Make Christmas Great Again: essentiële kerstmuziekjes

Geef toe: meestal zijn ze uw aandacht niet waard, de kerstnummers die u het vaakst op de radio hoort. Platenfirma’s en artiesten denken een slaatje te kunnen slaan uit postironische kitsch door muzikale equivalenten van plastic kerstbomen op ons los te laten. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om u twintig waardevolle kerstnummers aan te bieden? 

Mariah Carey en Wham! vallen te vergelijken met een Tesla: door een team perfect ontworpen en afgevijld, maar zoals alle perfectie lijden ze onder een gebrek aan gevaar en aan de bijbehorende saaiheid. Onderstaande nummers dragen daarentegen op hun ziel evenveel krassen als de carrosserie van onze geblutste Datsun 310. Alle kerststemmingen komen in de lijst aan bod: soms weegt de muziek even zwaar op het gemoed als die roestbak op het milieu, en soms zwalpt ze vinnig over de snelweg. De kofferbak zit sowieso vol emotionele lading. Als er al één voordeel is aan kerstmis vieren zonder je familie, laat het dan dit zijn: dat geen onverlaat kan vragen om die plaat af te zetten.

The Pogues & Kirsty MacColl :: Fairytale Of New York

Ach, Kerstmis. Feest van licht, vrede en, euh, benevelde echtelijke ruzies? Als het aan The Pogues en Kirsty MacColl ligt wel. Deze oerklassieke folkwals nodigt dan misschien wel uit tot vrolijk inhaken en lichtjes beschonken riverdancen, het verhaal van dit Ierse koppel dat een grootse toekomst in New York in geen tijd uitgewist ziet door een hoop drank, drugs en uiteindelijk een kerstavond in een dronkenmanscel doorbrengt, is toch vooral een erg tragisch sprookje dat bijzonder weinig van doen heeft met suikerzoete kerstvertelsels, en net daarom ook na meer dan dertig jaar blijft ontroeren.

Hoe ouderwets Hollywoodiaans het immers ook lijkt te beginnen met dat “We kissed on a corner then danced through the night”, vanaf de tweede strofe maakt de verblindende verliefdheid botweg plaats voor een dronken wedstrijdje kibbelen en beschimpen. Zelfs met wat welgemikte censuur blijft MacColl de prinses van de vuilbekkerij, maar het hartverscheurendste venijn zit hem niet eens in de scheldwoorden die ze MacGowan toewerpt. Neen, het is uiteindelijk in die kwetsbare laatste strofe, waarin MacGowan zich “I could have been someone” voorstelt, en zij hem “well so could anyone” toebijt, dat ons hart elke keer weer een beetje breekt. Gelukkig mag daarna dat niet kapot te krijgen refrein nog één keer in volle glorie openbarsten – banjo’s, tin whistles en accordeons voor iedereen! – om alsnog de tranen te drogen en een happy end niet helemáál onmogelijk te doen lijken. (lt)

Daniel Johnston :: Christmas in the Loony Bin

Muzikale kerstkaart van een lofi-held, afkomstig van Merry Christmas, dat opent met een opname van Johnston die ons een fijne Kerst en een gelukkig nieuwjaar wenst. Op “Christmas in the Loony Bin” zingt Johnston boven een typische, hamerige gitaarpartij over een helder schijnende ster daar ergens aan de hemel, ver weg van hier. Want die kan je altijd zien, hoe diep je ook weggestoken zit – zelfs zij die in de loony bin zitten. Het herinnert aan de ster die voor ieder van ons schijnt, zoals de instabiele zanger al wist op “Hey Joe”. “Merry Christmas!” Een uniek kleinood. (ml)

John Zorn :: Santa’s Workshop

Het is op papier misschien een beetje pervers dat avantgarde-paus John Zorn een kerstalbum opnam, maar zelfs een oppervlakkige beluistering laat horen dat het net als bij Mars Williams steekhoudt. De band die hij daarvoor gebruikt (beter bekend als The Dreamers) en hier voor de vierde keer samengebracht werd, is dan ook eentje die tot de verbeelding spreekt, met vaste waarden in het Zornuniversum als Marc Ribot, Trevor Dunn, Kenny Wollesen, Jamie Saft Joey Baron en Cyro Baptista. Een weelderig-romige sound, met gloeiende vibrafoon, gezellige percussie en ander getingeltangel zet meteen de lounge-achtige sfeer. “Santa’s Workshop” is een eigen compositie, maar sluit naadloos aan bij klassiekers als “Let It Snow! Let It Snow! Let It Snow!” en “Have Yourself A Merry Little Christmas” elders op het album, via even beheerst als virtuoos spel (die solo van Ribot!) van een stelletje muzikanten die de stiel leerden in het schimmige cabardoucheke wat verderop. Even glad als beheerst; de échte gangsta jazz, wulps dansend op het slappe koord tussen kunst en kitsch. (gp)

Sufjan Stevens :: Sister Winter

Wie alle honderd kerstliederen in zijn catalogus na elkaar afspeelt, komt uit op vijf uur luistergenot en een occasioneel gefronste wenkbrauw (we kijken naar jou, “Ding-a-ling-a-ring-a-ling”). Normaal gesproken volstaat dat om vier porties kroketten te verstouwen, de kille wurggreep van de winterdip te negeren en de knikkebollende oma een scheefgezakte bûche aan te reiken. Het lot beslist er in dit godvergeten jaar anders over. Omdat het hoofd net iets minder naar “Come On! Let’s Boogey to the Elf Dance” staat, kiezen we voor een nummer uit Songs for Christmas (2006) dat in vijf minuten doet wat een kerstnummer hoort te doen: de scherven van een somber hart met goudlijm weer aan elkaar kleven en nieuw leven inblazen.

Ingetogen en intiem gaat het van start op de piano; wie de oren spitst, hoort hoe Stevens de pedalen indrukt. Daar waar een Michael Bublé zou inzoomen op gevoelens van warmte en geborgenheid, confronteert “Sister Winter” ons echter met de gapende kloof tussen hoop en realiteit: “But my heart is / returned to Sister Winter / But my heart is / as cold as ice.” Sufjan wíl wel deelnemen aan het feestgedruis, maar de ziel pruttelt tegen en het hoofd is nog in de ban van bitterzoete zomerherinneringen. “I apologise, apologise” weerklinkt als een op muziek gezette snik terwijl zijn ijzige falset zelfs het koudste hart doet inkrimpen.

Stevens’ beste nummers kerven wel vaker een bloedend spoor in je vel alvorens in stijgende lijn naar een uitbarsting van warme uitbundigheid toe te werken. Wanneer het geluid van een half orkest, perfect geplaatste blazers en de drammerig geworden piano aanzwelt, overvalt ons – samen met de artiest – dan toch dat minuscuul gevoel van triomf dat we alweer een hard jaar hebben weten te overleven. “Sister Winter” is kippensoep voor de ziel, al moeten we dit jaar de hete stoom op ons eentje wegblazen. (se)

Bob Dylan :: Must Be Santa

Dat de man die ooit de spreekbuis van zijn generatie genoemd werd en een paar jaar later zelfs een Nobelprijs op zijn schouw mocht zetten, in 2009 plots op de proppen kwam met een kerstplaat was iets dat we niet meteen hadden zien aankomen. Laat ons wel zijn, Christmas In The Heart is een album in het oeuvre van Bob Dylan dat we bij voorkeur met de mantel der liefde bedekken. Hoewel hij bij de keuze van de nummers de te evidente songs links laat liggen, baadt het album toch net te veel in die sentimentele kerstsfeer om te bekoren.

Behalve voor één nummer dan. Op de originele versie van pop-zanger Mitch Miller uit 1960 klinkt het op een Duits drinklied gebaseerde “Must Be Santa” ondertussen behoorlijk gedateerd, maar Dylan gebruikt de onweerstaanbare polka-versie van Brave Combo (inclusief de opsomming van namen van de rendieren van de kerstman en die van Amerikaanse presidenten). De accordeon van David Hidalgo is prominent aanwezig op het nummer en zelden nodigde een Dylan nummer zo uit tot een feestje. Net omdat Dylan op dit nummer het kerstgedoe met een kwinkslag benadert – kijk maar naar de bijhorende videoclip – is deze “Must Be Santa” een essentieel kerstnummer. (bw)

Joni Mitchell :: River

Sommige van de mooiste kerstliedjes gaan eigenlijk helemaal niet over Kerstmis. Dit is er zo eentje: ondanks de weemoedige “Jingle Bells”-piano en flink wat omgehakte sparren in de tekst, verteert Joni Mitchell in “River” vooral de breuk met haar toenmalig lief – Graham Nash, voor wie al eens graag roddelblaadjes uit de jaren zestig leest. Dat doet ze met de nodige wroeging (“I’m so hard to handle / I’m selfish and I’m sad / Now I’ve gone and lost the best baby that I ever had”), maar vooral ook met een prachtig stukje beeldspraak. Want wil niet iedereen weleens ver weg schaatsen van de dingen, zeker nu de aarde zo vlotjes opwarmt dat zo’n vers bevroren rivier een moeilijk voor te stellen droombeeld is?

Blijkbaar wel: “River” werd Mitchells op één na populairste nummer (“Both Sides Now” doet het nog net iets beter), door jan en alleman gecoverd, maar zelden met dezelfde ingetogen emotionele kracht als het kwikzilveren origineel. Wie voor zijn kerstplaylist nog op zoek was naar een paar minuten stemmige droefenis, is bij Joni Mitchell alvast aan het juiste adres. (lt)

Tom Waits :: Christmas Card From A Hooker In Minneapolis

Kerstkaartje van de ex. “I stopped taking dope, and I quit drinking whiskey” – het klinkt bijna als een nieuwjaarsbrief, zo eentje vol goeie beloften. Dit is de vroege Tom Waits, die van de bezopen piano, de doorrookte stem en de hopeloze verhalen. Strofe na strofe spint de correspondente gelukkige wendingen, voornemens, en een toekomst die glorieus wordt – of toch op zijn minst oké, want dat is voor haar al heel wat. Waarna de verteller het hele kaartenhuisje met een welgemikt “Hey Charley, for chrissakes, do you want to know the truth of it?” opnieuw in elkaar doet vallen. Maar dat er misschien iets mogelijk is met Valentijn. ‘Denk er nog eens over, wil je?’ (mvs)


Yo La Tengo :: It’s Christmas Time

Peak indieband Yo La Tengo heeft iets met de eindejaarsperiode. In december houden ze al achttien jaar exclusieve reeksen van liefst acht Hanukkah-concerten voor een klein publiek in hun thuisbasis Hoboken, New Jersey. Zonder enige religieuze connotatie, overigens. Vreemd genoeg is van die innige band met de periode nooit een album voortgekomen.

Yo La Tengo bracht wél een kerstplaat uit, zij het van bescheiden formaat. In 2002 verscheen de ep Christmas time with Yo La Tengo. Een ietwat vreemd kerstalbum met drie covers. De opvallendste: Sun Ra’s “Christmas Time”. Een uitvoering die zowel de gezellige kerstigheid oproept als de bitterzoete, sluimerende melancholie waar Yo La Tengo bekend om staat. (mph)

Phoebe Bridgers :: If We Make It Through December

Bridgers is gek op covers en heeft ook iets met kerstliedjes. Vorige maand nam ze een mooie versie vol ingehouden drama op van “If We Make It Through December” van Merle Haggard. Een piano giet een extra vat tristesse over het nummer, terwijl de snik van Bridgers de droevige miniatuur van Haggard volledig uitpuurt. Papa is ontslagen, de kas is leeg, maar het is nog steeds kersttijd. Als je hart niet breekt tegen dat ze “and my little girl don’t understand / Why daddy can’t afford no Christmas gift” zingt, heb je er geen zitten. Ondertussen wordt het kouder en kouder, vader trilt van angst als hij de sneeuw ziet vallen. Maar als we het einde van december halen, komt het goed. Want dan gaan we naar Californië en in Californië wordt alles beter. Dat moet. Een pijnlijk harde herinnering dat Kerstmis voor een nog steeds te grote groep mensen niet per sé gelijk staat aan warmte, familie en cadeaus, ook bij ons. (ml)

Burial :: Truant/Rough Sleeper

Tot deze week was het alweer een lustrum geleden dat Burial stopte met zijn traditie om vlak voor kerst briljante ep’tjes te droppen. Daar kwam begin december al een beetje verandering in, om ons deze week ook onder zijn eigen naam te verrassen met een nieuw kerstnummer. De tijd moet nog de kans krijgen om te oordelen over de nieuwe “Chemz/Dolphins”, maar tot nu toe beleefde hij acht jaar geleden – op 14 december 2012 om exact te zijn – wellicht het hoogtepunt van die ‘kerstreleases’.

Truant/Rough Sleeper bestaat uit twee tracks die tijdloze meesterwerken bleken te zijn. Iets wat nog maar eens wordt benadrukt op Hyperdubs recente Burial-compilatie, Tunes 2011-2019. Ook recentere ep’s, zoals Claustro/State Forest (uitgekomen in juni, godbetert!) komen op zo’n langere compilatie zo mogelijk nog beter uit de verf. Maar Truant/Rough Sleeper draagt als geen andere de lange schaduw van Burials signature sound en de donkere urbane context die zijn inspiratie vormt, iets wat tijdens de kortste dagen nog eens versterkt wordt.

Hoogtepunt is zonder twijfel de synth die een glorieuze intrede maakt rond minuut zeven van “Truant”. Te beluisteren met alle bas die je kunt bijeen rapen. Na dat warme bad wordt het nummer een stuk ruiger, met de terugkeer van karakteristieke samples uit videogames en driedubbele ruislagen. Dat vormt meteen de brug met tweede track “Rough Sleeper”, die traag en neerslachtig begint om vervolgens mondjesmaat de hoop binnen te laten. Daarbij steevast begeleid door sommige van de beste beats die Burial ooit uit zijn mouw heeft getoverd.

Deze ep zette de toon voor het post-LP-tijdperk van Burial, dat gekenmerkt wordt door meer ambient, sociale kritiek, empathie en een stem geven aan gemarginaliseerde mensen. Niet zijn anonimiteit, maar juist die benadering maken dat de vergelijking tussen Burial en Banksy tot op vandaag steek houdt. (mph)

Bonnie Prince Billy & Dawn McCarthy :: Christmas Eve Can Kill You

Hoezo, Kerstmis een feest? Alvast niet voor Dennis Linde, die back in the seventies de song “Christmas Eve Can Kill You” schreef voor de broertjes Everly. Een man wandelt eenzaam en verkleumd door de sneeuw op kerstavond, vruchteloos proberend een lift te krijgen naar eender waar, gekweld door pijnlijke herinneringen. Het is eens wat anders dan de doorsnee kleffe eindejaarswensen of irritante jingle bells. Will Oldham, aka Bonnie “Prince” Billy, is een levensgrote fan van The Everly Brothers, zo blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat hij in 2013 samen met Dawn McCarthy een volledig album op de wereld los liet met covers van het harmonieuze duo (What The Brothers Sang).

Een jaartje eerder draaiden Bonnie en Dawn al proef met hun versie van “Christmas Eve Can Kill You”: minder glad en pakkender dan het origineel. De herkenbare onvastheid in de stem van Will Oldham smelt mooi samen met de zoetgevooisde klank van Dawn McCarthy en wordt spaarzaam begeleid. De melancholie die inherent is aan de tekst, komt daardoor veel beter tot uiting. Deze song laat zich het meest waarderen bij een smeulend haardvuur, mijmerend met een digestiefje in de hand. (jl)

Johnny Osbourne :: Christmas Stylee

Kerstmis is kerstmis, en daarmee is de kous af. Maar in de Caraïben klinkt kerst nog nét iets anders. In Jamaica schijnt de zon onafgebroken en dat heeft een weerslag in de kerstmuziek die vanop het eiland weerklinkt. Je krijgt hier geen ijskoud kerstgerinkel met belletjes, maar vette baslijnen, warme orgeltjes en tegenritmes die uitnodigen tot dansen. Het is op de dansvloer dat de Jamaicanen qua veerkrachtige levenslust hun gelijke niet kennen – ondanks levensomstandigheden die vaak te wensen over laten.

Muzieklabel Studio One – het Jamaicaanse huis van vertrouwen – bracht in 1982 het fantastisch getitelde Christmas Stylee uit en Johnny Osbourne nam het titelnummer voor zijn rekening. Osbourne was gepokt en gemazeld in de vroege dance hall dat als genre meer aanleunt bij rappen dan zingen. Zingen was dus niet zijn forte: je hoort z’n stem in de meer melodieuze stukken piepen, kraken en tegennatuurlijk wringen, maar het resultaat is aandoenlijk aanstekelijk. “What kinda style the angels singing? / Christmas stylee / shalalalong for Christmas”. De naïeve teksten worden mooi bijgestaan door het speels orgeltje en wanneer halverwege de drum en de bas het overnemen voor een funky dub-outro met dansende toetsen kan onze kerst alvast niet meer stuk. (jdr)

The Flaming Lips :: Christmas At The Zoo

Geen enkel kerstlijstje zou eigenlijk mogen bestaan zonder The Flaming Lips. Weinig bands hebben de laatste decennia zo hun best gedaan om Kerstmis in een nieuw, minder klef jasje te steken met talrijke kerstreleases en -songs. Tot en met een très lofi kerstfilm toe (Christmas On Mars, met de beste bordkartonnen ruimteschepen ooit). De misschien wel beste en sowieso toegankelijkste van al die kerstuitspattingen is deze single uit Cloud Taste Metallic (1995). The Flaming Lips bevonden zich op een interessant punt in hun carrière: exact in het midden tussen de indierockgroep die net bescheiden had gescoord met “She Don’t Use Jelly” maar nog lang niet de groep die de rockgitaren aan kant schoof. Wayne Coyne had zijn lange krullen nog en fantaseert een eind weg over alle dieren in de zoo vrijlaten op Kerst. Ondertussen leeft de groep zich uit in charmante gitaarrock zoals ze daar in deze periode een patent op hadden. (ml)

Mars Williams :: O Tannenbaum – Spirits – 12 Days of Christmas

Het idee? Ridicuul. De uitwerking? Het klopt. Natuurlijk wist Chicago-saxofonist Mars Williams, lid van The Psychedelic Furs én van de bloeiende freejazzscene van The Windy City, heel goed waar hij aan begon toen hij een handvol composities van freejazzlegende Albert Ayler koppelde aan kerstliederen. Het begon in 2017 als een idee waarvoor hij z’n band Witches & Devils inschakelde, en onlangs verscheen al een vierde deel. Waarom: Williams begreep heel goed dat Aylers composities, met hun wortels in gospel, blues, hymnes en marsen, net als de Kerstliederen een volkse oorsprong hebben. Deze combinatie van stukken komt voor op de eerste twee volumes, met de tweede versie die opgenomen werd met goed volk uit Oostenrijk. Alles lijkt aanvankelijk te baden in een winterse gloed, met Christof Kurzmann die, gesteund door gestreken bas en blazers, een liedje prevelt (met lichtjes gewijzigde lyrics), tot een kantelmoment/versnelling na drieënhalve minuut een ander thema introduceert en het kwintet vertrokken is voor een vlammende interactie, met een hoofdrol voor het krachtige getoeter van Willams. De grenzen tussen Kerst en Ayler vervagen compleet helemaal. (gp)

Smith & Burrows :: This Ain’t New Jersey

Het was het soort bezopen idee dat je enkel kunt hebben als je al jaren drinkin’ buddies bent: Tom Smith van Editors en Andy Burrows van Razorlight besloten om samen een kerstplaat te maken. Het werd de beste van de laatste dertig jaar – neem dat nu maar gewoon van ons aan – en dit nummer is het hoogtepunt. Over een escalerende melodie die van Springsteen had kunnen zijn, zet een koppel het op een gemoedelijk zuipen en aansluitend kibbelen over of het nu ‘Santa Claus’ dan wel ‘Father Christmas’ moet zijn. De clou volgt met dat “I may have had a bit to drink / I may have done some dumb things / But I’m glad the storm has trapped me here / With you”, maar het echte Kerstgevoel zit in dat jolige refrein: “Those same old songs, every single year / We drink, we sing, to the state we’re in / But it’s Christmas, my dear”. (mvs)

William Basinski :: Silent Night

William Basinski kan u kennen van ambientmeesterwerk (of pretentieus geneuzel, kan beide kanten opgaan) als The Disintegration Tapes, Cascade of A Shadow In Time. Hij staat erom bekend het begrip “repetitief” tot in het extreme in te vullen. Maar als de stemming goed zit, zijn de warme klanken van Basinski balsem op de ziel. In december 2004 bracht Basinski een van de weinige kerstplaten ooit uit in het ambientgenre, Silent Night. Volgens de maker is het een soezende meditatie over de geboorte van Jezus Christus. De eerlijkheid van deze boodschap valt natuurlijk niet tot nauwelijks te achterhalen bij dit instrumentale bad van warme synthesizergolven en krekelachtige geluiden. Het levert wel een mooie plaat op waarmee het fijn mijmeren is terwijl de sneeuw zachtjes neervalt en alle gedachten een voor een uitvallen. (ml)

Mark Lanegan :: Coventry Carol

Het lijkt op het eerste gezicht een contradictio in terminis. Mark Lanegan – junkie, chroniqueur van de nacht, het muzikale equivalent van de kleur zwart – die zich aan kerstnummers waagt. Toch bracht hij in 2012 onder het alter ego Dark Mark een EP in beperkte oplage uit met zes kerstnummers, die hij dit jaar met nog eens vier extra nummers opnieuw uitbrengt. Hoewel de feestelijke kerstsfeer ver weg is bij Mark Lanegan – of wat had u verwacht? – zorgt hij misschien wel voor de ideale soundtrack voor de kerstdis van 2020, de meest melancholische ooit.

Van de tien nummers – een mengeling van traditionals, eigen nummers en een Roky Erickson-cover (!) – is “Coventry Carol” misschien wel het meest huiveringwekkend. Een uit de zestiende eeuw daterend Engels kerstnummer over de Kindermoord van Bethlehem dat door Lanegan volledig a capella gebracht wordt. Als een priester op een donkere mis brengt hij het nummer op een lijzige manier, als een wiegelied voor de verdoemden. Nee, kerstmis is geen pretje. Nu nog “A Nightmare On Elm Street” als kerstfilm uitkiezen dit jaar. (bw)

The Knife :: Reindeer

Al twintig jaar brengt de Zweedse formatie rond Karin en Olof Dreijer mensen in vervoering dan wel verwarring met klanken uit een parallel, nordic noir universum. In 2001 staken deze snuiters hun vogelmaskers voor het eerst officieel boven water op studiodebuut The Knife: tien relatief kale elektropopnummers met een mysterieus kerstnummer in de staart. Daar brengt Karin’s kenmerkend elastische stem een ongewone ode aan het rendier dat als een schaduw in de nacht een slee sjouwt die elk jaar zwaarder wordt. Haar spookachtige vertelstijl (ook zonder vervormende effecten is dit spul voor nachtmerries) dompelt “Reindeer” onder in de sinistere sfeer van het betere sprookje met scherpe weerhaakjes.

Over de betekenis doen de wildste interpretaties de ronde. Staat Rudolf symbool voor het proletariaat (“humble, heavy loaded”), onder de duim gehouden door een wrede kerstman (“Santa, he yells faster”) of hebben de nobele dieren meer weg van gebrainwashte Manson girls (“we follow mister Santa to the end”)? Het puffende geluid dat met pointillistische precisie het ritme van een snelle draf aangeeft, hypnotiseert maar wekt ook onrust op. Misschien een ideale bedankplaat voor de immer gehaaste rendieren van Bpost en PostNL, wier overbelaste slee net niet omkantelt?

In 2006 kreeg het nummer nog een make-over (“Christmas Reindeer”) waarbij de uitgesponnen gitaarsolo sneuvelde, maar neem het aan van iemand die te lang naar dezelfde muren heeft zitten staren: de originele koortsdroom is beter. Hoe kleurloos zouden onze levens zijn zonder de koudbloedige magie van The Knife? Bij deze een warme oproep: maak kerst minder homogeen met dit schijfje Unheimlichkeit. (se)

Low :: Taking Down The Tree

Duluth, Minnesota staat bekend om zijn ijskoude winters en blijkt eveneens een vruchtbare kweekvijver voor kerstplaten. Lang voor Dylan waagde Low zich in 1999 aan een kerstplaat (Christmas). Het is een plaat voor in de late uurtjes, wanneer enkel de vuile borden nog stille getuigen zijn van een gezellige avond. Alan Sparhawk en Mimi Parker schuwen de klassiekers zoals “Little Drummer Boy” en “Silent Night” niet, maar het zijn de eigen composities die het tempo tot stilstand dwingen en de temperatuur tot het nulpunt doen dalen.

“Long Way Around The Sea” en “Taking Down the Tree” mogen tekenen voor de absolute downer die u voelt wanneer het gerinkel van het feestbestek is uitgestorven en melancholie de plaats van euforie inneemt: “another broken reindeer / another candle / another velvet ribbon / another nosebleed.” Morgen ontwaken we opnieuw in de realiteit: de boom wordt afgebroken, de zorgvuldig opgebouwde harmonie zal weer uit balans raken en de ratrace trekt zich vanaf 26 december terug op gang. (jdr)

Eels :: Christmas Is Going To The Dogs / Everything Is Gonna Be Cool This Christmas

In een kutjaar als dit kan het nog altijd twee kanten uit, en Eels is daar op voorzien. Aan u de keuze wat straks uw lijflied wordt, daar onder uw Kerstboom. Wordt het de jolige ondergangs-meestamper “Christmas Is Going To The Dogs”, of toch maar het even uitbundige “Everything’s Gonna Be Cool This Christmas”? Allemaal samen: “Baby Jesus: born to rock!”. (mvs)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 4 =