Hallo iedereen, hier is Huarinami! Neen, geen Japanse schrijver over katten en koffiebars, maar wel een kuikenfris Frans-Londens indieduo. Op hun tweede EP nothing happens gaat het van lieflijke radiopop naar wijsheidstand-verbijzelende fuzzrock, en zo mag het wat vaker zijn. We hopen wel dat u op voorhand regelmatig uw intervaltrainingen gedaan hebt.

Zelfdwarsbomen, het blijft toch een bizarre fascinatie van het geslacht Homo Sapiens. Zeker binnen de muziekwereld kunnen ze er wat van: splitten, in de bak gedraaid worden of overlijden. Maar het kan ook minder extreem, namelijk in de keuze van je bandnaam. Zo kan je er eentje nemen die compleet onuitspreekbaar of onmogelijk te Googlen valt (??? of STUFF.), een die werkelijk niemand op de affiche wil hebben staan (Air Traffic heette eerst Sister Fister en Preoccupations maakte niet altijd vrienden in Amerika met Viet Cong), en uiteraard kan je ook gaan voor iets wat je zelfs na zes keer herhalen niet gaat onthouden: maak kennis met Huarinami.
Het blijkt bij die laatste om een bende jonge Franse wolven uit Londen te gaan. Niet dat we dat niet zelf hadden kunnen raden: het Frenglish spat er vanaf bij zangeres Pauline Janier. De band draait rond het duo Janier – Kevin Siou op gitaar, en wordt live bijgestaan om tot een voltallige podiumbezetting te komen. Als we er dan nog bij vertellen dat ze art rock maken, hevig gedopeerd met nillies indie-invloeden en dat Janier meestal een zagerig maar lieflijk meisjesstemmetje hanteert, voelen we nattigheid – hier lezen we verdacht veel parallellen naar Bar Italia in.
En toch. Beluister hem maar eens, die tweede EP nothing happens, net in de ether gedropt. Jazeker, de nihilistische teksten en het ‘kunstacademie meets lofi garage rock’-sfeertje van bijvoorbeeld The Strokes vieren hoogtij, maar het is toch allemaal een stuk snediger. Een beetje wat we gehoopt hadden te horen bij die Bar Italianen toen we hen voor het eerst aangeraden kregen. Zo hoor je bij Huarinami ook al eens wat hard – en zelfs stonerrock in de gitaarsolo’s. Die opener “Tasty”, heerlijk hoe die onze jeans tot rafelige driekwartsbroek degradeert! Dit hadden bijvoorbeeld Cedric Maes bij El Guapo Stuntteam of Ty Segall en King Gizzard nog wel uit de lampenversterkers durven jagen. Nog eentje? Vooruit, die intro van “FUN” doet ons broekwerk nog verder degraderen tot een publiekelijk amper acceptabel cut-off shortje.
Al moet je tussen die kopstoten wel het meer afgeborstelde kantje van de band uitzitten. Op zich leuke, poppy indierock, maar misschien net niet speciaal genoeg om lang overeind te blijven. Zo komt ”All That Jazz” wel erg diep in Bar Italia’s vaarwater, en is die eerder vernoemde “FUN” ook wat mak vlak na die intro. Afsluiter “Carried Away” is dan weer lekkere balorige punk richting Amyl and the Sniffers, maar minder grof gebekt. Goed geprobeerd wel; we geven het het voordeel van de twijfel.
nothing happens is dus een lekker nijdig plaatje, zeker het beluisteren waard. Huarinami heeft zich bij deze op onze radar gevestigd en we hopen dat ze daarop driftig blijven pinken. Ergens hebben we de vrees dat ze wat tussen twee soorten publiek in vallen, met hun aanpak van ‘poppy indie – snijdende fuzzrock – weer poppy indie’, maar goed – de band heeft slechts twee djoefen van onder het kwartier op de wereld losgelaten, dus er zijn nog wel wat open wegen. En oh ja, nog even terugkomend op dat zelfdwarsbomen: hou het maar bij enkel die moeilijk te onthouden bandnaam. Geen nood om de categorie ‘in de bak gedraaid of overleden’ af te vinken.




