Alias





98 min. / B

Al die jaren als samensteller en presentator van de
Nacht van de Wansmaak hebben dan toch hun sporen achtergelaten bij
Jan Verheyen. De brave man heeft in z’n leven zoveel Amerikaanse
crap gezien dat in 2002 de aandrang werkelijk té groot werd, en hij
zich gedwongen voelde om er een Vlaams equivalent van te draaien.
‘Alias’ is nét het soort onzin dat je wel eens tegenkomt op
commerciële zenders, lang na middernacht, maar dan met dialogen die
in een houterige versie van het Nederlands geschreven zijn en
actiescènes die al afgelopen zijn nog voor ze goed en wel zijn
begonnen, omdat het budget nu eenmaal z’n beperkingen had. Op tv
zap je dan snel verder, in het geval van ‘Alias’ was het destijds
eerder bon ton om Verheyen op z’n minst krediet te geven voor het
feit dat hij afstapte van de traditionele Vlaemsche cinema door een
thriller te maken. Allemaal goed en wel, maar dan mag die thriller
toch op z’n minst enige kwaliteiten bevatten?

Eva (Hilde De Baerdemaeker) en Patti (Veerle Dobbelaere), zijn twee
vriendinnen die een dagje gaan citytrippen in eigen land. Gewapend
met een videocamera trekken ze door Gent, tot ze getuige zijn van
een nogal gruwelijke zelfmoord: een naakte dame laat zich uit een
raam vallen en stort te pletter. Eva heeft de fatale val op video
opgenomen. Je zou denken dat een dergelijk voorval voldoende zou
zijn om de beide vriendinnen te overtuigen naar huis te gaan, maar
néé: luttele minuten later ontmoeten ze toevallig Dieter (Geert
Hunaerts), een aantrekkelijke vreemdeling die in Eva’s ogen kijkt
alsof hij denkt dat hij z’n sleutels er heeft laten liggen. Eva
brengt pratend en flirtend de nacht met hem door, maar Patti is
achterdochtig: keer op keer bekijkt ze de videotape van de
zelfmoord, tot ze serieuze vermoedens begint te krijgen dat de
jongedame opzettelijk uit het raam werd gesmeten. En wat heeft
Dieter daar dan mee te maken?

Niet alle wetten die van kracht zijn voor de filmbusiness zijn even
ingewikkeld – soms liggen de regels van het spel ongelooflijk voor
de hand, zoals deze: als je een film over een moord spannend wil
maken, moet je steeds de mogelijkheid inbouwen dat een verdachte
moordenaar het niét heeft gedaan. Je moet proberen om je publiek
aan het twijfelen te brengen. Klinkt logisch, toch? Maar niet hier
– Verheyen doet nergens de moeite om dwaalsporen in het scenario te
stoppen, zodat het al vanaf de eerste minuut duidelijk is dat die
Dieter er voor iets tussenzit. Er is absoluut geen sprake van enig
mysterie, en wat erger is: het ware karakter van Dieter is zó voor
de hand liggend dat onze heldin, Eva, op den duur een wel bijzonder
stompzinnig kalf gaat lijken omdat ze dat niet door heeft.
Meerkeuzevraag: je nieuwe vriendje vertelt je koudweg dat zijn
moeder een psychiatrische instelling leidt en dat hij een seksuele
relatie had met één van de patiënten, een suïcidale prostituée,
terwijl die in die instelling verbleef. Eerder had die patiënte ook
al liggen rampetampen met zijn vader. Enige tijd later valt de dame
uit een raam haar dood tegemoet, terwijl je vriendje in de kamer
aanwezig is. Wat doe je nu? Zeg je: a) “Oké, fijn je te leren
kennen, salut en de kost,” of zeg je: b) “Geen probleem, alles is
vergeven en vergeten, laten we het bed induiken”? Wel?

De richting die de film uitgaat, is zo pijnlijk duidelijk dat elk
potentieel voor suspense al na het eerste half uur verloren gaat.
Daarna zakken we steeds verder weg in de hel van pure camp: Dieters
moeder Yvonne, gespeeld door Hilde Van Mieghem, kijkt via webcam
toe hoe haar zoon Het Beest Met Twee Ruggen maakt met Eva, spint al
haar dialogen als een krolse kattin die goeie vooruitzichten heeft
op een vluggertje met een fors geschapen kater en loopt tegen het
einde doorheen haar eigen inrichting met een mes en slechte
bedoelingen. Eén personage wordt doodgemept met een baseballbat, op
een ander wordt ingehakt met een spade – yummie. De indruk die je
krijgt, is dat Verheyen geen enkele manier wist te verzinnen om z’n
film spannend te maken, en dan maar koos voor de andere oplossing:
grand guignol. Bloed, geschreeuw en lachwekkende situaties
en dialogen.

Die dialogen zijn trouwens pareltjes van (ik denk onbedoelde)
humor. Dieter tegen zijn moeder: ‘Zal ik dan maar eens psychopaatje
gaan spelen?’ Yvonne: ‘Ja, jongen, doe dat.’ Yvonne die suggestief
naar het kruis van Michael Pas (in een onbetekenend bijrolletje)
kijkt en zegt: ‘Is je wapen wel geladen?’ Waarna ze een pistool
tevoorschijn haalt en zegt: ‘Het mijne wel.’ Pang. En mijn
persoonlijke favoriet: Dieter die tegen Eva zegt: ‘Jij bent de
enige vrouw met ik twee keer geneukt heb. Enfin, behalve moeder
dan. Dat schept toch een band?’ Right on!

Hilde De Baerdemaeker (in haar filmdebuut) en Geert Hunaerts houden
zich verrassend goed staande, gezien het scenario waarin ze
verzeild zijn geraakt. Er zit één scène in de film, waarin wordt
opgebouwd naar een seksscène die er op het laatste moment niet van
komt – ze verleiden elkaar en laten zich door elkaar verleiden. Op
dat moment voel je werkelijk een spanning tussen de twee acteurs,
hoewel de dialogen hen ook daar weer in de steek laten. Zij: ‘Ik
heb het warm.’ Hij: ‘We kunnen misschien gaan zwemmen.’ Zij weer:
‘Ik heb m’n zwempak niet bij.’ Zou iemand zo spreken, buiten dan in
het soort soft-erotische films dat zelfs VT4 niet meer durft uit te
zenden? Nuja, doet er niet toe, het punt is dat de twee acteurs op
dat moment echt een gevoel van ingehouden passie weten over te
brengen, en dat is een prestatie wanneer je in zo’n slechte film
zit.

Hilde Van Mieghem op haar beurt speelt hier een rol die het
verdient om nog jarenlang bestudeerd te worden door studenten aan
de Studio Herman Teirlinck: haar nauwkeurige standaardtaal
(inclusief het geforceerd gebruik van “jij” en “je” waar ook de
voltallige cast van ‘Familie’ door geteisterd wordt) en haar bizar
onderkoeld gedrag in extreme omstandigheden, alsof ze onder de
Prozac zit, zorgen ervoor dat haar vertolking tegelijk het beste en
het slechtste element van de film wordt. Het slechtste omdat ze
staat te schmieren dat het geen naam heeft – waar De Baerdemaeker
en Hunaerts moedig op zoek gingen naar de realiteit van hun
personages, hoe moeilijk die dan ook te vinden was, wentelt Van
Mieghem zich in de kitsch. En het beste omdat je naar het einde toe
ook de indruk krijgt dat zij wellicht de enige is die begrijpt in
wat voor film ze zit en het materiaal dan ook behandelt met de
minachting die het verdient.

Wat heeft Jan Verheyen hier nu precies willen produceren? Een
thriller? Jammer dan dat hij geen seconde geloofwaardig of spannend
is. Een slasherfilm? Daarvoor duurt de set-up veel te lang en is
het einde dan weer niet bloederig genoeg. Een campy horrorfilm?
Mja, misschien, maar ook op die manier bekeken blijft het allemaal
maar weinig boeiend. De dames gaan naar huis met een money
shot
van Hunaerts bungelende jongeheer, de overigen met een
lachkramp.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =