Darius Jones Trio :: Big Gurl (Smell My Dream)

Aum Fidelity, 2011

De dood van saxofonist John Coltrane in 1967 betekende méér dan
het einde van een bewogen leven. Het jaar markeerde eveneens het
einde van een memorabel tijdvak in de jazzgeschiedenis. Stilaan
werd duidelijk dat het genre, in de jaren voorafgaand aan
Coltrane’s dood, voorgoed veranderd was. Bebop was op sterven na
dood en een versplintering had ervoor gezorgd dat iedereen zich
terugplooide op een subgenre binnen de overkoepelende term jazz.
Het jammerlijke overlijden van de grootmeester wierp ook de vraag
op wie in de komende jaren in de voetsporen van de grootmeester zou
treden. En zoals dat met alle grote vragen gaat, is daar nooit echt
een eenduidig antwoord op gekomen.

Coltrane was zonder twijfel een buitengewoon muzikant. Een man
die met zijn jazz classics (‘A Love Supreme’, ‘Giant
Steps’) een groot publiek kon aanspreken en daarnaast ook de
avant-gardistische stroming nieuw leven in blies door een
opeenvolging van grensverleggende albums (‘Ascension’,
‘Meditations’). De verklaringsgrond voor zijn impact op jazz ligt
misschien in de paradox van zowel het grote publiek als de niche te
kunnen bespelen.

Het verenigen van experiment met toegankelijkheid is een
uitdaging waar zelfs hedendaagse artiesten nog mee worstelen.
Sommigen schurken aan bij de mainstream jazz, en laten daarmee de
klassieke bop herleven, terwijl anderen zich beperken tot
veeleisende experimenten die slechts een kleine schare liefhebbers
aanspreken. Wie is er nog in staat om beiden succesvol te
combineren? Af en toe duikt er gelukkig zo’n ruwe diamant op die
voor harmonie en vereniging zorgt. Toen saxofonist Darius Jones met
zijn trio in 2009 het debuutalbum ‘Manish Boy’ uitbracht, ontlokte
dat enige opwinding bij jazzcats. De plaat klonk
buitengewoon vertrouwd door ritmes ontgonnen uit de Afrikaanse
bakermat, en evenzeer door talrijke invloeden geplukt uit blues,
gospel en soul. En toch combineerde Jones die schijnbaar lage
drempel met een bijzonder gevoel voor originaliteit en experiment.
De nieuwe en langverwachte messias?

Twee jaar later is er ‘Big Gurl’, een album die dezelfde
combinatie belichaamt en verder bouwt op het succes van het debuut.
De schok is intussen wat gaan liggen, de gemoederen zijn al wat
bedaard, en toch blijft Jones indruk maken met zijn originele stijl
en aanpak. De eerste saxofoontonen van openingsnummer ‘E-Gaz’
leggen de lat onmiddellijk hoog en bieden bijna een gelijkaardig
genot als luisteren naar ‘Lonely Woman’ van Ornette Coleman. Het
trio speelt in relatieve autonomie van elkaar: ieder instrument
voegt een laag toe aan het geheel. De korte melodieuze oprispingen
van Jones op de saxofoon schakeren met het dynamische ritme van
bassist Adam Lane en de snel opeenvolgende percussieslagen van
Jason Nazary. De drie artiesten gaan al behoorlijk ver en raken op
het einde van de compositie verwijderd van hun oorspronkelijke
uitgangspunt. Jones orkestreert die overgang van verfijning naar
brute, onbewerkte kracht door een veelheid aan noten die als geheel
pas echt beweeglijk klinken.

Het psychotische einde van ‘E-Gaz’ staat daarentegen in sterk
contrast met de zacht opbouwende ballade ‘Michele Heart Willie’.
Het register dat Jones hier bestrijkt is wederom breder dan de
gemiddelde jazzsaxofonist: hoge, scherpe en venijnige tonen
flakkeren op in een overigens zeer melodieuze en bedwelmende
compositie. Het trio zorgt ervoor dat de nummers uitgekleed
klinken, zonder essentiële onderdelen weg te snijden. Het minimale
geluid gaat bijzonder goed samen met de warmte en passie die de
saxofoonsolo’s van Jones uitstralen.

Hoewel de eerste nummers voor een bevredigende opening van ‘Big
Gurl (Smell My Dream)’ zorgen, merk je toch dat het tweede deel van
het album steviger in zijn schoenen staat. ‘A Train’ schudt de
luisteraar pas volledig wakker, met een scherpe, flitsende melodie.
Opmerkelijk is ook het veelvuldige gestrijk op de bas, dat het
nummer een apart karakter meegeeft. Op ‘I Wish I Had a Choice’
toont Jones dat hij enigszins als charmante muzikant uit de hoek
kan komen, naast de bruisende kracht van zijn experimentele
stukken. ‘I Wish I Had a Choice’ voelt bijzonder persoonlijk aan;
het is als een emotioneel relaas dat schreeuwt om affectie en
betrokkenheid. Een pittige Nazary creëert de drive van het
nummer, terwijl Lane voor continuïteit zorgt en Jones de passie op
zijn saxofoon predikt.

De ietwat mysterieuze opening van ‘My Special D’ wekt
onmiddellijk de aandacht, vanwege het coole maar nagenoeg
onpeilbare gedrag van de muzikanten. Jones brengt een stroom op
gang die als een trage pletwals de oren bereikt. Zijn traag,
meditatief uitblazen staat in schril contrast met het bijna
hyperkinetische karakter van Nazary’s percussie. Wat het nummer
boven de rest doet uitstijgen, is het subtiele spirituele gevoel
van het begin en de manier waarop de aparte delen op het einde
allemaal samen komen in één grote brok agressie, hysterie en
chaos.

‘Chasing the Ghost’ zal voor de aandachtige luisteraar
ongetwijfeld een reminiscentie oproepen. Het nummer prijkte al op
het vorige album, maar keert nu terug in een langere versie die een
aantal nieuwe klemtonen legt. De melodie slaat nog steeds aan vanaf
de eerste seconde, en de compositie flirt geregeld met noise jazz.
Het uitgepuurde oerkarakter van het geheel maakt ‘Chasing the
Ghost’ echter een uiting van bakermatmuziek, zoals we die dit jaar
enkel nog maar bij Matana Roberts hebben gehoord. Waarom Darius
Jones ervoor heeft geopteerd om ‘Chasing the Ghost’ nogmaals op te
nemen, is een raadsel (en misschien wel een teleurstelling, een
hele kleine tenminste), maar de voodoo-magie van de instrumenten
heeft nog steeds niets aan kracht ingeboet.

Afsluiter ‘Ol’ Metal- Faced Bastard’ wekt een gevoel van
continuïteit op, omdat de bas van Lane na zeven minuten terug
aanbelandt bij het startpunt. Het nummer draait echter volledig om
de tocht: drie muzikanten die voor een bepaalde tijdspanne risico
en avontuur opzoeken. Jones verschuift alle bestaande ordes met
zijn saxofoonspel, dat klinkt als een stroom van protest.

Is ‘Big Gurl (Smell My Dream)’ de verhoopte opvolger van Darius
Jones Trio? Het album lost moeiteloos de verwachtingen in, zonder
de continuïteit met het debuutalbum uit het oog te verliezen. Toch
is het duidelijk dat het ene nummer meeslepender is dan het andere.
Daarnaast was een herwerking van ‘Chasing the Ghost’ interessant,
maar niet per se noodzakelijk. Darius Jones blijft ongetwijfeld de
te beluisteren saxofonist van het moment, al blijft onze voorkeur
uitgaan naar het debuut ‘Manish Boy’.

http://www.aumfidelity.com/
http://www.myspace.com/blackdajones

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 3 =