Wie deze zomer hun puike passage op Pukkelpop meepikte, kan het ongetwijfeld beamen: zoals het hun naam betaamt, stoken Gurriers (“schurken, rebellen, deugnieten”) muzikale vuurtjes die al eens tot een heuse bosbrand durven te leiden. Op hun recentste Nobody’s Coming To Save You is dat – driewerf hoera! – niet anders. Nog een rondje Ierse postpunk dan maar: vonken, vuur en free Palestine!
De opener is meteen de titeltrack, want “Nobody’s Coming To Save you” is een intentieverklaring. Geen wanhoop hier, maar een oproep tot actie. Van activiste Rebecca Solnit leende de band de zin “Hope ain’t a whisper / It’s an axe you break down doors with”. Met z’n afwachtende, bijna poppy openingsminuut lijkt het nummer nochtans éven beleefd te gaan kloppen voor het entert. Tof, aanstekelijk, maar ook: huh? Mispoes, die deur moet uit z’n voegen. Guns blazing stormt het viertal binnen, met als grootste wapen de bas die even springerig is als zijn charismatische drager Charlie McCarthy zelf. Gitaristen Ben O’Neill en Mark MacCormack, die andere revolverhelden, vinden precies de juiste momenten om hun messcherpe gitaarlijnen met de grootste impact af te vuren. Vooral op het dancey punkbommetje “Party Lines” stelen ze de show met die karakteristieke riffs, van het type dat “Nausea” aan een plekje in ons hart hielp. Dansbaar, ja: met dank aan de immer stoïcijnse Pierce O’Callaghan, wiens drums je op de best mogelijke manier op de heupen werken, en de mantra van menig politieke leider tegenwoordig: “If it moves / Kill it!”

Dit is een protestalbum, Gurriers blijft een politieke band. Antwoorden hebben ze naar eigen zeggen zelf niet, en dat is ook hun taak niet, dus zoeken ze het elders: naast eerdergenoemde quote, passeren nog een hele rist verwijzingen naar filosofen, activisten en schrijvers. Wél hun missie: niet zomaar het zoveelste boze postpunkbandje in de rij worden dat duidelijk opkijkt naar Idles. Dat ze die met verve volbrengen, is zowel ondanks als dankzij Mark Bowen, die je vast al eens in een fleurig kleedje zijn gitaar zag geselen met … Jawel, Idles. In de dubbelrol mentor-producer hielp hij de Ieren hun sound klaar te maken voor de grotere zalen die al dan niet klaar zijn voor hun komst. Gelukt, want alles klinkt nog weidser en luider, de gebaren zijn grootser en nog meer recht in je gezicht dan op hun al verzengende debuut. Ook achter de knoppen: Loren Humphrey. Veelbelovend voor hun toekomst, want die gaf Geese net nog dat laatste duwtje over de rand van de doorbraak.
Helemaal kwijt zullen ze hun kwade imago niet raken, maar “Shades” begint zowaar met iets melodieuzere vocals dan we van frontschreeuwer Dan Hoff gewoon zijn. Een echte zanger zal hij dan wel nooit zijn, een geweldige stem heeft ‘ie wel. Die stembanden moeten er uiteindelijk trouwens toch uitgescheurd hoor: er volgt een hardcore refrein waarin ze trots tonen dat voorprogrammaatje spelen voor Turnstile hun een trucje of twee leerde. Ook “Pins” kent een zachter startschot en bloeit en bloedt prachtig open. Het refrein had het 90s broertje van een vroeg Kasabiannummer kunnen zijn, uit de tijd dat ze nog met iets meer smaak tekeer gingen. Het gevoelige gitaartje dat door de strofes slingert, komt uit dezelfde schuif als ons favoriete Gurriersnummer “Top Of The Bill” en maakt ons minstens even gelukkig in al z’n tristesse.
Soms moet die moshpit echter van seconde één regeren, en daarvoor krijgen we “Nothing Happens Twice”. De luchtbelletjes ademruimte waar de band ons toch gracieus van voorziet, zijn net talrijk genoeg om je tot aan de meest agressieve “Na na na” te sleuren die je van je leven al hoorde. Hoogtepunt! Op “Waiting For Fisher” krijgen we minder respijt, maar dan komt het beeldige laagjeswerk van “I Wish I Was”, waarin Hoff de gevoelige kaart trekt met een klaagzang over hoe hard hij zijn partner onderweg mist. Dat lijkt ook het thema op afsluiter “Crybaby”, tot de zanger in die kaarten van hem laat kijken en duidelijk wordt dat het om een relatie met alcohol gaat. Beklijvende, maar vooral meesterlijke manier om de naald van een woeste plaat mee naar het gaatje te brengen, want wij hebben nu vooral zin in om ons nog een rondje de vergetelheid in te springen. Terug naar track 1 dan maar!
Ons hard brandt voor deze band, de wereld volgt vast snel. Met “Nobody’s Coming To Save You” onder de arm zijn Gurriers nog meer klaar om AB’s allerlande in lichterlaaie te zetten. Wij kunnen alvast niet wachten om door hun vuurzee te dansen.
Gurriers spelen op 5 december in de Ancienne Belgique.




