Spinvis :: 7.6.9.6.

Het is moeilijk om platen die deze weken verschijnen los te zien van de ravage die 2020 aanricht. Ook al was het grootste deel reeds geschreven voor de golvende pandemie, zoals het geval was bij Spinvis’ vijfde plaat. Toch hangt de schaduw van covid-19 ook over 7.6.9.6. Het is een plaat geworden die het hart raakt van de manier waarop we met een jaar als dit kunnen omgaan.

In de liner notes van de plaat expliciteert Erik de Jong dat “het vanwege de covid-pandemie niet toegestaan was om gezamenlijk in dezelfde ruimte op te nemen”. Het is een van de oorzaken voor het “zolderkamergevoel” van dit album, dat teruggrijpt naar Spinvis’ haast klassieke debuut. Maar dan uitgehuwelijkt aan een verzengende weemoed, die zeker sinds het bloedmooie Tot Ziens, Justine Keller de boventoon voert in zijn werk. De weidse arrangementen van dat andere carrièrehoogtepunt (zijn er andere platen bij Spinvis, trouwens?) Trein Vuur Dageraad zijn op 7.6.9.6. slechts een echo in de verte, ergens toen.

Maar die weemoed, dus. De Jong nadert de zestig, staat op een kruispunt tussen achterom- en vooruitkijken. Hoeveel platen kan hij nog maken, wat is de voorlopige balans van z’n werk tot nu? Het zijn vragen die tussen de tekstlijnen te lezen zijn. Ook dat ademt 7.6.9.6. uit, daarin versterkt door het prachtige fotoboek dat in een gelimiteerde oplage bij de plaat is gevoegd. Driehonderd foto’s die zoals De Jongs teksten zijn: samengesteld met een verraderlijke willekeur. De agenda liep nu eenmaal leeg door de pandemie.

Driehonderd beelden die een stukje mozaïek zijn uit De Jongs leven: van een foto uit 1978 met een eerdere band The Duds tot een overschilderde foto van zijn moeder met mondmasker uit april van dit jaar. Er zijn (nog) ongebruikte tekstflarden uit zijn notitieboekjes, tegelwijsheden, concertfoto’s, krantenknipsels, foto’s (zoals van het postsorteercentrum waar De Jong destijds werkte), close-ups. Noem maar op. Voor de buitenstaander onbestemde snapshots uit een vol leven. Een oefening die we allemaal voor onszelf zouden kunnen maken.

Net zoals bij Spinvis’ teksten staat er nergens duiding bij. Die uitgebreide collage vormt als het ware een beeldsoundtrack bij de dertien nummers (veertien op cd) van 7.6.9.6. En tegelijk kunnen beide volledig los van elkaar staan. Het maakt die willekeur van Spinvis qua woord én beeld verdomd trefzeker. Het is een rode draad in z’n werk. Ook de dertien (veertien) songs van 7.6.9.6. zijn immers snapshots, gemaakt met een bedrieglijke achteloosheid die van een titel als “Soms breekt er een hart, soms blaft er een hond” uitgaat. Maar daarachter gaat een enorme ongedwongen doelbewustheid schuil: die van schoonheid en mededogen.

Dat is net de sterkte van Spinvis, en dat reeds twintig jaar: met kleine woorden en zinsflarden is hij meer nog dan een verhalenverteller een leverancier van emoties. Nu misschien zelfs meer dan ooit. “Alles heeft een reden” is een troostrijke gedachte waarmee een eenzame vrouw zich in de keuken door het leven danst in “Picasso”. In het verstillend mooie “Paon” wiegen bespiegelingen over een overleden vriend mee op strijkers als vallende herfstbladeren: “Alles is voorgoed / Alles had gekund / Het is maar hoe je het ziet / Het antwoord was er al / De vraag alleen nog niet”.

In hetzelfde herfstrood baden pareltjes als het titelnummer en “Niet Vandaag” (“Ik bouw een schip / Omdat ik ooit, toch ooit / De zeilen hijs / Of hoe dat heet, op reis / Tot die tijd / Blijf ik eeuwig hier”) dat in élke soundtrack bij de verschroeide aarde van 2020 hoort. Net zoals de hele plaat eigenlijk: de grote mechanismes van het leven heb je toch niet in de hand. Wat is ons leven meer dan meedeinen op de golven die je zelf niet onder controle hebt? Misschien is dat de rode draad van Spinvis’ werk: schoonheid en troost zoeken in kleine dingen, en voorts schouderophalend omgaan met wat je niet in de hand hebt. Net als in “Stefan en Lisette” wordt er in songs als “Hollywood” naar schoonheid en mededogen in de tragiek van het leven van de personages gezocht.

“Wat is geluk?” is een retorische vraag in het prachtige slotnummer “Je begrijpt het bijna”, dat de hand uitreikt naar het epische “Trein Vuur Dageraad” van op Spinvis’ gelijknamige vorige plaat. Misschien is het leven bijna begrijpen het antwoord op die vraag. Vrede nemen met bijna begrijpen geeft een zekere rust. Zeker wanneer je de afstand tot het volle begrip van het leven zelf kunt opvullen met schoonheid, troost en geluk vinden in kleine dingen. Met 7.6.9.6. is Spinvis voor de vijfde plaat op rij zelf leverancier van die schoonheid, troost en geluk, met een trefzekere willekeur qua keuze van woord en beeld die z’n gelijke in onze taal niet kent. 7.6.9.6. is een van de belangrijkste platen dit jaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =