Braids::Native Speaker

”Braids” betekent “vlechtjes” in het Engels. En wie vlechtjes zegt, denkt onvermijdelijk aan Pippi Langkous. Die had blijkbaar een rol in The Blairwitch Project.

Zo klinkt de eerste langspeler van dit viertal uit Montreal toch. Neem nu “Lemonade”. Het trapt af met spooky, borrelende en bubbelende synths waarna Raphaelle Standell-Preston haar feeërieke, wat naïef klinkende stem drapeert over een met galm overladen¬¬¬¬¬¬ midtemponummer dat doet denken aan Animal Collective. Het speelse, het extatische van die Brooklynhipsters klinkt duidelijk door in deze opener, met dat verschil dat Standell-Preston en co. toch meer opereren binnen het strofe-brug–refreinstramien. Ze omschrijven als een doorslagje zou de band echter tekort doen.

Dat bewijst het volgende — overigens schitterende — nummer. Op “Plath Earth” worden door tremelo verhakkelde synths, een van echo doordrenkte gitaar, de heerlijk sexy stem van Raphaëlle en een harp op zo’n manier verweven dat het nummer een geheel eigen wereld oproept. Denk aan Pippi die je onbezorgd ziet hinkstapspringen, terwijl het gras nog nat aanvoelt maar de nevel langzaam optrekt. Ze laat wel verdachte voetafdrukken na; is het gewoon rode verf of vers bloed? Zoiets dus. Braids zijn ook tressen en het volgende nummer, “Glass Deers”, zou je zo kunnen omschrijven. Het zet in met een loop in reverse, donkere wolken pakken samen in de vorm een dreigende drone en dan klaart het op. De tokkelende gitaar van Taylor Smith, lieflijk klinkende percussie, een jazzy drum en opnieuw die harp klitten samen en begeleiden Preston terwijl op de achtergrond de loop blijft meedraaien. Naar het einde toe gaat het tempo omhoog; drummer Austin Tufts zet een marsritme in en de staccatogitaar werkt samen met repetitieve oehoes naar een heerlijke climax toe. Minimale middelen en toch een prisma van geluid oproepen, faut le faire.

Met het titelnummer gaat het tempo weer liggen. Op het eerste gehoor gebeurt er ook weinig; de mooie samenzang van de groepsleden drijft op een in — alweer — reverse afgespeelde pianoloop, een toefje etherisch aandoende synth van Katie Lee en that’s it. Maar daaronder kolkt het en word je door allerlei creepy klanken het nummer ingezogen. Stille waters, diepe gronden. Ook “Lammicken” klinkt beklemmend. Met zijn lome monotone beat, diepe bassen en noise zou het niet misstaan op Volta van Björk. “Same Mum” klinkt minder zwaar op de hand en verrast met een Vampire Weedkendachtige gitaarriedel. Dat riffje wordt gedragen door een ronkende bas en het nummer leunt vocaal — in de zin van samenzang en geëxperimenteer met galm op de stemmen — wederom dicht aan bij eerder genoemde New Yorkse band. Hoewel het doet denken aan wat Tom Verlaine deed op Round, valt de instrumentale afsluiter “Little Hand” in vergelijking met de rest wat licht uit en had eigenlijk niet gehoefd.

De muziek op deze eerste van Braids is niets nieuws onder de zon en als er dan een etiket moet opgekleefd worden, laat het dan dreampop zijn. Er is nog wat werk om een eigen smoel te krijgen, maar Native Speaker werd een erg fijn plaatje. Preston en de hare hebben zonder twijfel nog groeimarge. Een groepje om in het oog te houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 14 =