Shearwater :: 14 februari 2016, Botanique

Zou het dan toch lukken voor Shearwater? Na ettelijke passages in de Rotonde van de Botanique, bleek de groep plots toch genoeg volk te overtuigen om de ruimere Orangerie te vullen. Een set lang worstelde de Amerikaanse band niettemin met die grotere schaal, om met een bijzonder eerbetoon aan David Bowie uiteindelijk zijn draai te vinden.

“Als ik ooit op het niveau van Coldplay zou mogen optreden, zou ik die kans zeer serieus nemen en het goéd willen doen”, besloot Jonathan Meiburg ons gesprek vorige maand. Zover is Shearwater nog niet, maar deze eerste keer dat ze het grootste podium van de Botanique als headliner mogen innemen — hij stond hier ooit als voorprogramma van Father John Misty herinnert Meiburg zich — werden in elk geval kosten noch moeite gespaard: tl-lichten tussen de groepsleden echoën de futuristische cover van nieuwe plaat Jet Plane And Oxbow en de zanger schuwt het grote gebaar niet. En toch voelt dit optreden nog wat ongemakkelijk aan, als het inlopen van nieuwe schoenen. Zou het dan toch nog te vroeg zijn?

Nochtans hebben we Shearwater de afgelopen tien jaar zien groeien, en dan vooral Meiburg. Was hij die eerste keer in de Cactus Club nog een schuchtere doctorandus, die in zijn vrije uren prachtige, barokke folksongs maakte, dan zagen we de laatste twee keer in de Rotonde van de Botanique een ontketende rocker, die zijn wendbare stem diens volledige theatrale spectrum liet verkennen. En zo waren ook de platen langzamerhand het vakje “folkrock” ontgroeid. Animal Joy uit 2012 en vooral die laatste nieuwe plaat die in januari pas verscheen, lieten ontketende gitaren horen en drums die niet bang zijn om te knallen. Zou Meiburg deze keer nog maar eens boven zichzelf uitstijgen, en weer iets meer frontman worden? Nou, neen.

Toch begint het met een stukje theater. Meiburg zit gehurkt tussen zijn monitors en laat de muziek langzaam aanzwellen vooraleer zijn lange lijf oprijst en hij op de eerste zanglijn een lichtje uit zijn handschoen laat schijnen. “You were lying on your back in the grass counting backward from a thousand”, klinkt het, net als op dat Jet Plane And Oxbow, een plaat die van daar uitzoomt om de hele Amerikaanse condition humaine onder de loep te nemen. “Een protestplaat, maar dan met liefde”, zal hij het iets later omschrijven. Je voelt echter meteen in dat “Prime” dat er afstand is. Als gaapt de denkbeeldige lege frontstage van een enormodrome tussen hem en ons in.

Niet dat er iets af te dingen valt op de muzikanten die Meiburg voor deze tour rond zich heeft verzameld. Vooral de ritmesectie met Josh Halpern van Marmalakes op drums en Sadie Powers op frettless bass laten zich opmerken met potige licks en woelige roffels die de songs voortstuwen. “Quiet Americans” steigert en dreunt, Meiburg laat die dwarse, schelle stem van hem alle uitersten uit schieten als had Scott Walker hem niets te leren, maar er blijft iets verkrampts hangen. Hier wordt met de handrem op gereden, waardoor ook “Rooks” en “Seventy-Four, Seventy-Five” niet helemaal de juiste energie krijgen. Dat komt pas met een daverend “You As You Were”, het verhaal van Meiburgs transformatie in een Texaanse canyon. “I am leaving the life, I am leaving the life”, klinkt het herhaaldelijk over een doorjakkerende beat.

Daarmee zijn de knallers van de laatste twee platen, inclusief wat oude publieksfavorieten, gepasseerd. In een tweede helft kiest de band voor het iets moeilijkere werk, zoals een broeierig opgebouwd “Backchannels”, dat Meiburg helemaal uit elkaar laat brokkelen, vooraleer hij alles met een paar stevige gitaarhalen bij elkaar veegt. En dan is het tijd voor het einde van het verhaal, dat netjes gelijk loopt met dat van Jet Plane And Oxbow, want net als op die plaat is het het duo “Radio Silence” en “Stray Lights At Clouds Hill” dat Meiburgs kijk op de Verenigde Staten afrondt. Om één of andere reden moet dat in dat laatste nummer met een finale wuif van die lichtjeshandschoenen waaruit nu enkele laserbundels stralen. “Pink Floyd”, mompelt iemand naast ons. “Flaming Lips” denken wij jongere mensen. En ook wel een beetje “What the fuck?”. Het is geen Coldplay, het is niet eens goed geprobeerd, het is enkel maar bizar om Jonathan Meiburg van Shearwater dit te zien doen. Moeten we bij een volgende gelegenheid eens uitleg over vragen.

Gek is het ook dat het uiteindelijk twee covers van David Bowie in de bisronde nadien vraagt vooraleer Meiburg dan toch alle teugels loslaat. Dat Lodger hem door een moeilijke periode heeft geholpen, vertelt hij, en zet een prachtige Tin White Duke neer in “DJ”. Beter nog is “Look Back In Anger”, waarin pas echt opvalt hoe goed hij naar liveopnames uit de Serious Moonlight-periode heeft gekeken. Even krijgen we een glimp van wat misschien ooit nog kan komen. Uiteindelijk heeft het Michael Stipe ook meer dan een decennium gekost voor hij die blauwe streep over zijn ogen verfde en een echt podiumbeest werd. Meiburg hoeft niet eens zover te gaan, gewoon een beetje zelfvertrouwen kweken. Laat hem dus maar doen, het komt wel goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 11 =