Vijfentwintig jaar geleden staken een paar idioten de koppen bij elkaar. Ze hadden een plan: een cultuurwebsite het prille internet op gooien. Zeg het zoals het is: ze vonden het warm water uit, maar dan wel met zoveel enthousiasme dat het een kwarteeuw later nog altijd niet is afgekoeld. Hoe het in godsnaam zover is kunnen komen, in de woorden van één van de oprichters.
Ik zat op de trein toen Anne me belde. “Hé, Filip is hier, en ik heb hem over je plan verteld. We doen dat toch, hé?”
Ja, ok dus. Ik had eens een ideetje – noem het: een losse flodder – gelanceerd en nu zat ik er mee.
“Hoe is die sollicitatie nu afgelopen?”, had ze een week geleden gevraagd. Ik zuchtte. “Niet gehaald.” En dat ik dus een andere job – een échte, grinnikte ik – zou moeten zoeken.
Ik had een vacature gezien: content manager bij msn. Kon ik wel, artikels voor een site verzinnen en bestellen. En ik begon luidop te fantaseren. “Wat als we daar nu eens een cultuursite van zouden maken? Ik schrijf over muziek, jij en Filip over theater, en we halen er Maarten bij voor strips en Katelijne voor beeldende kunst. Ja, volgens mij zou dat nog wel kunnen werken.”
High five. Een slok van mijn wijn. Een aflevering Twin Peaks. Het idee had mijn gedachten alweer verlaten. De hare niet. “We doen dat toch, hé?”
“Ok dan. Ik hoor eens bij Maarten en Katelijne!”
Zo dom is het dus begonnen.
Eindelijk modern
We waren net afgestudeerd. Jonge honden met de honger van een paard. We hadden elkaar leren kennen bij het Leuvense studentenblad Veto, en wisten dat met een diploma ook een einde aan onze tijd daar zou komen. Het echte leven stond op een paar maanden van ons te hijgen, en wij, wij kwispelden driftig terug. Als de grote media ons niet wilden aannemen – mijn sollicitatiebrieven bleken nooit mijn sterkste werk – dan zouden we ze wel eens iets laten zien, terwijl we wachtten tot ze berouwvol hun fout inzagen. We gingen het zelf doen.
Het gekke is dat dat dus gewerkt heeft. Zelfs al schreven we die eerste weken voor onszelf, langzaam ging de Nedstat-bezoekersteller van dat goddeau.com – ‘uw centraal station cultuur!’ – van vier per dag naar dertig, naar vijftig: we vonden lezers. Het internet moet in die jaren echt nog leeg en open hebben gelegen. Zozeer zelfs, dat we het ons konden permitteren om maar eens om de drie weken een set nieuwe teksten online te gooien. “Hey, een magazine is een magazine, ook online”, dat dachten de snotneuzen die we waren. Ik zei toch al dat ons water warm was?
We vergaderden ons suf. Deden interne bevragingen over waar het heen moest met ons magazine, terwijl columnist (fh) oreerde van op zijn glazen tafeltje. Waarna we aan een onverantwoorde rotvaart (nog eens sorry daarvoor, jongens) naar Antwerpen scheurden om net op tijd het Toneelhuis binnen te vallen voor L, King Of Pain.
En we schreven dat de stukken ervan af vlogen. We schoven aan op het theaterfestival om mee verslag uit te brengen op het snel teloor gegane urbanmag, interviewden iedereen die los en vast zat. Doken in de postrock, om weer boven te komen in de indietronica. Verdedigden en passant Robbie Williams, om even later een eerste keer enthousiast mee te brullen met Franz Ferdinand op Rock Werchter. Soms leek het wel alsof er elke maand een nieuwe klassieker uitkwam.
Het zou pas in het 2004 van Franz Ferdinand zijn dat we dagelijks nieuwe artikels online gingen zetten. We waren op dat moment van die oubollige html-website naar een php-site gegaan – ik bespaar u de technische details, maar weet dat ik er erg gelukkig van werd toen ik ze onder de kundige handen van Bert naast me tot leven zag komen – en we konden onszelf eindelijk modern noemen.
Er was ondertussen veel gebeurd. Het stichtende team had, zoals dat hoort, al na een jaar gloeiende ruzie gekregen over de richting die het uit moest, een minderheid bleef over en ging door. Nieuwe mensen kwamen erbij, gingen soms ook snel, maar toch: het team groeide, en goddeau.com vond eindelijk zijn richting. We focusten ons op muziek en film, met strips, boeken en beeldende kunst als aanvulling. Het is vreemd, maar nooit lukte het om ook theater ernstig beet te pakken, daarvoor vonden we nooit iemand gek genoeg (ernstig, jongens: we willen dat nog altijd heel graag. Mail naar info@enola.be).
Een forum!
En zo, al doende, kregen we eindelijk een levend cultuurmagazine. Hell, zelfs de radio ontdekte ons, maar hoe minder wordt gezegd over dat nachtelijke telefooninterview met Tom Coninx, hoe beter. Neen, het is geen goed idee om even een half jointje te roken vooraf, omdat je weet dat je de gewoonte hebt om véél te snel te praten; laten we het daar op houden. Belangrijker was dat een andere onverlaat daarna een eigen forum aan de site koppelde, zo eentje met topics over nieuwe platen, boeken die je moest gelezen hebben, en zelfs recepten, door (pf) funky “pasta’s voor de zwijnen” genoemd “omdat Matthieu per se moest weten wat hij nu bij ons had gegeten”. En daar belandden we alweer in een nieuwe fase. We kregen een community.
Het zouden vier mooie jaren worden, tot Mark Zuckerberg de boel kwam verpesten. Dag in dag uit kletsten we elkaar de letters uit het toetsenbord, via DM’s bloeiden en stierven relaties. En in de echte wereld, daar zochten we elkaar op; steevast ergens op de eerste rij van wat weer een concert van een act uit het Duyster-wereldje was. Ik heb er vrienden gemaakt van wie ik zeker ben dat het voor het leven is.
En zo werden concertbesprekingen ook meer en meer een ding. Stukje bij beetje hadden we een team jonge fotografen bij elkaar gesprokkeld die met hetzelfde lef en evenveel goesting optredens waren beginnen fotograferen. Soms ging dat letterlijk van “hey, waarvoor fotografeer jij? Oh, voor jezelf? Wil je ze niet bij ons publiceren?” En hop, daar hadden we weer een medewerker bij. Mooie tijden – zei ik dat al?
Het waren de jaren dat we in de persruimte van Dour met tien mensen zaten, want wie voor een bevriend magazine schreef of fotografeerde, hoorde er natuurlijk ook gewoon bij. En als ze voor zichzelf begonnen, dan mopperde je wel even over “verraad”, maar eigenlijk was je toch best trots op die Wannabe’ers die het ook maar mooi klaar kregen. Zij vieren in 2026 hun twintigste verjaardag. U zou hun archief eens moeten zien.
Ik rond af voor dit lang verhaal niet kort wordt. We groeiden op, werden volwassen, maar we bleven schrijven voor dat goddeau, dat ergens onderweg fuseerde met digg.be en enola werd. Met een hardnekkige hacking en de komst van Facebook stierf het forum ergens onderweg een stille dood. De band tussen lezer en schrijver werd gebroken, opnieuw zaten we elk aan onze kant van de kloof. Ik vind dat nog altijd jammer, lieve lezer, dus laat jullie zeker horen onder artikels of op die social media. Wie weet worden we ook ooit vrienden.
Bedankt in elk geval om hier nog altijd te zijn. We hebben ons al 25 jaar goed geamuseerd, en zijn niet van plan daar snel mee te stoppen.



