The Personal History of David Copperfield

Armando Iannuci’s adapatatie van Dickens ‘rags to riches’-klassieker, barst van levenslust, flamboyante personages en vindingrijke kwinkslagen. Zonder oneer te doen aan het Victoriaanse basiswerk, zette hij het materiaal naar zijn hand tot een ode aan de Dickens.

David Copperfield verscheen als feuilletonnovelle tussen 1840 en 1850 als – adem even heel diep in – The Personal History, Adventures, Experience and Observation of David Copperfield the Younger of Blunderstone Rookery (Which He Never Meant to Publish on Any Account). Przewalskipaard’ krijg je zelfs gemakkelijker over je lippen, dus hield Iannuci het netjes op The Personal History of David Copperfield. Het is een verhaal van bijna twee eeuwen oud en ondanks de ongemakkelijk ogende outfits en de paardenkoetsen, voelt die ‘persoonlijke geschiedenis’ razend universeel.

David Copperfield is Dickens’ meest autobiografische werk, maar ook ‘textbook’ Dickens: een verhaal van goed tegenover slecht, over het beklimmen van de sociale ladders in de gortige uitwassen van het vroegkapitalisme, verpakt in een romantisch bildungsverhaal. David Copperfield (heerlijk vertolkt door Slumdog Millionaire revelatie Dev Patel) wordt als jongeling verstoten door zijn stiefvader, belandt in kinderarbeid, maar vindt dankzij zijn literair talent en charme algauw zijn weg naar de elite. Hij blijft echter worstelen met de schandvlek van zijn armzalige jeugd. Op papier klinkt het als een stoffig kostuumdrama dat via de duisterste uithoeken van de maatschappij een moraliserend verhaal zal vertellen dat u beschaamd voor de spiegel wil plaatsen.

Heel weinig van dat in Iannuci’s versie. Hij schuwt de lelijkheid van Copperfields levenspad niet, maar de aandacht gaat vooral uit naar de excentrieke personages die hij ontmoet en Copperfields zoektocht naar aarding op de Engelse bodem. Mrs Trotwood (Tilda Swinton) die kong-fu uitoefent op ezels die haar domein betreden en Mr Dick (Hugh Laurie) die gelooft dat King Charles I in zijn hoofd verblijft, zijn uitstekende metgezellen die Davids doffe realiteit een pak kleurrijker maken.

Dat Iannuci (verantwoordelijk voor Veep en The Death of Stalin) geen al te hondstrouwe lezing van Dickens zou geven, was gezien zijn voorgaande treffers allicht in de sterren geschreven. Zo zet hij onder meer het spotlicht op de scherts in Dickens werk, een veruit onderbelicht kenmerk van zijn literatuur. Met een amper bij te houden tempo razen we door Copperfields jeugd, waarbij groteske slapstick afwisselt met kleine en grote trauma’s, onredelijke verliefdheid en troost. Dat terwijl de weelderige kleuren van het feloranje kleed van Trotwood en haar pastelkleurige huis van het beeld spatten, en Iannuci met kleine ingrepen telkens weet te verrassen. U zal naar adem happen, maar ook de allergrootste moeite hebben om die gigantische grijns van uw gezicht te wrijven.

Tot slot, de olifant in de kamer, die als het erop aankomt misschien toch maar een mug is: het kleurenblind casten. Is het accuraat om mensen van Aziatische en Afrikaanse origine te casten in de elite van Victoriaans Engeland? Uiteraard niet. Toch is de interpretatie dat de multi-etnische cast een cynisch gelijkheidsstatement is, maar één (vrij simplistische) interpretatie. Als het verhaal gaat over het universele streven om ergens bij te horen, dan is een 21e eeuwse-film met een niet louter witte cast niet eens zo’n ontrouwe ingreep naar het werk toe. Naar eigen zeggen koos Iannucci overig simpelweg de acteurs die het best waren voor de rol. En gezien de sterrencast en de minder gekende gezichten zichtbaar in hun nopjes zijn, lijkt dat geen slechte castingtechniek.

Iannucis ongeremde en oprechte adaptatie is een van zijn meest geslaagde werken tot nog toe. De eigenzinnige geest van Dickens stroomt duidelijk door deze interessante cineast, die net door het breken van de regels eer heeft gedaan aan een de grootse, tijdloze geschiedenis, avonturen en ervaringen van David Copperfield.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + twee =