Neil Young :: Way Down In The Rust Bucket / Young Shakespeare

2021 lijkt het jaar te gaan worden dat de sluizen van Neil Youngs archieven helemaal opengaan. Eind vorig jaar was er al het tweede volume van zijn archieven, maar dat lijkt maar een voorsmaak geweest te zijn van wat er dit jaar aan lijkt te komen. De wispelturige Young kennende kan het natuurlijk zijn dat de later dit jaar geplande releases alsnog uitgesteld worden, maar met de twee eerste concertregistraties in z’n Archives Performance Series krijgen we alvast de twee facetten van de Canadees te horen: eenmaal elektrisch met Crazy Horse, eenmaal akoestisch op z’n eentje. 

Way Down In The Rust Bucket (met Crazy Horse)

De jaren ‘80 waren een moeilijke periode voor Neil Young. De platen die hij voor Geffen maakte werden neergesabeld − niet in alle gevallen helemaal terecht, overigens − en hij kreeg van de platenmaatschappij zelfs een process aan de broek omdat hij geen “Neil Young-platen” uitbracht. Maar op het einde van dat decennium keerde het tij. Freedom (1989) was een eerste stap tot rehabilitatie, maar vooral met Ragged Glory (1990) keerde hij terug voor een tweede glorieperiode. Hij werd de godfather of grunge en leverde de daaropvolgende jaren nog een paar klassiekers af. 

De Noord-Amerikaanse tournee die hij met Crazy Horse ondernam na de release van Ragged Glory werd vastgelegd op het verschroeiende Weld. Korrelige, verzengde gitaarduels en een band die op het hoogtepunt van haar kunnen stond. In zijn reeks archiefreleases wordt nu het concert dat de band op 13 november 1990 speelde ter voorbereiding van die tournee uitgebracht. 

Gelukkig zijn de verschillen met Weld groot genoeg om van deze release een even essentieel document te maken. Was Weld de weerslag van een tournee van arenaconcerten die zich afspeelde ten tijde van de eerste Golfoorlog − met een versie van Dylans Blowin’ In The Wind waarin het geluid van bominslagen werd nagebootst − dan is deze Way Down In The Rust Bucket een veel relaxter aangelegenheid. Iets waar de setting in de kleine Catalyst Club (800 toeschouwers) in Santa Cruz nabij Youngs ranch alsmede enig voorafgaandelijk drugsgebruik niet vreemd aan is. 

Maar ook de setlist toont voldoende verschillen. Het is vergeefs zoeken naar gebruikelijke war horses als “Powderfinger”, “Rockin’ In The Free World”, of “Hey Hey, My My” die hier op stal gelaten worden. In de plaats werd er gekozen voor een hele reeks minder voor de hand liggende nummers. “Jo The Surfer And Moe The Sleaze” bijvoorbeeld, is hier een van de hoogtepunten. Zelfs een middelmatig nummer als “T-Bone” klinkt plots goed. Niet dat het een sterk nummer wordt, maar de typische Crazy Horse-groove maakt hier het nummer. Wanneer de band even op zoek lijkt − zoals bijvoorbeeld op “Sedan Delivery” − zorgt de rommelige nonchalance waarmee het gebracht wordt dat het naadloos tussen de rest past. De nieuwe nummers uit Ragged Glory − met ijzersterke versies van onder andere “Over And Over” en “Fuckin’ Up” − weten zich van meet af aan zonder schroom met de andere klassiekers te meten. 

Bijna tweeënhalf uur duurt het uit drie kortere sets opgebouwde concert, maar het verveelt geen moment. Dit zijn Neil Young en Crazy Horse op het hoogtepunt van hun kunnen. De nummers zijn vaak lang uitgesponnen, de gitaarduels tussen Young en Sampedro heerlijk schurend, de nummers tegelijk ontspannend en begeesterd. Het indrukwekkende afsluitende drieluik − “Like A Hurricane”, “ Love And Only Love”, en “Cortez The Killer” − is van een niveau dat zelfs in Youngs oeuvre zelden eerder gehoord is.

Je kan de techniek vervloeken waardoor er iets mis liep tijdens de opname van “Cowgirl In The Sand” en het nummer noodgedwongen ontbreekt, maar dat neemt niet weg dat deze Way Down In The Rust Bucket zonder blikken of blozen naast Weld kan staan. Veel beter worden live-albums niet. 

Young Shakespeare

Op Young Shakespeare krijgen we met een solo akoestisch optreden uit de begindagen van zijn carrière een andere Neil Young te horen. Tijdens een solotournee in 1971 werden de twee concerten op 22 januari in het Shakespeare Theatre − een gebouw dat een paar jaar geleden afbrandde na decennia leegstand − in Stratford, Connecticut opgenomen voor de Duitse televisie. Een tournee die Young een paar maanden na de release van After The Gold Rush doorheen Noord-Amerika leidde. Young was op dat moment met dank aan zijn bijdrage aan Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash & Young geen onbekende artiest meer, maar zijn echte doorbraak bij het grote publiek zou er pas het jaar nadien komen met Harvest.

Alleen werd er met het ondertussen al klassieke Live At Massey Hall eerder al een optreden van dezelfde tournee − zelfs van amper drie dagen eerder, op 19 januari − door Young uitgebracht. Een concert dat ondertussen al te boek staat als de definitieve live-registratie van de akoestische kant van Young. Met het twee maanden eerder opgenomen Live At Cellar Door is er nóg een release uit diezelfde periode. Zijn er dan voldoende verschillen tussen deze eerdere concerten en dit optreden in een onooglijk stadje aan de Amerikaanse Oostkust?

Die verschillen zijn er, maar het zijn eerder accentverschillen en geen fundamentele wijzigingen. Was Massey Hall een triomfantelijke terugkeer naar “zijn” Canada, dan is de sfeer hier wat relaxter. De bindteksten zijn niet gespeend van humor en zelfrelativering, zoals in “Sugar Mountain” − het enige nummer dat niet op de twee andere albums voorkomt − waarin hij de draak speelt met zijn eigen tekst. Daartegen staat een knap en ontroerend “The Needle And The Damage Done” waar hij tijdens de inleidende rap zonder z’n naam te noemen verwijst naar zijn aan heroïne verslingerde spitsbroeder Danny Whitten. 

Met enkel z’n gitaar worden “Down By The River” en “Cowgirl In The Sans” ontdaan van hun episch jasje, maar ook als kleine folksongs blijven ze overeind. “A Man Needs A Maid / Heart Of Gold” klinkt hier op piano − een jaar vooraleer ze op Harvest terecht zouden komen − nog okselfris, het protestnummer “Ohio” mist misschien de urgentie van het origineel, maar dat deert in deze context niet. Ondanks de redundanties weet Young Shakespeare te charmeren. Dit was immers een periode waarin Young in the zone zat. Toch lijkt dit album gezien de overdaad aan vergelijkbare releases gedoemd om in de schaduw te blijven. 

Overigens is dit nog maar het begin van de vloedgolf aan archiefreleases waarmee Neil Young ons het volgende jaar wil overspoelen. Afgelopen winter trok hij zich tijdens de pandemie terug in een cabine in de buurt van zijn geboortestreek in Canada om door zijn oude opnames te gaan. Hoewel je met Young natuurlijk nooit zeker kan zijn staan er weer een hele reeks nieuwe archiefreleases op de planning: van een gloednieuwe Bootleg Series-reeks tot een derde deel van zijn Archives en nog veel meer. Overdaad schaadt, maar zo lijkt die verdomde pandemie toch voor iets goed geweest te zijn. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + een =