Hoewel de stripreeks Storm kort na haar debuut al als een van de paradepaardjes binnen het stripblad Eppo gold, wist het die status definitief te verzilveren toen het duo Martin Lodewijk en Don Lawrence, na verschillende wissels, opnieuw werd ’toegestaan’ samen aan de reeks te werken. Lodewijk besloot het titelpersonage en zijn compagnon Roodhaar te transfereren naar het mini-universum Pandarve, waardoor het niet alleen komaf maakte met de tegenstrijdigheden in eerdere verhalen, maar hen beiden ook de kans gaf om hun fantasie volop de vrije loop te laten.
Het in 1983 opgestarte De Zeven van Aromator (Integraal 4) was een gigantisch succes en Eppo zette dan ook zwaar in op de publicatie van de stripuitgave in 1984 zonder dat er een overstemming over de coverprent was. Er werd ten slotte geopteerd voor een collage, wat tekenend was voor hoe de strip onder strakke deadlines werd gepubliceerd. Het zette bovendien beide makers, die sowieso al flirten met deadlines, geregeld onder druk en zou ook op de verhalen in deze integraal zijn sporen nalaten. In De Doder Van Eriban betekende dit concreet dat Lawrence enkele extra pagina’s extra tekende voor de magazine-uitgave terwijl Lodewijk het verhaal verder schreef. Die tekeningen werden dan ook niet opgenomen in de originele stripversie, wel in deze integraal. In De Honden Van Marduk was het dan weer Lawrence zelf die in de laatste pagina’s haastwerk moest afleveren, waardoor deze niet de gedetailleerdheid hadden die zo kenmerkend was voor zijn werk.
Die struikelingen betekenden echter niet dat de strip aan succes inboette, want het daaropvolgende De Levende Planeet werd enthousiast onthaald door fans. Terwijl beide auteurs voortploeterden, rommelde het echter achter de schermen van het stripblad Eppo dankzij de in 1985 aangetreden nieuwe hoofdredacteur Peter Van Leersum. Zijn kordaatheid leidde tot fricties met de auteurs en medewerkers waardoor hij in verschillende verhalen die in het blad gepubliceerd werden, vaak opdook als een onsympathiek karakter. Een voorbeeld daarvan vormt De Levende Planeet (1986) waar hij als nevenpersonage geen fraaie rol opneemt maar ook een weinig benijdenswaardig lot toebedeeld krijgt, tot genoegen van een toeschouwer, waarin de eerder ontslagen Meerten Welleman te herkennen is.
Het is een van de kleine weetjes die in deze Integraal De doder van Eriban, De Honden Van Marduk en De Levende Planeet voorafgaat. De drie verhalen tonen aan hoezeer Lawrence en Lodewijk zich hun nieuwe wereld snel eigen gemaakt hebben en na de introductie ervan in het ’tweeluik’ De Piraten Van Pandarve en Het Doolhof Van De Doodvoor op zichzelf staande verhalen kunnen kiezen zonder eerdere tegen te spreken (wat in de eerste strips door de wisselende scenaristen geregeld het geval was). Hoewel de verhalen losjes op elkaar aansluiten, volgen ze geen rigide structuur waarbij het ene verhaal zonder meer overloopt in het andere. De Doder Van Eriban vormt hier een opvallende uitzondering op in de manier waarop de laatste prent van De Zeven Van Aromator naadloos aansluit bij de eerste prent van dit verhaal.
Wanneer Storm, Nomad en Roodhaar succesvol een voorbij zwevend schip enteren, komen ze tot de gruwelijke ontdekking dat van de bemanning slechts hun skeletten overblijven. De enige lading is een in de kapiteinshut geplaatste sarcofaag. Ze werkt, zo blijkt snel, als een soort regeneratiecapsule waarin de jonge beroepsdoder Renter Ka Rauw zich schuilhield voor de dodelijke zwerm insecten die zijn tweekoppige bemanning verslond. Ka Rauw groeide vanaf zijn geboorte op de planeet Eriban op, waar hij afstudeerde aan de academie voor doders. Hij dwingt Storm en vrienden zijn nieuwe dienaren/bemanning te worden en hem naar het koninkrijk Marrow te brengen waar hij bij wijze van eindexamen de opdracht heeft gekregen de koning te vermoorden. Op Marrow is het Barsamanspel razend populair, een variant op gladiatorengevechten waarbij elke wedstrijd doorgaat tot er slechts één overlevende is.
Jaarlijks wordt in de hoofdstad ook de Heilige Barsamanwedstrijd gehouden waarbij de winnaar gedurende dat jaar als de kroonopvolger geldt, aangezien het koningspaar kinderloos is. Voor Ka Rauw is het spel de ideale gelegenheid om dichter bij zijn einddoel te komen, al plannen Storm, Roodhaar en Nomad die regicide te voorkomen. De verhouding tussen de arrogante Ka Rauw en het trio vormt de kern van het verhaal, al introduceert Lodewijk ook bijna achteloos het schaakspel in het verhaal, waarbij de parallellen tussen dit klassieke spel en barsaman nog een belangrijke rol zullen spelen. Hoewel het uitgangspunt van De Doder Van Eriban relatief eenvoudig is, kiest Lodewijk voor een intelligente ontwikkeling die een onverwacht en bevredigend einde oplevert.
Het daaropvolgende De Honden Van Marduk maakt duidelijk dat Marduk, de eerder geïntroduceerde theocraat van Pandarve, zijn zoektocht naar Storm, die hij de anomalie noemt, niet heeft opgegeven. Lodewijk weet hier de lezer die De Piraten Van Pandarve of Het Doolhof Van De Dood niet gelezen heeft snel te laten bijbenen zonder een lang of geforceerd exposé te voeren. Marduks troepen jagen op Storm maar kruisen het pad met een lokaal rebellenleger die hem net willen gebruiken in hun strijd tegen Marduk. Hoewel het verhaal dus een duidelijke politieke ondertoon heeft, maakt Lodewijk er vooral een avonturenverhaal van, inclusief een oord vol dodelijke valstrikken. De rebellen houden Storm en kompanen immers vast in de verlaten tempel van een gehate sekte, waar het tot een treffen komt met Marduks soldaten. Het is een relatief rechttoe rechtaan-verhaal dat weinig aan de slag gaat met het bizarre en unieke universum dat Pandarve is.
In De Levende Planeet gaan Lodewijk en Lawrence echter volledig loos waarbij de levende planeet Pandarve zelf in het verhaal opduikt. Nomad wordt door een in de wolken levend minivolkje als gijzelaar gehouden terwijl Storm en Roodhaar op zoek gaan naar het ei van Pandarve. Na eerst als slaven te dienen op een schip dat een lavazee bevaart, weten ze het paleis van Marduk binnen te dringen. Het is hier dat een fractie van Pandarve zich vertoont en Storm en Roodhaar dwingt in haar onderbewustzijn binnen te dringen en daar een ei te plukken, een taak die de opstandige Marduk normaal op zich neemt. Hoe bevreemdend de andere verhalen ook mogen zijn, dit is de eerste maal dat Lodewijk volop aantoont hoe anders en bizar het miniversum wel is, waarbij het onderbewustzijn van Pandarve misschien nog wel het minst vreemde is.
De vijfde integraal van Storm toont perfect aan hoezeer Lodewijk en Lawrence als ideale tandem werken. Waar Lodewijk een uitgebreide fantasie weet te koppelen aan spannende verhalen, vormt Lawrences realistische tekenstijl een meerwaarde voor de uitzinnige wereld die Pandarve is en waar alle bestaande wetten van de fysica op hun hoofd gezet worden. Dat beiden, ondanks hun worstelingen met deadlines, jaarlijks een nieuw verhaal weten af te leveren zonder aan kwaliteit in te boeten, is zonder meer lovenswaardig. Hoewel de stripreeks nog steeds verder loopt, met nieuwe scenaristen en tekenaars, vormen deze verhalen duidelijk een hoogtepunt binnen het geheel.



