Chrysta Bell :: This Train (Produced by David Lynch)

Nu ook de beruchte Twin Peaks-reboot tot een waardeloos gerucht werd herleid, blijft het genadeloos — en misschien wel hopeloos — wachten op nieuw filmwerk uit de David Lynch-stal. De tranen kunnen echter gedroogd worden nu de man na twee onevenwichtige solowerken eindelijk een volwaardig muzikaal verlengstuk van zijn universum op plaat heeft gedrukt met zijn zoetgevooisde muze Chrysta Bell.

Julee Cruise in Twin Peaks, Rebekah del Rio in Mulholland Drive, Elizabeth Fraser in Lost Highway — doorheen het gros van de meest memorabele muzikale herinneringen aan het oeuvre van David Lynch resoneert een mysterieuze sirenenzang. Nu de man zich de laatste tijd — met wisselend succes — naast zijn transcendentale filosofieën meer op muziek dan op film concentreert, moet de tijd rijp geweest zijn om in dat (bij)beroep op een nieuwe sirene een beroep te doen. Die vond hij in de roodharige femme fatale Chrysta Bell, met wie hij meer dan tien jaar lang sleutelde aan deze debuutplaat. Deze lange incubatietijd wierp duidelijk zijn vruchten af, want This Train is een mateloos intrigerende poel van enigmatisch smeulende jazz neergevlijd in Lynchiaanse lakens.

Dit album is, meer zelfs dan zijn solowerk , een verlengstuk van zijn cinematografische universum. Tijdens bepaalde songs komen iconische beelden uit zijn meesterwerken op je netvlies gesprongen. Het aangrijpende “Polish Poem” had moeiteloos de geluidsband van de verhouding tussen Pete en Alice in Lost Highway kunnen zijn. Op het tegelijkertijd sensuele en angstaanjagende “I Die” lijkt een volwassen geworden Laura Palmer vanuit het graf de fantasie van iedere jakhals die misbruik van haar probeerde te maken nog één keer op morbide wijze op hol te laten slaan. In de diepe stemvoering en rimpelende gitaar van “Right Down To You” hoor je een echo van Roy Orbison; Davids fetisjartiest anno Blue Velvet.

Hoewel in de vorige paragrafen voornamelijk de naam Lynch welig tierde, speelt Chrysta Bell zeker geen tweede viool op haar eigen debuut. Ze is de niet te verwaarlozen hoofdrolspeelster van deze plaat, wiens seksualiteit een genereus uitgespeelde troefkaart is. Al je zinnen zijn op haar gericht wanneer ze reïncarneert als de indieversie van Jessica Rabbit op het hitsige “Real Love”, of wanneer ze je het sonore equivalent van een paaldans geeft op “Swing With Me”, een zinderende echozang waarin de stevig bebalde vrouw elk mannelijk oor tot haar inwisselbaar stuk speelgoed maakt. Ondanks de vluchtigheid van de zang en het ongebreidelde verlangen dat uit de boxen loopt, hoor je hier een sterke vrouwenstem. In dit afwegen van kwetsbaarheid en bravoure vindt Bell haar ultieme kracht. Ze toont een ijzeren wil, maar durft zich ook bloot te geven en wordt zo een complexe persoonlijkheid in plaats van een eendimensionaal personage. Deze dualiteit brengt ze het sterkst naar voren in het prachtige “Down By Babylon”, een donkere gospel die louterende mijmering afwisselt met duister gelamenteer.

Achter haar scharlakenrode lippen schuilt een krachtige stem, die ze als een meticuleus afstelbaar instrument aan elke subtiele sfeeraanpassing kan aanpassen. Op de titeltrack vergeet je door de hypnotiserende zanglijn de drukke achtergrondsample van een rijdende trein, alsof ze je uit het alledaagse leven wegplukt en naar een parallel universum voert. Zeven minuten lang houdt ze je op deze song in de ban; een huzarenklus in een nummer dat de hele tijd op hetzelfde tempo blijft voortkabbelen en ook lyrisch gezien geen enorme boodschappen te verkondigen heeft. Wat dat betreft, heeft Lynch in Bell zijn gelijke herkend; je weet niet altijd even goed waarom, maar je gaat ontegensprekelijk volledig op in de zintuiglijke ervaring.

Samen vormen ze een ijzersterk duo. Ondanks enkele genrezijstapjes — het late eighties -getinte elektropopnummer “The Truth Is” en de hint psychedelica op “Bird Of Flames”, meteen ook het enige nummer waarop David zelf te horen is — breit Lynch de rode draad van de plaat: een amalgaam van efemere triphop en rokerige jazz dat doorheen het hele album loopt zonder te gaan vervelen. Bell geeft elke song een apart karakter door er een ongrijpbare, maar telkens aparte emotionele kleuring aan te geven. De Europese markt heeft twee jaar langer moeten wachten op de officiële release van dit album, maar wordt gelukkig beloond met de tot tranens toe beroerende soulvolle bonustrack “All The Things”, een extra sieraad aan de kroon van een album dat de lat twaalf nummers lang onafgebroken onmetelijk hoog legt en een intrigerende trip creëert die tijdloos van geluid is.

Op 14 maart staat Chrysta Bell op het podium van de Gentse Vooruit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 20 =