Shearwater :: 29 april 2014, Botanique

Dat het soms deugd kan doen om andermans songs te spelen. Op coverplaat Fellow Travellers eerde Shearwater afgelopen herfst oude tourkameraden, het hele project bleek de band ook extra vitaliteit te hebben gegeven. In een goed gevulde Rotonde gaf de groep rond Jonathan Meiburg misschien wel het beste concert dat we al van hen zagen.

Al sinds Animal Joy uit 2012 heeft Jonathan Meiburg het plezier van het rocken opnieuw ontdekt, maar zelden hebben we hem zich er zo in zien verliezen als vandaag. In “I Luv The Valley, Oh!”, dat hij van Xiu Xiu leende voor dat Fellow Travellers, lijkt het nog het meest op een duiveluitdrijving. Meiburg gaat loos op zijn gitaar, scheurt los door zijn stembanden. Zo hadden we de immer sympathieke, almaar meer op een gemoedelijke maar wat nerdy biologieprofessor lijkende frontman nog nooit gezien; dit is ver van de soms wat bedachtzame art-rock met americana-invloeden van weleer.

Die rockspirit zat er nochtans al een paar jaar in. “Animal Life” en “Breaking The Yearlings” van op die voorlaatste plaat waren altijd al stevige songs, vanavond worden ze ronduit potig gebracht. Alsof de soms wat cerebrale songs van Meiburg eindelijk lijf en leden krijgen en meteen los in galop mogen. “Insolence” krijgt zelfs een bombastische finale een stadionband waardig. Het mag, want nauwelijks luttele minuten eerder liet drummer Danny Reisch in hetzelfde nummer horen dat hij een waardige vervanger voor Thor Harris is, die zijn metalhart volgde richting Swans. Zo hard hij nu beukt, zo subtiel en inventief zijn zijn ritmes in het begin.

Dat soort theatrale dynamiek van hart naar zacht is dan ook wat Shearwater zo sterk maakt. Ook in “Leviathan Bound” valt dat op, wanneer Meiburg laat horen hoe hij vocaal als geen ander de dynamiek van een nummer kan maken. In een luttele seconde gaat het van een scherpe uithaal naar gefluister; zijn soepele stem kan het allemaal. In het meer elegische “Rooks” houdt hij zich dan weer in, borstelt precies als een schilder die trefzeker zijn schets op papier zet.

Slechts één zeldzame keer wordt het echt ingetogen, wanneer de groep dat explosieve “I Luv The Valley, Oh!”, waaraan David Broughton Thomas op plaat opnames van vogelgeluiden uit Noord-Korea bijdroeg, laat opvolgen met diens “Ambiguity”, in een erg uitgesponnen versie. Meiburg laat de gitaar aan Lucas Oswald en concentreert zich op de ingetogen zang; geen uithalen, maar de kleinheid wordt hier opgezocht, en die krijgt omgevingsgeluiden uit de Falkland Eilanden met zich mee, als geste-de-retour.

In de bisronde mag Jesca Hoop — voorprogramma en multi-instrumentaliste in de liveband rond Meiburg — de rol van Sharon Van Etten op zich nemen voor “A Wake For The Minotaur”. Helaas genoeg voor haar is het enige nummer dat Meiburg zelf schreef voor Fellow Travellers niet het beste van de plaat, net als de iets te letterlijke en daarom weinig ter zake doende cover van “Natural One” van Folk Implosion. Het is “Snow Leopard”, naar een boek van Peter Mathiessen, en de door een erg enthousiast publiek afgedwongen extra solobis “Hail Mary” die voor een orgelpunt achter dit optreden zorgen; één uur en drie kwartier om duimen en vingers van af te likken.

Reculer pour mieux sauter, zo voelde dit concert aan. Nog even terugkijken voor de volgende stap. “Volgend jaar komt er een nieuwe plaat aan”, beloofde Meiburg, en op zijn blog liet hij al verstaan dat we daar een koerswijziging mogen verwachten, maar daar was vandaag nog geen noot van te horen. Dit was een samenvatting van Shearwater vandaag, die liet horen dat de groep klaar is voor de toekomst. Als Meiburg zo vinnig blijft als vandaag belooft die tiende plaat een interessante zaak te worden.

Shearwater passeert opnieuw op Belgische bodem op zondag 4 mei, en dat in het Gentse DOK. Info: www.democrazy.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + vijf =