Eric Revis :: City Of Asylum & In Memory Of Things Yet Seen

Dat de zijstapjes met Peter Brötzmann (live) en Jason Moran, Nahseet Waits en Ken Vandermark (op Parallax) geen tijdelijke foliekes waren, heeft bassist Eric Revis duidelijk gemaakt. Intussen heeft hij die exploten immers ook al opgevolgd met twee extra albums op Clean Feed: City Of Asylum met pianiste Kris Davis en percussieveteraan Andrew Cyrille, en dan nog het splinternieuwe In Memory Of Things Yet Seen van zijn Quartet met Darius Jones, Bill McHenry en Chad Taylor. De twee albums laten elk een andere kant zien van Revis, maar creëren samen een duidelijker portret van hem.

Het mooie aan City Of Asylum is dat het zo spontaan tot stand kwam. Revis speelde samen met Cyrille en vroeg zich af hoe het zou zijn om een trio te vormen met de in New York gebaseerde Davis. Het resultaat was een pianoplaat met een opmerkelijke vrijheid en naturel, een hypersensitief verkeer van ideeën en suggesties. Met een opener als “Vadim”, gedragen door Revis’ potige basbehandeling en subtiel cimbalenwerk van Cyrille, maar tegelijkertijd ook het ongrijpbare spel van Davis, wordt meteen de toon gezet. Davis speelt hier minder in de lengte dan op haar eigen albums, wat zeker in “Egon” leidt tot muziek die je voortdurend ontglipt. Dat wordt echter mooi in balans gebracht door een paar opvallende covers.

Monks “Gallop’s Gallop” begint vrij traditioneel, maar Davis verlaat al spoedig het terrein van de conventionele interpretatie om de overstap te maken naar haar eigen terrein. Nog mooier is hier de versie van Keith Jarretts’ “Prayer”, een delicate ballade die zo afgemeten en voorzichtig uit de doeken gedaan wordt dat je het gevoel krijgt dat het, net als Coltrane’s “Psalm”, haast een muzikale voordracht van een gedicht vormt. Bloedmooi. Revis’ eigen “Question” voert de drie dan weer terug naar Monk-achtig terrein. En het blijft doorgaans een combinatie die goed werkt: composities die spontaan klinken en improvisaties die zo mooi ‘kloppen’, dat ze uitgeschreven klinken.

City Of Asylum is dus avontuurlijk en vrij, maar blijft door dat losse fundament niet altijd even lang hangen, en dan kunnen de stukken die een dominant element hebben natuurlijk het verschil maken. In “Sot Avast” is dat Revis’ donker geschraap, dat snel de flair van een dreigende mars krijgt waar zijn kompanen rond kunnen dansen. In het titelnummer heeft een motiefje in het hoogste basregister dan weer iets van een viool, waarmee het stuk richting repetitieve kamermuziek gestuwd wordt. City Of Asylum is niet over de hele lijn even toegankelijk, maar laat wel een trio horen dat in geen tijd een eigen en gefocust universum op poten zette, waardoor het ook net iets homogener uitpakt dan Parallax.

In Memory Of Things Yet Seen, opgedragen aan een aantal recent overleden artiesten zoals Amiri Baraka, Kalaparusha Maurice McIntyre en Roy Cambell, laat een heel ander geluid horen. Niet enkel omdat Revis zich laat bijstaan door twee saxofonisten, maar ook omdat hier opnieuw (vooral) de weg van de compositie bewandeld wordt. Slechts twee van de dertien tracks zijn improvisaties. Door een iets meer gestroomlijnde aanpak en duidelijke thema’s neigt het album iets meer naar een conventioneel jazzgeluid, maar het is nog altijd wat avontuurlijker dan het werk van Revis’ broodheer Branford Marsalis, die wel op twee tracks meespeelt.

Het album gaat van start met het eerste deel van “The Tulpa Chronicles”, een korte vibrafoonintro waar een melancholisch blazersthema op gelegd wordt. Het tweede stuk, halverwege de plaat, is een kort brokje dat verdeeld wordt in een korte bassolo en een compact groepsstukje, terwijl het derde stuk het basfiguur van “Sot Avast” uit City Of Asylum recycleert. De band speelt ook een paar interpretaties van werk van Sunny Murray (“Somethin’ Cookin’”) en Sun Ra (“The Shadow World”), maar maakt eigenlijk minstens evenveel indruk met eigen werk.

In “Hits”, een machtig voorbeeld van Revis’ gespierde meesterschap op de bas, krijgen de sirene-uithalen van de blazers gaandeweg meer coherentie en ruimte, tot ze uiteindelijk belanden in een bruisende lap freejazz die ei zo na uit z’n voegen barst, met zeurende en zingende saxen die heftig sticulerend rond elkaar springen. Meteen daarna laat “Son Seals” een heel ander geluid horen: funky afgemeten en bluesy struinend, met knappe tempowisselingen van Taylor en vurige saxsolo’s. Jones’ eigen “Hold My Snow Cone” lijkt aanvankelijk weinig om het lijf te hebben, maar dan komt natuurlijk weer het moment dat hij die instant herkenbare gospelschoonheid laat schallen.

En zo zijn er nog wel een aantal stukken die elk hun eigen hoekje afbakenen: een zachtaardig, pastoraal aandoend kortverhaal binnen “3 Voices”, koortsige saxfurie in “FreeB”, dat door die drie saxen meteen een immense klankenrijkdom krijgt, en dan is er nog McHenry’s statige afsluiter “If You’re Lonesome, Then You’re Not Alone”, dat ondanks de ritselende percussie en dreigende bas haast een breekbare elegantie krijgt door de zachtjes rond elkaar wentelende saxen. In Memory Of Things Yet Seen is daardoor een album dat het gamma beslaat tussen rechtlijnige(r) roots, uitbundige freejazz en een meer bedachtzaam impressionisme, maar nooit z’n samenhang verliest. Een knap visitekaartje van een straffe band met een volstrekt eigen sound.

Het Eric Revis Quartet speelt op 14 maart in het Bimhuis (Amsterdam) en op 18 maart in De Singer (Rijkevorsel).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 14 =