Op zijn nieuwste album – nummer 56 volgens de officiële metingen – vinden we Neil
Young terug in een nostalgische bui. Met wat waarschijnlijk zijn beste werk is sinds Psychedelic Pill, een plaat die intussen alweer bijna anderhalf decennium oud is.
Nochtans, als we eerlijk moeten zijn, waren de voortekenen niet al te gunstig. Neil Young toonde zijn wispelturigheid door begin dit jaar zonder opgaaf van reden plots een geplande Europese tournee af te gelasten. In Zottegem werden toen vloeken geslaakt die vermoedelijk tot ver buiten de gemeentegrenzen te horen waren. Vervolgens bleek dat hij ondertussen wel een plaat had opgenomen met zijn nieuwe begeleidingsband The Chrome Hearts, nog altijd deels Promise Of The Real, deels pedal steel-legende Spooner Oldham. Maar, zo deelde Young zelf mee in de katernen van zijn eigen Archives-site, de muze had hem deze keer slechts vijf nummers geschonken en dus voelde hij zich genoodzaakt om twee nummers die hij als jonge snaak in het midden van de jaren ‘60 schreef – en die tot op heden enkel op zijn eerste Archives boxset verschenen – eraan toe te voegen om tot voldoende materiaal te komen. Een mens begon zich dus al schrap te zetten voor alweer zo’n plaat waarbij we na afloop zouden vaststellen dat het vroeger allemaal toch beter was. We hebben dat zinnetje inmiddels vaak genoeg mogen gebruiken.
Maar kijk, Young heeft ons deze keer toch wel een beetje bij de lurven met Second Song. Young keert terug naar het land van Harvest Moon en Prairie Wind. Warme, herfstige countryfolk waarin de oude man de balans opmaakt van een leven dat ondertussen behoorlijk wat kilometers op de teller heeft staan. De liefde, de tijd, de dingen die voorbijgaan en de dingen die misschien toch nog goed kunnen komen. Het album klinkt als een rit in een aftandse oldtimer over een Amerikaanse highway waar je urenlang geen tegenligger ziet. De motor sputtert af en toe, maar niemand heeft haast. Al lijkt het wel alsof Young deze keer toch wat meer moeite stak in het schrijven van de nummers dan op pakweg voorganger Talkin’ To The Trees.
Opener “The Foggy Edge Of Time” stelt meteen de toon van het album. Young kruipt achter een piano en brengt het verslag van een huwelijk dat op de klippen loopt. Dat alcohol daarbij een rol speelt, wordt ons duidelijk gemaakt door het refrein, dat bestaat uit het veelvuldig herhalen van het woord ‘alcohol’. Veel poëzie moet daar niet aan te pas komen. Wanneer hij vervolgens drie kinderen vermeldt weet je gewoon dat dit nummer autobiografisch is. In “Day After Day” dwaalt hij vervolgens door de kronkelwegen van de spijt. Wat had anders gekund? Wat had anders gemoeten? Een mens kan daar een heel leven mee vullen, Young doet het gewoon in een liedje. Het kleine, dartele “Earth Girl” is dan weer een onbekommerd liefdesliedje voor echtgenote Darryl Hannah.
Meer dan 11 minuten. Zo lang duurt het titelnummer dat niet alleen middels de centrale plaats in de tracklist het epicentrum van de plaat is. Meanderend zonder een vast einddoel is het er aangenaam vertoeven temidden Youngs mijmeringen over het voorbijgaan van de tijd. De twee oude nummers passen als gegoten in de rest van het album. “Casting Me Away From You” – een refrein dat Young overigens al hergebruikt had op “The Emperor Of Wyoming” op zijn debuutalbum uit 1969 – zorgt voor wat welgekomen punch, terwijl “I’ll Love You Forever” vervelt van een nummer over tienerliefde naar één over een oude man die een ode brengt aan de liefde van zijn leven.
Het is echter het omineus getitelde “Soon I Might Be Going” dat voor het hoogtepunt van het album zorgt. Young gespt eenmaal de elektrische gitaar om en gedurende negen minuten neemt hij ons mee naar de donkere regionen van Sleeps With Angels. Vanuit de besneeuwde Rockies – tegenwoordig zijn thuisbasis – blikt hij terug. Hij hoopt op een verzoening met zijn vervreemde dochter, mijmert over klimaatverandering of uit zijn ergernis over de vandaal die het Witte Huis vernielt.
Second Song is eindelijk nog eens een echt goeie Neil Young, een die we zonder een “maar” kunnen aanprijzen. Een meesterwerk? Nee, dat nu ook weer niet. Gewoon een sterke plaat zonder meer. We zouden hem die Europese tournee die hij ons door de neus boorde nog bijna vergeven.




