De nieuwe Gilla Band in drie woorden? Beste. Lawaai. Ooit. Neen, serieus.
Lawaai was het altijd al, van bij debuut Holding Hands With Jamie, en het is er niet op veranderd met opvolgers The Talkies en Most Normal. Vier jaar later pikken de heren de draad op waar ze hem lieten liggen, en blaast “The Angelus” op het ritme van een kit vol snaredrums de deuren uit hun hengsels. Welk instrument wà t doet – en ja, dat is echt dat verbaasde, zelfs onthutste “wà t???” met drie vraagtekens – is zoals altijd een gok, maar het klinkt goed.
Een kamer verder dendert “Placeholder” op een soort Mr. Oizo-beat, en je beseft dat het geen toeval is dat Gilla Band al van vroeg in zijn carrière de dancehit “Why They Hide Their Bodies Under My Garage” van Blawan coverden. Hier is geen rockband aan het werk, dit is producersmuziek; het resultaat van bezeten puzzelwerk in de studio, waarvan de stukken toevallig door echte muzikanten worden gespeeld.
Die drumcomputer is niettemin nieuw, maar doet alsof hij zich altijd al thuisvoelde in deze band. Op “The Megazord” ploegt hij door als een tractor door de modder terwijl alles rond een krijsende Dara Kiely onder spanning wordt gezet. Terwijl Kiely fantaseert over het voertuig van de Power Rangers, klapt de track in en uit elkaar tot alles in elkaar stort in elektronische noise.
Ondertussen zijn Kielys teksten in al hun bezopenheid geladener geworden. Persoonlijker. In “Jacobson” tacklet hij het overlijden van zijn vader, met wie hij een moeizame band had. “Are you saaaaad?” vraagt hij over een doorbeukende rubberbeat – alweer die drumcomputer – “I should be more saaaaaad”, en ook: “Where do you go when you’re told / To fuck off?” “Alogia” is een sleutelnummer, waarin zijn recente diagnose plompverloren wordt ingeroepen. “Often / Fantasise what it’s like to be accountants / A steady structure, routine and purpose / That kind of life would be so perfect / Especially cos I’m a Schizophrenic”. Benieuwd of de Koninklijke Vereniging van Accountants en Belastingconsulenten van België (KVABB) zich aangesproken voelt.
“Have your midlife crisis as early as possible”, poneert hij ook in dat nummer, en hij voegt er meteen aan toe: “I’ve had three of them”. Oh, de lollekes van Dara. In “Giraffe” grapt hij “He may be a paragraph behind but he’s Dara-graph ahead”, elders passeert een “Teletubby belly”, het geweldige “The night owl is rat-arsed”. Ook een goeie: “I’m injecting a lethal amount of nothing, I’m blaring a dangerous amount of Coldplay” uit “Placeholder”. “Crisp Pop” maakt zijn titel dan weer niet waar. Het is zeven minuten drieënveertig uneasy listening waarin die doortikkende drums een niet aflatende groove opbouwen waarover Kiely uiteindelijk weer zijn beste bon mots mag lossen. Het begint als een spelletje britpopbands aan chips matchen, het eindigt alweer bij die vader, wanneer hij cynisch zingt “I’m milking this death to death”.
Het gaat onhoorbaar over in afsluiter “The Gallop”, waarin hij zich het gesprek inbeeldt dat hij met de man had kunnen hebben, zijn zang volledig robotisch gemaakt. En terwijl alle menselijkheid zo door het gaatje wegdruppelt, zijn de laatste woorden, bijna onhoorbaar onder alle noise: “you’re dad is dead”. En daarmee stopt alle muziek, en is alles opnieuw zijn probleem, en zijn probleem alleen. Je kunt dat intens noemen.
Het punt is niet dat Gilla Band iets anders doet op Pugnello. Na drie albums kennen we dit spookhuis, het ketelgeluid, de bruutheid, als de binnenkant van onze hand, maar meer dan vroeger zijn we getraind om er de groove in te spotten, of de stiekeme melodie. Het is precies hetzelfde als op zijn voorgangers, maar de groepsleden zijn daar ondertussen wel heel goed in geworden. Zoals Animal Collective op Merriweather Post-Pavillion ook heel even absolute perfectie bereikte, zo is dit ook zo’n moment van geluk waarop alles precies in elkaar klikt. “Pugnello” is de juiste plaat voor deze van de rails slippende wereld.




