

Hoogtepunt: “Afraid Of Everyone”: “With my kid on my shoulders I try not to hurt anybody I like / But I don’t have the drugs to sort it out”, waarna onweer dreigt los te barsten waarvoor u stiekem niet wil schuilen. Tenzij u de orkestrale climax van “England” verkiest natuurlijk. Dat kan ook.

Lees hier de recensie.

12. Arcade Fire :: The Suburbs (2010)

Toen ik zestien was, verhuisden we van een Brugse deelgemeente naar de groene rand. Villawijk in verkaveld groen, ver van de stedelijke verlokkingen; u kent het. Plots moest ik geen vijftien minuten, maar drie kwartier fietsen naar school, en mijn vriend Bert R. heeft me dat eerste jaar elke ochtend horen razen tegen de omgeving waar ik terecht was gekomen. Sorry daarvoor, Bert.

Vandaag heb ik nog altijd niets met de laatste plek waar ik ben terecht gekomen voor ik zelf beslissingen nam, maar ik ken er nog altijd elke hoek van het bos, elke sluipweg met de fiets. Het is wat me op het einde van mijn tienerjaren gevormd heeft. Waar ik ben geworden wie ik ben. Ik haatte het. Maar het is wel deel van mij. En daar gaat The Suburbs over, alle verschillen met de Amerikaanse sprawl ten spijt: over opgroeien in de gehomogeniseerde witte middenklasse en hun comformistisch minimaatschappijtje. Over hoe je dat wel kunt ontvluchten eenmaal je autonoom bent, maar hoe het altijd ergens diep vanbinnen zal blijven zitten.

Het is die mix van liefde en afkeer die The Suburbs in 2010 zo hard deed werken. “In the suburbs I learned to drive”, gaat een belangrijk zinnetje, en het zucht van de nostalgie. Elke hoek, elk sprietje gras, elke wandelbrug voelt bekend. Hier werd gekust, daar werd eerder gevochten of gekoerst met de fiets. Butler zingt het met affectie en weemoed, maar reflecteert net zo goed op het nu. “I raise the numbers of the modern man” “And you feel so right / But how come you can’t sleep at night?”. Het voelt allemaal te herkenbaar, brengt herinneringen uit je eigen jeugd boven. En het klinkt bovenal nog fantastisch.

Die strijkers van Owen Palett in “Rococo”! Die drive van “Ready To Start”! Hoe Régine Chassagne in “Empty Room” los de bocht in vliegt in het refrein! Meer nog dan zijn voorgangers is The Suburbs een muzikaal rijke plaat, maar waar het eerder ging van alles tegelijk, is elk nummer nu een andere kleur van dezelfde foto. Precies zoals de hoes van de plaat in verschillende tinten te krijgen was. Alles aan The Suburbs klopt. (mvs)

Hoogtepunt: “Half Light II”. Een cascade van synthesizers die opbouwt en blijft opbouwen. Slechts een lachwekkende dertien keer live gespeeld, maar wat een energie.

Lees hier de recensie.

11. Colin Stetson :: New History Warfare Vol 2.: Judges (2011)

Een tour de force. Beter kunnen we het album waarop Stetson de grenzen verlegde van wat je met een saxofoon kan doen. Nadat hij de voorgaande jaren een zekere bekendheid vergaarde als sessiemuzikant (Arcade Fire, Tom Waits) was dit de plaat waarop Stetson zijn eigen geluid perfectioneerde. Voor de opnames werden twintig (!) microfoons strategisch geplaatst naast Steton, op zijn saxofoon en op zijn lichaam. Daardoor krijg je niet alleen stuwende, schurende en pompende saxofoongeluiden; Stetson weet ze ook als percussie-instrument te gebruiken. Sharon Worden en Laurie Anderson leveren vocale bijdrages op enkele nummers, maar verder hoor je enkel Stetson. De ijzersterke songs – want dat zijn ze – zijn verrassend toegankelijk en zitten een pak dichter bij rockmuziek dan bij pure jazz. Heel af en toe verschijnt er eens een album dat een nieuw geluid laat horen. Dit is er zo één. (bw)

Hoogtepunt: Titelnummer “Judges” is niets minder dan een bezwerende trip.

Lees hier de recensie.

verwant

Cactusfestival 2025 :: Het gemak van elastieken beentjes

Never in a million fucking years dat wij Cactusfestival...

Flaming Lips

30 mei 2025De Roma, Borgerhout

'Fuck Yeah, Antwerp!' Voor de tweede keer spelden de...

Eindejaarslijstje 2024 van Matthieu Van Steenkiste

Als de inleiding van dit soort lijstjes één constante...

Eindejaarslijstje 2024 van Maarten Langhendries

Was 2023 een rotjaar, dan was 2024 een klotejaar....

aanraders

WU LYF :: A Wave That Will Never Break

Omarm wat er gebeurt, kijk niet om. Dat Wu...

The Haunted Youth :: Boys Cry Too

"You broke my heart and I broke yours": dat...

Kneecap :: Fenian

Snoeihard gaat Kneecap tekeer op zijn tweede album. Wie...

My New Band Believe :: My New Band Believe

Het bezwijken van progrockvehikel Black Midi onder het gewicht...

Aldous Harding :: Train On The Island

Plaat na plaat blijft singer-songwriter Aldous Harding verbijsteren. Goed,...

recent

Merethe Lindstrøm :: Dagen in de geschiedenis van stilte

Een vrouw leeft met een langzaam dementerende echtgenoot. Diezelfde...

The Me in You

21 mei 2026Het Depot, Leuven

De bloedmooie, uiterst melancholische droompop van het Hagelandse The...

Antony Gormley. Geestgrond :: KMSKA – Antwerpen

Toen het vernieuwde Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen...

The Beloved (El Ser Querido)

Blijkbaar doen films over regisseurs die hun persoonlijke familiale...

Star Wars: The Mandalorian and Grogu

Flashback naar 2015: Disney domineert de bioscoopkalender met Marvel-titels...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in