Shearwater :: ”Teruggrijpen naar 1980 om naar het nu te kijken”

Ver weg van alle gedruis van hitparades en megafestivals blijft Shearwater onverdroten aan de weg timmeren. En daar, in die schaduw, is het dat Jonathan Meiburg zich meer en meer als een vis in het water begint te voelen. Jet Plane And Oxbow, zijn jongste plaat, laat een ontketende groep horen, die zijn Verenigde Staten kritisch onder de loep neemt. “Dat wij automatisch leren rijden; dàt zegt alles over ons land.”

Het is pas oktober wanneer ik Jonathan Meiburg voor de vierde keer de hand druk. Januari is voorlopig een vaag tijdstip in een verre toekomst, maar de Shearwaterfrontman moest toevallig in de buurt zijn en was zo alert om er dan maar meteen een rondje interviews over Jet Plane And Oxbow aan vast te knopen. Wat hem in Europa brengt? Research voor een non-fictieboek, dat in 2017 af moet zijn, en waarin de gediplomeerde ornitoloog op onderzoek trekt hoe een caracaravogel zo’n geweldige vriendschap met zijn baasje kon ontwikkelen. “Geen evident thema, besef ik”, grijnst hij, “dus ik ga je vanaf de eerste pagina mee moeten sleuren.” Jet Plane And Oxbow lijkt meteen een pak lichter qua onderwerp, en ik nestel me alvast wat dieper in mijn zetel. Want Meiburg zit op zijn praatstoel.

enola: Dit is je “protestplaat”, lees ik. Het spat er nochtans niet van af.
Meiburg: “Dat besef ik, en zo moest het ook zijn. Het was een idee dat ik uit een interview met David Bowie oppikte, waarin hij Scary Monsters… And Super Creeps omschreef als ‘social protest music’. Vond ik wel boeiend, want dat had ik er nooit in gehoord, maar toen ik die plaat nog eens oplegde bleek het zo ook te zijn. Niet dat Bowie grossierde in slogans, en gelukkig maar, want die maken me enkel wantrouwig. Tegelijk mag een plaat ook geen taai essay of editoriaal zijn, waar een luisteraar werk aan heeft; als ik iets wilde zeggen, moest het dus in songs die melodisch rechtdoorzee zijn, en toch dubbele bodems genoeg hebben dat je er de tiende keer nog steeds nieuwe dingen in hoort.”

enola: Je had dus iets te melden over de Verenigde Staten.

Meiburg: “Hoe ouder ik word, en hoe meer ik in het buitenland kom, hoe meer ik ben gaan nadenken over hoe mijn land wordt gepercipieerd, zowel van buiten als van binnen. Telkens ik na een tour terug op Amerikaanse bodem land is er immers wel een stukje van mezelf dat zich tegelijk ontspant én schrap zet. Plots is het gewoon weer een andere plek, en zie ik heel helder wat er mis aan is. En wat het zo goed maakt, is me plots nog dierbaarder. Het is die spanning waar ik over wilde schrijven. Daar komt ook de albumtitel vandaan, overigens. Ik keek op de terugweg van de opnames in Austin terug naar New York uit mijn vliegtuigraampje en onder me zag ik een ander vliegtuig dat een afgesneden arm van de Mississippi recht doormidden sneed. Dat slank en modern, raketachtig object en die oude landschapsvorm er onder; dat was het contrast waarover ik het wilde hebben.”

enola: Ik kan me voorstellen dat het als Amerikaan soms moeilijk is om elders te komen; het is een nationaliteit die reactie uitlokt.
Meiburg: “Ja. Soms is het gewoon pijnlijk, want het ene moment kunnen we als land genadeloos zijn, en tegelijk steken we individueel zo vaak ons hoofd in het zand. Neem nu het feit dat wij leren rijden met een automatische versnellingsbak. Op één of andere manier zegt dat heel veel over ons als land. Overal ter wereld leer je schakelen, maar wij kiezen voor de comfortabelste weg. We houden van gemakkelijke ideeën. Waarom spreken we bijvoorbeeld enkel Engels? We weten nochtans hoe het moet: kinderen op jonge leeftijd een tweede taal aanleren, die hen in staat stelt andere stukken van de wereld te verkennen. Het is zo evident, maar we doen het niet. Een gemiste kans, die een gewilde onwetendheid laat zien.”
“Nu, ook ik zal de V.S. nooit écht van buitenaf kunnen bekijken, maar ik zie wel dat we heel erg met onszelf bezig zijn; dat we ondanks onze grote macht om goed te doen, dat gewoon niet doen, maar ons fixeren op betekenisloze dingen. Daar gaat “Quiet Americans” over, als in: ‘we kunnen zoveel doen, en dit is het beste dat je kunt afleveren?’ Want het is geen kwestie van geld of materiaal, maar van verbeelding.”

enola: Voel je jezelf een quiet american?
Meiburg: “Soms. Ook ik was nooit buiten onze grenzen gegaan, tot mijn ouders me op een vliegtuig naar Tierre del Fuego in Chili duwden om er onderzoek te gaan doen. (lachje) Nu zie ik in dat het een verdomd moedige beslissing van hen was. Er gaat immers een bijziendheid gepaard met zo ver van de rest van de wereld te leven.”
“En dan zijn er zijn die pathogene kantjes aan onze maatschappij. Eén er van is militarisme; we zijn verliefd op het idee, die militaire uitdrukking van Amerikaanse macht. Tot op het punt dat we bewust blind blijven voor wat de excessen daarvan kunnen zijn. En het is ontmoedigend om te zien dat die havikshouding aan het terugkomen is; nog niet in het buitenlands beleid, maar je voelt dat de goesting er weer is om nog eens stevig uit te halen. Dat is verontrustend. Daar gaat de song “Wildlife in America” min of meer over. Maar pas op: ik wil ook niet kritisch zijn om kritisch te zijn, ik schrijf ook vanuit sympathie; een beetje op de toon waarmee je een vriend confronteert die een serieus probleem heeft waar hij aan ten onder gaat.”

enola: Als ik me niet vergis is dat Clouds Hill uit “Stray Light At Clouds Hill” de plek waar T.E. Lawrence, hij van Lawrence Of Arabia, zijn laatste adem uitblies.
Meiburg: “Klopt helemaal. Erg fascinerend personage, zeker in deze context. Niemand heeft grootser en meeslepender geleefd; hij was een mythische figuur geworden tijdens de Eerste Wereldoorlog, en wat doet hij nadat hij in Engeland een volksheld werd? Hij trekt zij handen van dat verleden af, laat zich onder een valse naam als rekruut bij het leger inlijven, en blijft daar de rest van zijn leven als lagere officier. Vind ik interessant; iemand die zo’n hoogtes heeft bereikt, en dan bewust rechtsomkeer maakt. Ik zie in hem iemand die het patriottisme kon loslaten, en dat is soms nodig, want de lijn tussen patriottisme en nationalisme is dun. Elke maatschappij moet daar zelf een evenwicht zoeken, en onze zoektocht daarnaar is niet interessanter dan die van andere landen; alleen beïnvloeden wij de hele wereld met de uitkomst omdat we zo machtig zijn. Meer dan we ons zelf bewust van zijn.”

enola: Gesnopen. Maar is een vage protestplaat geen contradictio in terminis? Als de boodschap een bijsluiter nodig heeft, komt het dan wel ergens aan?
Meiburg: “Oneens, meneer. Het meeste in onze hersenen gebeurt toch onbewust; subliminaal. Tegen de tijd dat ik doorhad dat Bowie met Scary Monsters… aan sociaal commentaar deed, hadden de hooks en de teksten zich al in mijn hoofd genesteld.”

enola: Muzikaal heeft Shearwater de afgelopen jaren een grondige evolutie meegemaakt. Jarenlang kenden we je voor nogal cerebrale, kunstzinnige folksongs, sinds jullie vorige plaat, Animal Joy mag het steviger.
Meiburg: ” Yeah, alsof we eerst alleen maar brein waren, en nu ook een lijf. Ik denk dat het komt omdat ik me beter in mijn vel voel naarmate ik ouder word dat de muziek losser en wilder voelt. Ook onze optredens waren op een eind echt luid, en ik verwacht niet anders voor de komende tour. ‘t Heeft er ook mee te maken dat ik lang het gevoel had dat ik moest vechten met dat folk-etiket dat op ons geplakt is. Daarom moest Jet Plane And Oxbow klinken alsof ze uit 1980 kwam. We hebben heel veel instrumenten en materiaal uit dat jaar gebruikt, ik heb veel platen van toen als referentie laten vallen bij de opnames. Scary Monsters… opnieuw, Remain In Light van Taling Heads, Peter Gabriel 3: allemaal recht uit de tijd dat digitaal opgang begon te maken maar al die dingen die er een paar jaar later voor zouden zorgen dat muziek mechanisch begon te klinken er nog net niet waren. Er hing een soort van spanning tussen samenwerking en strijd tussen de analoge en digitale wereld. Eén van de dingen die ik er fijn aan vind, is dat digitaal nog niet “koud” betekent; het is een warme, vette sound.”
“Het voelde ook als een goeie analogie voor onze tijd, want ik denk dat we opnieuw op een punt zitten dat we nog geen idee hebben waar nieuwe technologieën ons gaan brengen, zoals niemand toen kon inschatten hoe onvermijdbaar computers in ons dagelijks leven zouden worden. Ik denk dat we binnen tien of twintig jaar het ontstaan van artificiële intelligentie die je niet van menselijke kan onderscheiden gaan meemaken. En dat is aan één kant heel erg opwindend — stel je de mogelijkheden voor! — maar ook heel erg angstaanjagend. Teruggrijpen naar 1980 leek me dus een interessante manier om naar het nu te kijken.”

Enola: Is dat geen projectie? We waren allebei vier in 1980, dus wat weten wij nog van die tijd?
Meiburg: “Da’s waar, al heb ik nog vage herinneringen aan die tijd. Ik herinner me nog hoe in die tijd het National Aquarium in Baltimore, waar ik geboren ben, is gebouwd: een veelkleurig, hoekig gebouw met een gigantische glazen piramide bovenaan waarin een regenwoud werd gehuisvest. Een ware tempel van die esthetiek; het leek een visioen van de toekomst, nu eerder als de toekomst van gisteren. En ik vond het geweldig; ik wilde in die toekomst wonen, want het was zo opwindend. Het leek ook onvermijdelijk dat het zo zou worden. Daarom heb ik ook dat object gekozen als coverafbeelding, omdat het me herinnerde aan dat gebouw. En het ziet er uit zoals de plaat in mijn oren klinkt. Want het is om te beginnen geen afbeelding, maar een foto van een constructie, gemaakt uit neonlichten. En hoe meer je er naar kijkt, hoe meer elementen je ziet, dingen in het design, hoe het opgebouwd is. En je twijfelt of het aan het uitdoven is of net aangestoken is.”

enola: Je woont in New York nu. Heeft dat de plaat beïnvloed?
Meiburg: “Ik woon niet in de hippe kant van New York, mocht je dat denken, en ik ga nauwelijks uit. Maar die verandering van omgeving heeft wel degelijk mijn leven heel erg beïnvloed. Ik schrijf meer tegenwoordig, leef zonder auto — ik heb hem gewoon achtergelaten langs de kant van de weg in Austin en pas een jaar later belde de politie wat ze er mee aan moesten — en vind dat geweldig. Het voelde ongelofelijk bevrijdend om dat achter te laten; ik ben in New York aangekomen met letterlijk één tas, en heb mijn leven van daar af weer opgebouwd. Het voelde als het juiste moment daarvoor.”
enola: Waarom voelde je je eerder niet goed in je vel?
Meiburg: “Oh, ik denk dat ik gewoon een laatbloeier ben geweest op veel vlakken. Het heeft zelfs geduurd tot ik van universiteit af was voor ik indiemuziek ontdekte — waar ik opgroeide was dat niet te vinden — en dat zorgde ervoor dat ik er anders naar keek dan als ik er al van in mjin tienerjaren mee bezig was geweest. Daarnaast was het ook zo dat mijn leven een paar jaar lang heel erg geregeld leek: ik was goed op weg om te doctoreren, maar toen ik me realiseerde dat ik daar muziek voor zou moeten opgeven heb ik dat laten schieten. Ik weet nog hoe ik mijn supervisor belde vanuit een truckstop op tour, en hij erg begripvol reageerde. Twee jaar later kwam hij me na een concert zeggen dat ik absoluut de juiste beslissing had genomen. Ik had hem kunnen kussen, het gebeurt zelden dat je zoveel bewondering krijgt in je leven.” (lacht)
enola: Je kunt maar hopen dat hij niet bedoelde dat je academisch werk waardeloos was.
Meiburg: (stopt) “Zo had ik het nog niet bekeken. Maar ik denk dat hij gewoon bedoelde dat het leek alsof ik deed wat ik écht wilde doen. En kijk, na jaren van sukkelen heb ik eindelijk het punt bereikt waarop ik de muziek niet moet laten om ook te werken aan dingen die me boeien, zoals dat boek dat ik nu schrijf. Ik ben een completer persoon geworden, denk ik. Misschien zelfs volwassen, wat goed is want ik zal veertig zijn tegen dat de komende tour afgelopen is. Beetje gek om jezelf nog een jongen te voelen op die leeftijd, maar het is zo. Ik denk dat het komt omdat ik geen kinderen heb. Ik zie in elk geval hoe veel verandert bij vrienden op dat moment. en ik heb min of meer besloten dat ik er geen hoef, dus dat sluit deuren.”

enola: Tot slot: Je speelt straks voor de derde keer in de rotonde van de Botanique. Steekt dat in zo’n geval, vloek je dan dat je alweer niet doorgegroeid bent?
Meiburg: (lacht) “Het is altijd opwindend om ‘te stijgen’ naar een grotere zaal, maar elk optreden kan goed zijn; Wat er toe doet is dat het zo vol is als zijn kan, het publiek mee is, en je hoort dat je er zelf plezier in hebt. Dat zijn de optredens waar ik het voor doe, en dan maakt het niet uit of dat voor honderd of vierhonderd man is. De tour rond Animal Joy bestond voor de helft uit voorprogramma’s, en ik ben erg dankbaar voor de kansen die we gekregen hebben, maar het loon is doorgaans vreselijk, en je speelt voor een publiek dat geen nood heeft aan je muziek. Het is een mentaal gevecht om daar door te raken.”
enola: Met het nog net iets moeilijkere The Golden Archipelago stond je zelfs in Coldplay voorprogramma in grote arena’s. Dat moet helemaal gewrongen hebben.
Meiburg: (proest) “Oh god, daar waren we zo niet klaar voor. Het was een geweldige ervaring, ik zou het niet afslaan, maar om het maar even samen te vatten: alleen voor hun crew hadden ze zes tourbussen, wij reden met al ons materiaal in één busje. En dan de optredens zelf: net voor wij opgingen ging het licht uit, en ging het publiek zoals dat dan gaat uit zijn dak. Vijftien seconden van Coldplay’s applaus, dan gaan de spots aan, en hoor je het wegdeemsteren als jij begint te spelen. Na afloop van die tour moesten we meteen weer de clubs in, en dat was een beetje een comedown, maar vooral toch een opluchting. Het vraagt ongelofelijk veel om op dat niveau een goeie show af te leveren: ze hadden lasers, trampolines, meerdere podia, confettikanonnen. Ik had een gitaar. Maar om eerlijk te zijn? Als ik de kans kreeg, ik zou het wel eens willen proberen om op dat niveau te functioneren. Ik zou het heel serieus nemen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vijf =