Gedeeltelijke remake van de Telugu-hit Bhagavanth Kesari uit 2023, maar dan nu gedraaid in het Tamil. Net als in het origineel staat de bloedige vete centraal tussen een voormalige politieagent en een lokale corrupte politicus, al wordt er nu wel een pak extra plot aan toegevoegd over een geheim – uiteraard door aartsvijand Pakistan gefinancierd – plan om de Indische maatschappij te doen uiteenvallen door onderlinge rassenhaat en religieuze breuklijnen. In verschillende flashbacks ontvouwt zich een ingewikkelde voorgaande relatie tussen de protagonisten en alles eindigt in een naar sciencefiction neigende finale die gebukt gaat onder een pak rotslechte CGI.
Dat doet er eigenlijk allemaal heel weinig toe want de reden waarom 23 juli 2026 aangestipt stond in de agenda van de wereldwijde Indische diaspora – en waarom Kinepolis speciale screening-events hield van Jana Nayagan – is hoofdrolspeler Joseph Vijay, aka Thalapathy Vettri Kondan, aka TVK of kortweg The Commander. De uiterst populaire Vijay richtte een politieke partij op waarmee hij ook de verkiezingen won in de Tamil-deelstaat en waarmee hij zich opwierp als een man van het volk die tegen de corrupte instituties vecht. Hij werd premier van Tamil Nadu (een schilderij van voormalig premier en acteur M.G. Ramachandran helpt hem hier symbolisch een handje op een cruciaal moment) en kondigde zijn pensioen aan als acteur, wat van Jana Nayagan (De Volksheld wat genoeg zegt op zichzelf) zijn laatste film maakt. Het is tegen die achtergrond dat de wat belerende en ideologisch afwijkende toon van dit drie uur durende spektakel moet gelezen worden, aangezien alles is opgebouwd rond de persoon Vijay, eerder dan de rol die hij speelt. Dat verklaart ook meteen het enthousiaste gegil en gejuich in de zaal iedere keer dat TVK de wapens opneemt tegen een gecorrumpeerde ambtenaar of zijn wijsheid laat schijnen over de Indische maatschappij.
Met al die elementen is het een pak makkelijker om Jana Nayagan in het juiste perspectief te plaatsen. Aan de ene kant past de prent helemaal in de traditie van de moderne Indische blockbuster die een stijl steeds verder doordrijft waarin actie enkel nog bestaat uit half vertraagde beelden die een maximale directe impact beogen. Barokke overdaad is natuurlijk altijd al een kenmerk geweest van de populaire cinema uit het subcontinent, maar vooral het laatste decennium evolueert alles naar een iconografie waarin soms nauwelijks nog een coherente scène te herkennen is: er zijn delen van Jana Nayagan die enkel en alleen uit poses lijken te bestaan die op optimale manier het heroïsme van Vijay moeten benadrukken. In veel gevallen werkt die benadering ook – een broeierig gevecht in het oerwoud, een reeks brutale confrontaties met de plaatselijke variant op de maffia – en wie dat stilisme als een hoeksteen aanvaardt, kan de virtuoze toepassing ervan bij momenten enkel maar bewonderen. Veel minder geslaagd is het idee om dat alles te gaan combineren met door computer gegenereerde beelden, waardoor een soms onleesbare visuele chaos ontstaat die de film danig onderuit dreigt te halen.
Los van die vormelijke bedenkingen, is er ook de vaststelling dat dit spektakel afwijkt van de huidig gangbare ultrapatriottische en ultraconservatieve retoriek in de hedendaagse Indische cinema. Pakistan zit hier andermaal achter de machinaties, maar de boodschap hier is er een van solidariteit eerder dan verdeeldheid. De redding moet komen van het aanvaarden van de diversiteit van de Indische maatschappij, voorwaar een idee dat je niet meteen zal vinden in recente hits als Fighter of Jaat. Meest opvallend is wel dat in een land dat nog steeds gebukt gaat onder uiterst problematische omgang met geweld tegen vrouwen, hier een duidelijke stellingname te vinden is tégen die situatie. Dat gebeurt met de subtiliteit van een bulldozer (Vijay geeft letterlijk een speech voor jonge meisjes) maar het is en blijft een opvallende toonwijziging, ook al omdat hier de vrouwelijke personages echt wel veel minder geseksualiseerd zijn dan in gelijkaardig Indisch vertier.
Tot slot spreekt het ook voor Jana Nayagan dat de neiging om steeds minder echte muzikale nummers op te nemen in de actie – iets wat het DNA van de Indische cinema echt wel aantast – hier wordt tegengegaan. De centrale choreografie die de film halverwege in twee deelt mag er absoluut zijn en is een brok weldadige overdaad aan coloriet die je in moderne Amerikaanse cinema helaas te weinig aantreft.



