Red Sandra

Nadat Sandra (Rosalie Charles) een sleepvoetje ontwikkelt, gaan haar liefdevolle ouders William en Olga Massart (Sven de Ridder en Darya Gantura) plichtsbewust naar het UZ. Met een glimlach op hun gezicht wandelen ze het kantoor van de neuroloog binnen, die hen vertelt dat het meisje nog maar twee jaar te leven heeft. Sandra heeft MLD, een zeldzame stofwisselingsziekte die langzaamaan elk deel van haar lichaam zal verlammen. Lien Willaert maakte daar in samenwerking met haar man Jan Verheyen een film over.

William Massart (overleden in 2020) was namelijk een strijdvaardig man. Vastbesloten om de diagnose niet naast zich neer te leggen, gooide deze workaholic zich op het vinden van een medicijn voor zijn kleine prinses. Wanneer hij dat eindelijk vindt, blijkt het in België quasi onmogelijk te zijn om het te kopen, wegens de werking van verschillende ingewikkelde netten van de farmaceutische lobby en de Europese versus nationale wetgeving. Het koppel zinkt van hoop naar wanhoop, en Sandra’s toestand verslechtert zienderogen. Al snel zit het kind in een rolstoel en verliest ze haar nochtans praatgrage stem. Maar ook de farmalobby biedt William het hoofd:  door geldinzamelacties is hij de ene dag een volksheld en de andere dag een slachtoffer van internettrollen, maar constant blijft hij op zoek naar manieren om Sandra te redden.

Als het voorgaande klinkt als een goede Telefacts-reportage, dan is dat omdat het verhaal in dat medium misschien beter tot zijn recht was gekomen. Het verhaal van Red Sandra grijpt naar de keel, maar dat doet het ook zonder verfilming. De strijd van een kleine David (Massart) tegen de Goliath van farmaceuticabedrijven en mediageile figuren vol beloftes, is bewonderenswaardig en het noodlot van de jonge, fantasierijke Sandra is hoe dan ook diep tragisch. Er zitten dan ook meerdere sterke dramatische lijnen verborgen in deze trieste brok realiteit, maar de bedenkers van Red Sandra wisten duidelijk niet goed hoe de centrale lijn van het verhaal te kiezen.

Te gulzig met deze veelheid aan thematieken en verhalen, geeft Red Sandra daarom iets wat voelt als niets meer dan een ‘play-by-play’ van de realiteit. Chronologisch worden alle grote gebeurtenissen overlopen en verdient het kleine persoonlijke drama op gezette tijden een korte belichting. Een montage na de aftiteling bewijst deze toewijding aan de realiteit: de fragmenten waarin de echte William Massart op het vtm-nieuws spreekt, leren je dat de scènes die je net zag woord voor woord nabootsingen waren. De lichtinval is helderder, het huis strakker ingericht, en William is Sven De Ridder. Maar dat laat je, als kijker van fictie, op je honger zitten.

Sven De Ridder blijft Sven De Ridder, en niet William Massart: wanneer je beslist zijn strijd te fictionaliseren, voelt het vreemd om zo véél informatie te krijgen, en tegelijk zo weinig diepgang. Het is, dat moet gezegd, een begrijpelijke keuze: de familie Massart werd na één van hun inzamelingsacties door de Belgische media nogal gemakkelijk door het slijk gehaald, waardoor deze film ook voelt als een manier om de naam te zuiveren. Dat is nobel, maar niet de rol van fictie.

Wanneer Olga haar Russische moeder belt leren we dat Sandra MLD heeft doordat ze het kind is van deze twee verliefde ouders (hun genetische combinatie gaf haar de verschrikkelijke ziekte). Daarin zit een glimp van een betere film verborgen: er is veel aandacht voor volharding en toewijding, bijzonder weinig voor de oprechte emoties waarmee dit alles gepaard gaat. Wanneer Viviane De Muynck in haar rol van grootmoeder durft bevragen hoe gebaat Sandra is bij haar eigen leven, voelt dat in deze film vrij ongenuanceerd en zelfs misplaatst. En toch: het had in een film die koos voor het familiedrama een geladen moment kunnen zijn. Blijven gelukkig de verhaallijnen over waarin we in ‘stopmotion’ de verhaaltjes te zien krijgen die Sandra met haar papa William verzint en die een mooie symbolische rol krijgen in het geheel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =