The Last Black Man in San Francisco

The Last Black Man in San Francisco werd bekroond op het Sundance Filmfestival en vervolgens ook op andere plaatsen met talloze prijzen overladen. De film werd echter door Belgische verdelers niet uitgebracht in dit land, waarna de Sphinx uit Gent, Cinema Zed uit Leuven en de Lumière cinema’s uit Antwerpen en Brugge, de handen in elkaar sloegen om alsnog voor een release op het grote scherm te zorgen. De foto die u hiernaast ziet is genomen in Antwerpen, een tweetal minuten voor aanvang van de vertoning. De waarheid gebiedt mij te zeggen dat er net voor de film startte nog 1 iemand binnenkwam – waarvoor mijn applaus. Tegelijkertijd zien we hoe op sociale media berichten over hoe slecht het gaat met de zalen en het bioscooppubliek massaal gedeeld worden. Ook berichten over het toenemende aandeel VOD releases – nu nog noodgedwongen, maar binnenkort misschien nog steeds, mogen rekenen op sympathie en beklag. De keiharde waarheid is echter dat bij een initiatief als deze release er geen kat komt kijken. Laat de wat ongewone aanhef van deze recensie dan ook een oproep zijn aan wie zich zorgen maakt over het lot van de bioscopen post-corona, om ook daadwerkelijk naar de bioscoop te gaan. Enkel door nu ook echt naar de zaal te gaan, zal er over een paar maanden (?) nog een circuit zijn van zalen die meer willen brengen dan het geijkte blockbustervertier. Het masker dat we zo langzamerhand overal en altijd moeten dragen, mag geen masker worden om ons te verbergen in het vinden van redenen om niet naar de zaal te gaan… wanneer het masker uiteindelijk afgaat, zou het immers kunnen dat de realiteit van het bioscoopbezoek voorgoed veranderd is … en dan zal het te laat zijn.

The Last Black Man in San Francisco in San Francisco heeft een wonderlijke opening: een klein Afro-Amerikaans meisje kijkt – in een shot dat uit Spielbergs E.T. lijkt te komen – vol verwondering naar een man in een biologisch beschermingspak die eruitziet als een ruimtereiziger … tegelijkertijd staat iemand op een kistje zonder publiek te roepen dat de vervuiling van het water schandalig is en kijken twee mannen een beetje wezenloos naar het tafereel terwijl ze op een bus wachten. De twee zijn de protagonisten van het verhaal en wanneer de bus niet opduikt – een weerkerend fenomeen in de film – besluiten ze op een skateboard doorheen de stad te rijden. Dat tochtje doorheen de vele werelden die San Francsico is, vormt een gevatte prelude die een grootstad toont waarin je postcode nog steeds bepaalt wie je bent en hoe je leeft. Dat gegeven linkt de film ook aan het Afro-Amerikaanse New Yorkse portret dat Barry Jenkins schetste in het sterke If Beale Street could Talk, maar The Last Black Man in San Francisco is nog meer een film over localiteit en plaats, over hoe die de identiteit bepaalt van wie er leeft én vice versa.

Een plaats is in ieder geval vaan heel groot belang voor Jimmie, een van de beide hoofdpersonages. Jimmie is geobsedeerd door een riant huis in een van de betere wijken van San Francisco – een stad waarvan het imago nog steeds bepaald wordt door de erfenis uit de jaren zestig, ook al is die dan al lang vervlogen – een woning waarvan hij iedereen vertelt dat ze gebouwd werd door zijn grootvader, volgens de mythe ook de ‘eerste zwarte man in San Francisco’. Hij jaagt de huidige bewoners de stuipen op het lijf door ongevraagd het raamwerk te schilderen of de tuin te verzorgen, tot het koppel verhuist en Jimmie zijn intrek neemt in het nu leegstaande pand.

Jimmie wordt gespeeld door de echte Jimmie Frails, de jeugdvriend op wiens levensverhaal debuterend regisseur Joe Talbot zijn scenario baseerde. Het is duidelijk dat Talbot dan ook een ongelooflijke affiniteit heeft voor zijn karakters, met Monty (Jonathan Majors) als zijn eigen alter ego – een vriend die via zijn toneelstukken het leven omzet in kunst – net hetzelfde wat Talbot gedaan heeft uiteraard.

Het spel met identiteit en plaats is bijzonder subtiel en wordt ook verweven in andere manieren om naar identiteit te kijken. Dit is immers ook een film over de zwarte Amerikaanse identiteit en hoe die vervat zit in stereotypes en verwachtingspatronen. Talbot kijkt en speelt met die sociale conventies en doet dat aan de hand van een visuele stijl die eveneens geregeld het decorum doorbreekt. Niet alleen inzake beelden ondergraaft de film de verwachtingen, ook heel welkom is de observerende humor die vermijdt dat dit een zwaar op hand zijnde sociale zedenles wordt: The Last Black Man in San Francisco is voortdurend ontwapenend grappig en daardoor bijzonder innemend.

Er zitten schoonheidsvlekjes op de prent in het soms wat maniëristisch vissen naar effecten of een toch wat nadrukkelijke boodschap die heel af en toe de kop opsteekt. In zijn geheel genomen is dit echter een voltreffer en een film die de actuele raciale vraagstukken koppelt aan een speelse en vindingrijke cinematografische visie.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 14 =