Travis :: Where You Stand

“The Invisible Band”, betitelde Travis zichzelf eens op een album. En zo was het ook letterlijk, vijf jaar lang. Na het geflopte Ode To J. Smith verdween de band rond Fran Healy van de radar. Met Where You Stand keert de band dan toch terug. Om zijn beste plaat in tijden af te leveren.

Toen Mumford & Sons afgelopen zomer Glastonbury Festival headlineden, gleden onze herinneringen als vanzelf af naar de zomer van 2000, toen Travis een al even imperiale periode mocht bekronen met een zelfde headlinerspot op dat muziekfeest. Triomfantelijk wist de Schotse groep de massa muziekliefhebbers zelfs in een massale singalong van Britney Spears “Hit Me Baby One More Time” te leiden. Net zoals de faux-hilbilly’s rond de blozende Marcus Mumford dit jaar konden ze niets verkeerd doen.

Dertien jaar later was Travis deze zomer nergens nog te bekennen op de festivals.Here today, gone tomorrow; het is het lot van elke hypeband, en eenmaal stil niet langer het nieuwe luid was — zo ongeveer ter hoogte van The White Stripes’ Elephant — ging het met Healy en vrienden ook bergaf. Plaat na plaat ontgoochelde, tot het soort-van-conceptuele Ode To J. Smith de nagel finaal in de doodskist klopte.

Voor vijf jaar toch, want zo lang hoorden we niets van Travis. Hebben we ze in die tijd gemist? Neen. Dat geweldige The Man Who zal op een melig moment nog wel eens de draaitafel hebben gehaald, maar dat we nooit meer iets van de groep zouden horen; daar konden we mee leven. En toch zijn we blij dat het afscheid niet definitief was.

Where You Stand mag dan geen epoustouflante terugkeer zijn naar de vorm van die Glastonbury headlinende hoogdagen, de plaat bevat de meest geïnspireerde songs die de groep in tijden heeft afgeleverd. En het woord ‘groep’ staat daar niet toevallig; voor het eerst is het songschrijven immers verdeeld over alle leden van de band, waarbij vooral bassist Dougie Payne met drie nummers een aardige bijdrage mag doen.

Daarvan is “Moving” de beste; een smachtend nummer, dat drijft op — toeval! — een potige baslijn, en waarin Healy mooi mag uithalen. Het winnende recept is daarmee uitgeschreven: terug naar hoe de groep op zijn best was, met semi-akoestische softrock met om aanstekers smekende refreinen, zonder in bombast te vallen. “On My Wall”, alweer eentje van Payne, is daarin ook al een prijsbeest; beetje potiger dan de rest, maar alweer zo’n melodie om in te kaderen.

Waarmee we de rest niet onder de mat willen vegen. Opener “Mother” vliegt er na een rustige aanloop met zoveel energie in dat het meteen duidelijk is dat de groep opnieuw honger heeft. Mooi is ook de titeltrack, waarin de melodie naar de toppen van vroeger werk reikt; het is nog even ongevaarlijk als vijftien jaar geleden, maar het komt nog even goed geroepen op momenten dat muziek eens niet moet bijten.

Natuurlijk vervalt de band ook eens in slechte gewoonten. “Another Guy” is een monotoon, dreunend vullertje, “A Different Room” is al even gezichtsloos. Neen dus: de hoogten van The Man Who en The Invisible Band worden niet bereikt, maar met Where You Stand heeft Travis met gemak zijn beste plaat sindsdien afgeleverd. Soms is het goed om eens vijf jaar lang niets te doen. Schrik dus niet als het ook een half decennium duurt vooraleer u nog eens iets van ons leest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =