Real Estate :: Atlas

Bij het horen van de vooruit gestuurde prachtsingle “Talking Backwards” stonden we met wijd open armen klaar om Real Estates nieuwste hartelijk te ontvangen. Na ettelijke luisterbeurten blijkt dat we iets te voorbarig zijn geweest: het is een plaat die met al zijn herfstige meerstemmigheid en rinkelende gitaren prachtig klinkt, maar hier en daar aan bloedarmoede lijdt.

Toegegeven: de champagne op de redactie stond koud. Wij vonden “Talking Backwards” niet alleen het beste dat we al van Real Estate gehoord hadden, maar ook nog eens één van de mooiste singles van het nog oh zo prille jaar. De drums struikelen over elkaar zonder haastig te klinken, de vergulde, Californische melodielijn roept lang vervlogen zomerdagen op, terwijl een Vampire Weekend-aandoende elektrische gitaar kraakhelder door het lied klatert. Meer hadden wij bij het eerste lenteweer niet nodig om gelukkig te zijn.

Nu moeten we echter vaststellen dat “Talking Backwards” het absolute hoogtepunt van Atlas is, dat op geen enkel ander moment meer wordt geëvenaard. Niet dat er voor de rest geen uitschieters meer zijn: opener “Had To Hear” klinkt weids en heeft een sterke opbouw, terwijl “Past Lives” in al zijn sluimerende desolaatheid perfect het gevoel vat van terugkeren naar een buurt die je al lang verlaten hebt — een idee dat ook terugkeert in “Horizon”.

Van zodra echter het instrumentale “April’s Song” begint, zakt de plaat in door een teveel aan gelijkaardige midtemponummers. Atlas komt pas weer boven water met het aan The Eagles schatplichtige “Primitive”, dankzij het gelukzalige refrein en de rinkelende Mark Knopflergitaar. “How Might I Live” lijkt dan weer een B-kantje van R.E.M.’s Automatic For The People (wij dachten aan “Star Me Kitten” met “Monty’s Got A Raw Deal” op de achtergrond) en “Navigator” doet de plaat aardig uitgeleide zonder lang te blijven hangen.

De vorige twee Real Estate-platen waren ook al wat teveel van hetzelfde, maar het mocht er af en toe wel wat “ruiger” aan toe gaan (zie bijvoorbeeld “It’s Real” uit Days). Waar de vorige twee platen de zomer in al zijn zorgeloosheid en feestjes bij het zwembad feestelijk omarmden, kijkt Atlas met de kalender op oktober zuchtend naar de zomer terug. Eén en ander heeft ook te maken met de innemende, hypnotiserende productie van Tom Schick (bekend van bijvoorbeeld Wilco), die de plaat als een oude, vergeelde foto doet klinken: het kwintet uit New Jersey en hun Byrdsachtige samenzang heeft nog nooit zo goed geklonken, met name op uitschieters “Primitive” en “Talking Backwards”.

Het probleem is echter dat er te veel midtemponummers zijn die dynamiek en variatie missen. Bovendien slagen de teksten over leven in de voorstad, moeilijke relaties en pril geluk er nergens in zich duidelijk te profileren. Je krijgt na een tijd de indruk dat de stemmen hier vooral als instrument dienen en zo de sfeer van het lied meebepalen in plaats van iets cruciaals of opmerkelijks te willen overbrengen.

Veel is er dus niet veranderd op deze derde van Real Estate: ze profileren zich meer dan ooit als een onthaastingsband die, net zoals op de vorige platen, er niet in slaagt om ons een heel album lang geboeid te houden. Gelukkig wordt er doorheen de plaat beter dan ooit gemusiceerd, met name de bas van Alex Bleeker lijkt hier en daar boven de nummers te zweven. Voor de sfeer en productie krijgt de plaat dan ook de grootste onderscheiding, maar voor de individuele songs en onderlinge dynamiek mogen ze in september nog eens terugkomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − 8 =