Shearwater :: Fellow Travelers

“Na een tijdje toeren weet je maar één ding zeker: elke plek en mens die je ontmoet, zal morgen weer weg zijn. Het zorgt ervoor dat de andere bands waar je mee rondtrekt de enige driedimensionale wezens ter wereld lijken”, schrijft Jonathan Meiburg in het boekje van Fellow Travelers. Die nieuwe coverplaat is dan ook een erg sympathieke tip of the hat naar al die vrienden die Shearwater de afgelopen jaren on the road heeft ontmoet.

Erg entertainend leesvoer, overigens, die begeleidende tekst bij deze plaat. Meiburg is een geboren verteller, die met oog voor detail en gevederd leven — de man is dan ook ornitoloog van beroep — het leven onderweg beschrijft van wat zijn goeie vriend Will Sheff ooit omschreef als een “midlevel band”: je kunt rondkomen, je mag in elke stad spelen, maar tenzij je supportact van Coldplay bent, is dat toch voornamelijk in een kleine club waar de opkomst niet altijd overweldigend is, en de betaling navenant.

Dat van dat voorprogramma is overigens geen voorbeeld ex-absurdo. Een jaar of zeven geleden mocht Shearwater effectief een stadiontour lang openen voor Chris Martin en de zijnen, en dus figureert op Fellow Travelers een eigen versie van “Hurts Like Heaven” door Meiburg en band. Het is zo goed als onherkenbaar, muzikaal volledig de wereld van de band uit Austin, Texas, ingesleurd. Want dat was dus het opzet: Shearwater zou nummers opnemen van bands waar ze het onderweg zijn mee gedeeld hebben, en die Fellow Travelers werden vriendelijk verzocht om mee te komen spelen. Maar dan niét op hun eigen nummer.

Chris Martin deed alsof hij de uitnodiging niet op zijn mat vond, maar Jesca Hoop gaf wel thuis. Ze knikte eens goedkeurend bij het flard “Deeper Devastation” dat Meiburg bij wijze van plaatintroductie uit zijn strot perst als “Our Only Sun” en zong mee op St. Vincents “Cheerleader” en Wye Oaks “Mary Is Mary”. Van die laatste band belde vervolgens Jenn Wasner aan om op Folk Implosions “Natural One” een stembandje steun te bieden.

Op dat laatste nummer na, dat de band respectvol maar te letterlijk imiteert, maakt Shearwater er telkens iets anders van. De grungy tonen van St. Vincents song worden vervangen door een melancholische, langoureuze klank die het nummer de armwuivende kwaliteiten van een waar stadionanthem geven. Niet helemaal nodig, beter is hoe Meiburg “Mary Is Mary” van alle echo stript tot een pakkende ballad.

Dat is ook wat hij doet met “Ambiguity” van David Thomas Broughton, dat hij ontdoet van alle complexe fingerpicking om te eindigen met complete verstilling; een hoogtepunt. De originele componist van het nummer mag zelf dan niet lijfelijk aanwezig zijn op Fellow Travelers, hij draagt wel in Pyongyang opgenomen vogelgeluiden bij aan een andere uitschieter. Het exuberante van Xiu Xiu’s “I Luv The Valley Oh!” zit Meiburg immers als gegoten, en met zijn expressieve stem geeft hij het nummer nog meer dramatische kracht.

Op het afsluitende “Fucked Up Life” treedt het integrale Clinic aan, om The Baptist Generals met hun typisch orgel en drumcomputer te verbouwen tot een hybride van krautrock en americana. Bijzonder, maar het klinkt toch alsof de Duitsers winnen, wat nooit, op geen enkel moment in de wereldgeschiedenis ooit de bedoeling is geweest. Laten we dus snel nog even Clinics eigen “Tomorrow” aanhalen, dat door Shearwater en Chris Flemmons van The Baptist Generals vol aanstekelijke ritmes wordt gepropt; wél een goed idee.

Er is veel zorg gekropen in Fellow Travelers, dat zie je niet alleen aan Meiburgs begeleidende nota’s of aan de uitgave van de plaat, maar hoor je vooral. Er spreekt liefde uit voor de kameraden, muzikaal respect. Het mag waarschijnlijk niet verwonderen van een band wiens drummer ooit deze tourregels op papier zetten, maar Shearwater moet veruit de fijnste band zijn om mee op tocht te trekken. En het levert soms fijne cadeautjes op, zoals deze plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 9 =