Spinvis :: Dagen van Gras, Dagen van Stro

Een hobby: het klinkt nog altijd als iets waar mannen en vrouwen op leeftijd zich aan wagen. In hordes drummen ze zich naar centra waar cursussen bloemschikken, pottenbakken of creatief zijn met kurk gretig aftrek vinden. De iets stoerdere oudere leeft zich uiteraard uit in een rockbandje alwaar hij met kompanen en trillende stem rebelse liederen van weleer kweelt.

Het had voor de prille veertiger Erik de Jong eenzelfde pad op kunnen gaan, ware er niet Excelsior geweest. Het Nederlandse label zag wel brood in de knutselpop van de Jong en verzamelde diens huisvlijt op het wondermooie Spinvis. Een schot in de roos overigens, want niet alleen de verzamelde critici smolten weg bij zoveel huisvlijt, ook de muziekminnende Lage Landen lustten wel pap van Spinvis’ surreële schetsen.

Een kleine drie jaar later is er het beruchte moeilijke tweede album, Dagen van Gras, Dagen van Stro. de Jong is echter oud en wijs genoeg om niet in de val te trappen en maakt van dit album dan ook geen doorslagje van Spinvis, maar laat de songs voorzichtig hun eigen weg gaan.

Het is even schrikken wanneer Spinvis zich na een voorzichtig "Ik wil alleen maar zwemmen" overgeeft aan de bizarre rock van "Kom in de cockpit", een nummer dat zelfs na verschillende luisterbeurten weerbarstig weigert zich naar een of ander oordeel te plooien. Gelukkig komt daarna het weemoedige "Aan de oevers van de tijd" langs geslenterd, de handen nonchalant in de broekzakken terwijl de gedachten dwalen: "Aan de oevers van de tijd keek ik om me heen, ik wachtte aan de kant, aan de oevers van de tijd en alles ging voorbij, verloor zijn naam en spoelde aan, aan de oevers van de tijd hing ik maar wat rond."

Een vreemde tristesse lijkt zich van de Jong meester gemaakt te hebben, want ook in "Het voordeel van video" overheerst een droeve blik: "Mist u iemand die al weg is, al heel erg lang (..) ik ken de kamer waarin u woont en als u huilt aan de telefoon, u danst zo mooi soms" maar deze keer mag de gitaar voorzichtig scheuren terwijl de Jong het monkelende spreken zowaar inruilt voor breekbaar gezang. In "Flamingo" knoopt hij na de nostalgie van het titelnummer nog eens geluidjes aan elkaar tot een licht verteerbaar geinig ding dat zich onmiddellijk in het hoofd nestelt en ons in een goede luim brengt.

"De zevende nacht" dimt het kamerlicht zodat schuchtere geliefden dichter tegen elkaar kunnen aanschuiven. "Bijt mijn tong af" speelt met jaren tachtig elektronica en de new romanticsbeweging terwijl het instrumentale "Explicateur" de kwetsbaarheid laat aanzwellen tot het in "De tuinen van Mexico" net niet vals afbreekt. Het buitenbeentje van dit album is evenwel het bevreemdende sprookje "Lotus Europa" waarin de Jong zijn voorliefde voor surreële verhalen ten volle uitleeft terwijl hij een uitje naar het zwembad beschrijft.

Weg is de geinige knutselpop van weleer. Een breekbaar kijken zonder monkellachje overheerst het album. De dunne lijn tussen tragedie en pathetiek wordt op Dagen van Gras, Dagen van Stro met vaste tred bewandeld. Spinvis is niet langer de kleine hobbyist die in zijn kelder of garage met bandjes en gedateerde elektronica in de weer is, maar een volwaardig songschrijver. Eentje die als geen ander het kleine leven weet te schetsen met milde pen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =