Burial :: Antidawn EP

De traditionele eindejaars-cash grab van William Emmanuel Bevan is geüpgraded: na jaren van singles brengt hij een heuse ep van drie kwartier uit, gevolgd door een fysieke (vinyl-)release later deze maand. En dus niet op tijd voor Kerst. Hoewel: dankzij talloze pre-orders zal de Brit wel weer een jaartje gebakken zitten.

Redenen te over om stilaan cynisch te worden en helaas zijn deze redenen nu vooral artistiek. Waar het veel te korte Chemz/Dolphinz en Burials split met Blackdown (Shock Power of Love) hoogstaande zoethoudertjes waren, komt de nieuwste release Antidawn nooit in de buurt van het niveau van die handvol tracks. Sterker nog: deze ep duurt zelfs té lang en Burial lijkt te zijn verzand in veel geëmmer en no banger.

Uiteraard bevat Antidawn ook lichtpuntjes. Met name Bevans ontdekking van het elektrisch orgel (en een Ondes Martenot?) zorgt voor een verfrissend element. De karakteristieke dystopisch-urbane sfeer evolueert wederom richting een heilzame, meer gevoelsmatige en dus minder beeldende sound. Die tendens was al ingezet en wordt op Antidawn in het lang en breed gevierd.

Hét euvel van Antidawn is de totale richtingloosheid en het gebrek aan structuur. Burial schildert een weliswaar consistente mozaïek van muzikale ideeën, maar componeert nooit. Lees: dat deed hij sowieso al steeds minder. We troosten ons met de gedachte dat dit wellicht een bewuste artistieke keuze is en niet zomaar een zwaktebod. Maar van navelstaren worden we nou eenmaal niet blij. Voorts is Antidawn sfeervolle, doch volkomen vrijblijvende ambient. 100% ambient zelfs.

Beats hoef je op Antidawn dus al helemaal niet te zoeken, iets waar Burial-puristen wellicht mistroostig van worden. Beats zijn Bevans sterkte, al sinds het prille begin. Het krakende vinyl-geluid en de slim bewerkte, vaak melodieuze samples geven zijn werk een signatuur, maar Burial zou Burial niet zijn zonder krakers als “Rival Dealer” (van de gelijknamige ep in 2013) of een meeslepend “Rough Sleeper” (wellicht onderdeel van zijn artistieke hoogtepunt, eind 2012). Op deze nieuwste plaat smeekt een track als “Shadow Paradise” naar een of andere vorm van een drop, maar die komt er nooit. De zeldzame groove die Bevan daar te pakken heeft, dooft bijgevolg als een nachtkaars uit. Iets gelijkaardig gebeurt op de tweede helft van “New Love”. Zeker, Burial klinkt hiermee misschien wel onvoorspelbaarder dan ooit en lost niet zomaar de verwachtingen in. Al heeft niemand ooit beweerd dat dit op zichzelf voor goede resultaten zorgt. Bovendien is deze sound ook voor hem lang niet nieuw, het wordt alleen niet meer afgewisseld met wat ooit zijn muzikale corebusiness was. Het gevolg is dat het louterend effect van deze Burial-ambient sterk vermindert. Zonde.

Vallen over het beperkte format waar Burial muziek mee uitbrengt, hoeft – zeker in Spotify-tijden – niet langer. Zo bewees de twee jaar oude uitstekende collectie Tunes 2011-2019 al. Qua productiviteit is Burial een beetje als diamanten: we geloven alleen maar dat ze zeldzaam zijn (weliswaar door slimme marketing van de sector). De keuze om wel of geen album uit te brengen, is in die zin bijna normatief. De fan moet zich nu eerder zorgen maken over een ander aspect – en dat is relatief nieuw. Want we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat Burials gehink op twee gedachten (ambient en old skool clubmuziek, twee genres die steeds meer náást elkaar leven in zijn wereld) al te lang aan de gang is en dit een potentieel derde album in de weg staat. Antidawn bevat immers lang niet voldoende kwalitatief materiaal, maar gaat toch net zo lang door als een ‘gewone’ langspeler. Mosselen noch vis, dus.

Conclusie: de clubs mogen dan al twee jaar dicht zijn, Burial mag van ons weer eens clubmuziek gaan maken. Maakt niet uit in welk format het dan wordt uitgebracht, betalen doen we toch.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + een =