Triggerfinger :: ”Van mij moet er niet op elke Triggerfingersong een gitaar staan”

Er is veel gebeurd, in Triggerfingerland, en dus duurde het even voor Tarmac er lag. Voor het eerst moesten frontman Ruben Block en drummer Mario Goossens het na het overlijden van bassist Monsieur Paul met zijn tweetjes te doen, en dat leverde een plaat op die de oerkracht van vanouds paart aan een ouder wordende beschouwing. “Als wij het goed vinden, is het een Triggerfingersong.”

enola: Heren, negen jaar is lang. Waar lag dat aan?

Goossens: “Er was gewoon van alles te doen. Na Colossus bestonden wij twintig jaar, dat moest gevierd worden, en toen die tour na een jaar afgelopen was, wilden we een sabatical inlassen zodat er tijd ontstond voor andere dingen.  Het was even tijd voor iets anders. Ruben maakte zijn soloplaat, Polle ook, en ik nam met Sloper een paar albums op. En vlak daarna sloeg corona toe, waarna Polle zei dat het niet meer ging, en we met hem op Farewell Tour gingen. Voor we het wisten waren we zo negen jaar verder.”

“Nu, we zijn eigenlijk al in 2022, toen Paul definitief gestopt was, meteen naar L.A. gevlogen om te beginnen schrijven.”

Block: “Natuurlijk was het anders zonder hem, maar organisatorisch namen Mario en ik daar altijd de leiding in. We praatten daar samen wel over, maar Polle zette zich toch iets meer op de achterbank. Als is het natuurlijk zo dat hij en Mario als ritmesectie hard op elkaar waren ingespeeld. Als de dingen gerepeteerd waren, dan klikte dat in de studio in elkaar. Dat stond meteen als een huis.”

“Op dat vlak was er een groot verschil, maar misschien deels daarom hebben we doelbewust voor een andere werkwijze gekozen bij de opnames. Die hebben we een beetje benaderd, zoals ik ook mijn soloplaat heb opgenomen. Die nam ik ook op met Mitchell (Froom, producer waar Block al sinds Colossus mee samenwerkt), zonder budget. We deden alles zelf: techniek, schrijven, inspelen, en dat was heel plezant. Mitchel had het heel fijn gevonden om met ons Colossus op te nemen, dus hij zag het meteen zitten om onder ons drieën samen te schrijven. We zouden dat eerst in zijn thuisstudio doen, maar een lek in de boiler stak daar een stokje voor. Uiteindelijk hebben we de plaat gemaakt in het huis dat we huurden in Ensino, een half uurtje boven Santa Monica. Dat was de max: we konden er de hele tijd opnemen en spelen.”

enola: Was het idee om terug met Mitchell te gaan samenwerken een vorm van continuïteit zoeken na het overlijden van Paul?

Goossens: “Niet per se. Dat kwam gewoon uit een gevoel dat wij goed samenwerken, dus waarom zouden we dat niet nog eens doen? Er is eigenlijk niet al te fel over nagedacht. Met Mitchell spelen is plezant, dus zullen we hem nog eens vragen; die houding. Verder was de aanpak deze keer helemaal anders dan bij Colossus, toen we volledig voorbereid waren en hij producete. Deze keer was hij veel minder producer, en meer co-writer. Het plan was aanvankelijk zelfs om na het schrijven een externe producer aan te trekken, maar dat vond hij niet nodig. We zijn met ons drieën al genoeg producer, vond hij: het klonk al goed genoeg, er was geen nood om nog een andere visie te krijgen. Al was er natuurlijk altijd nog zijn goeie vriend Tchad Blake die de mixing heeft gedaan, en in dat stadium ook nog mee arrangeert.”

enola: Bij het schrijven kon Mitchell afkomen met “kinderlijke ideeën die bijna grenzen aan genialiteit”, lieten jullie al vallen. Waar denk je dan aan?

Block: “Mitchell is iemand die harmonisch heel sterk is. Hij kan een orkest van tachtig man arrangeren, en een hele brute klank geven, maar hij kan ook heel goed inschatten wanneer iets te ingewikkeld wordt en er eerder iets eenvoudigers nodig is. En dan speelt hij dat. Hij heeft ook een Optigan, een oude, vroege sampler van Mattel waarop je geluiden kunt afspelen die op plastieken platen staan. Mitchell is ongelofelijk goed om met dat ding abstracte klanken te maken; gewoon door er een paar effectpedalen aan te hangen. Zo hebben we vaak wolkjes van geluid gemaakt die dan op de achtergrond van een refrein of een brug spelen, waar we zo’n beetje extra konden gebruiken. Hij kan heel goed aanvoelen waar je zo’n beetje lucht met een korrel – niet eens een echte muzieknoten – nog nodig hebt.”

enola: Heb je het gevoel dat Tarmac een ander Triggerfinger laat horen?

Goossens: “We zijn ouder geworden, niet meer de 25-jarigen van ons eerste album. Alleen al daardoor veranderen er dingen. En natuurlijk zijn we in die tijd ook beter geworden als muzikanten. We hebben andere invalshoeken ontdekt. Zo was dat ook bij Roxy Music. Er zit een gigantisch verschil tussen hun eerste en laatste plaat.  Maar echt veranderd zijn we niet, denk ik. Het zijn nog altijd ‘die twee van Triggerfinger’ die deze plaat hebben gemaakt. Van zodra Ruben een gitaar vastpakt, klinkt dat als hem.”

enola: Hebben jullie overwogen om Geoffrey Burton, die van tweede gitaar naar bas opschoof, te betrekken in het schrijfproces?

Block: “We hebben dat niet gedaan omdat Paul ons net was ontvallen. We wilden met ons twee opnieuw onze essentie bepalen, en van daaruit weer vertrekken. Nu, Geoffrey heeft al meegewerkt aan opnamesessies, en het kan in de toekomst zeker nog gebeuren, maar nu paste het niet.””

Goossens: “We moesten nadat Paul vertrokken was ook even zoeken hoe we dat voortdoen na meer dan twintig jaar zouden vormgeven. Uiteindelijk hebben we besloten dat op zijn beloop te laten, en zijn we gewoon begonnen aan die nieuwe plaat. Maar om dat dan al meteen met iemand anders te doen was toch wat te snel.”

enola: ‘Alles kon, alles mocht’, zeiden jullie over het schrijfproces. Klopt dat echt, of zijn er toch lijnen waarvan je voelt dat ze niet echt kloppen bij Triggerfinger?

Block: “Er zijn zeker dingen die in bepaalde songs passen, en andere die dat niet doen. Sommige zinnen passen niet bij bepaalde muziek. Dat heb ik ook ondervonden toen ik mijn soloplaat maakte. Ik heb daarvoor nummers geschreven die niet per sé bij Triggerfinger hadden gegaan, en dat is goed.  Soms werkt een idee ook gewoon niet. Dan begin je ergens mee, zoek je er dingen bij, en voel je automatisch dat het niet echt klopt. We zijn met drie om dat wat te bewaken, maar het is niet iets wat we vooraf afspreken. Ik voel op dat vlak weinig beperkingen. Op Tarmac staan heel heftige dingen, maar ook kleine, breekbare songs, soms gaat het over existentiële zaken, soms is het onnozel; dat kan allemaal, want zo is ook het leven. Humor en zelfrelativering horen er ook bij. En als wij het goed vinden, dan is het een Triggerfinger-song.”

“Uiteindelijk hebben we door de jaren heen al van alles gedaan. We hebben saxofoons gebruikt, lepeltjes op koffiekoppen, zeven sporen gitaar, kazoo.. noem maar op, alles kan inderdaad. Niets van instrumenten of klanken is bij voorbaat uitgesloten, de enige vraag is of het klopt met de textuur van wat we op dat moment maken. Ik heb daarom al elektrische gitaarpartijen weggesmeten, waar we vroeger net een dikke gitaar hadden gesmeerd die alles wegblaast. Van mij moet er niet op elke Triggerfingersong een gitaar staan.”

enola: Heb je dat moeten leren, dat gevoel dat geen gitaar ook is?

Block: “Een gitaar kan het coolste instrument ter wereld zijn, maar dat kan ook het meest vervelende instrument ter wereld zijn. Er is niks zo enerverend als te lang naar overstuurde gitaren moeten luisteren. Ik speel onwaarschijnlijk graag gitaar, die tiener die verschrikkelijk enthousiast wordt als hij zijn gitaar in een hele luide versterker steekt en die een op tien zet zit nog altijd in mij, maar niet altijd denk ik nu.”

enola: In opener “Everybody’s Looking” zingt je: “You have to dig, dig, dig en go deep”. Dat klinkt als een voornemen, alsof de plaat ook ergens over zal gaan.

Block: “Dat nummer gaat over hoe we ons allemaal in de vitrine van het leven zetten; zowel spreekwoordelijk, als letterlijk. Want wat zijn sociale media anders, waar we ons doen en laten tonen, ons spiegel aan anderen. We vinden dat toch zo belangrijk. Ik zing het lichtjes ironisch, maar het is wel zo. En zo is er wel degelijk een overkoepelende gedachte op Tarmac. Mario en ik hebben immers een paar intense jaren meegemaakt tijdens het schrijfproces. Zijn moeder is overleden, mijn schoonouders werden hulpbehoevend, hadden opvang nodig, en zo draaide het leven verder.”

“Als je jong bent hebben je ouders de verantwoordelijkheid. Zij leren je fietsen, helpen je opgroeien. En dan komt plots het moment dat jij aan het hoofd van de familie staat, en voor andere moet zorgen, of hen ziet wegvallen en jij de boel bij elkaar moet houden zonder dat iemand je daar ooit op heeft voorbereid. En net op dat moment beginnen je eigen kinderen aan hun volwassen leven, gaan ze dingen onderzoeken, falen ze, … Al die dynamieken kwamen bij ons tegelijk samen, en voor mij klopte dat met het woord ’tarmac’; het is een plek waar je kunt landen voor het laatste stuk van je leven, maar ook waar je vertrekt voor dat leven. Het is niet iets wat ik vooraf had bedacht, zoals zo vaak wanneer ik een song schrijf, maar toen ik er achteraf naar keek klopte het wel. Soms kruipen er dingen in je rugzak van inspiratie waar je je op dat moment niet helemaal van bewust bent. Als je daar op een repetitie nadien over begint te praten, kan het soms interessant en confronterend zijn, ja.”

enola: Je zingt ook ‘someone needs to dive in this mess and put it right again’. Dat gaat ook over die verantwoordelijkheid voor ouderen en jongeren die je plots voelde?

Block: “Ook dat sloeg eigenlijk eerder op  social media, maar dat is het coole aan songteksten: je begint over iets te schrijven, en naarmate de tijd verstrijkt of iemand anders het hoort, verschuift de betekenis. Het is net daarom dat ik het niet altijd nodig vind om een songtekst uit te leggen. Het kan interessant zijn om het daar over te hebben, maar het moet niet. Jij leest er iets in, andere journalisten haalden er iets anders uit, en dat is ok. Het gebeurt soms zelfs dat ik me tijdens een optreden, drie jaar nadat hij is uitgebracht, plots realiseer dat die song ook over iets helemaal anders kan gaan.”

enola: Over de volgende generatie gesproken: je zoon timmert met zijn band Brakwater aan zijn eigen muzikale weg. Wat is de grootste raad die je hem daarbij hebt gegeven?

Block: “Geen idee. Dat zou je hem moeten vragen. Ik wil me ook niet te hard moeien met die gasten. Ik heb hem een fantastisch drumstel cadeau gedaan voor zijn achttiende verjaardag, ze hebben een tijd op mijn versterkers gespeeld toen ze er zelf nog geen hadden,.. Maar verder? Ik probeer raad te geven als dat nodig is, doe suggesties over een podiumopstelling die ze kunnen proberen,… maar ik denk niet dat daar veel levensveranderende dingen bij zitten. Het meest je leer je uiteindelijk nog altijd door het op te fokken, tegen problemen op te botsen, en die samen proberen op te lossen. Soms helpt het dan dat iemand wat raad geeft over zijn drummen of zijn techniek, maar dat krijgt hij van alle kanten. Natuurlijk kan er van alles mislopen, maar er kan ook van alles goed gaan. En ze weten dat ze naar mij kunnen komen als ze ergens – bijvoorbeeld de zakelijke kant – iets over willen weten. En als ze dat niet willen: ook goed.”

‘Tarmac’ is nu uit op Sony.

 

Sony
Beeld:
Charlie De Keersmaecker

recent

verwant

Blues Peer :: Schot in de (zomer)roos

26 mei 2023

De tweede editie van het vernieuwde bluesfestival in Peer...

Paaspop, Schijndel

9 april 2023

Het Nederlandse Paaspop wordt jaarlijks op touw gezet tijdens...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in