Drieëntwintig minuten muziek. Sommige punkbands noemen het een oeuvre, Burial noemt het een dubbele single. De waarheid kent sinds enkele jaren verschillende versies, maar het feit is dat we sinds 1 augustus non-stop luisteren naar “Comafields/Imaginary Festival” van Burial. Wij blij? Wij blij.
“Comafields” is een dance-opera die in verschillende delen gaat van subtiel gloeiend over “Synrise”-groeiend tot een Tomorrowlandwaardige trance op het eind. Het is muziek van de toekomst, maar Burial heeft altijd al buiten de tijd gestaan, dus kraakt het geheel als zand in de gewrichten van robotten in een used future sciencefictionfilm – een al te vertrouwd gevoel wanneer we onze knoken hier krakend op los gooien. Begeesterd zijn we wel, en dat een klein kwartier lang.
“Imaginary festival” bouwt verder op die euforie, maar geeft ons een nog meer ingehouden variant, traag druppelend toegediend via een infuus tot je hele lichaam het gevoel heeft geabsorbeerd. De contouren van de wereld vervagen, de essentie gloeit des te helderder op. “My love, my love” galmt het vanuit de verte in onze oren. We zwalpen zoekend verder over de weide, het feest speelt zich elders af, flarden waaien onze gehoorgang in. De explosie lonkt, maar komt nergens tot wasdom – in tegenstelling tot de nacht. “The moon has arisen” doet ons uitgeleide, maar die grote witte bol brengt geen duidelijkheid. Wel verlichting.



