Graham Coxon :: A + E

Graham Coxon is een rasmuzikant die niet kijkt of luistert naar wat anderen doen, maar er keer op keer in slaagt zijn fantasie te laten werken en zo zelf de bakens uitzet voor minder getalenteerde muzikanten.

Bij het grote publiek komt de bebrilde gitarist in 2012 weer volop in the picture door de reünie van Blur. De aandachtige pop- en rockliefhebber is hem echter nooit uit het oog verloren. Coxon heeft een schare vaste fans die hem al jarenlang trouw blijft volgen. De man heeft de laatste jaren ook niet stil gezeten: hij producete de soloplaat van Pete Doherty, begon weer met zijn oude kompanen van Blur samen te spelen, kreeg een Fender Telecastermodel naar hem genoemd en bleef zich ook onledig houden met zijn andere grote passies, tekenen en schilderen.

En nu is er dus A + E, zijn achtste soloplaat. Die klinkt heel anders dan zijn vorige album The Spinning Top, waarvoor hij zich liet inspireren door de akoestische pareltjes van folkgitaristen als Nick Drake en Bert Jansch. Coxon werkte (opnieuw) samen met producer Ben Hillier en registreerde in twee maanden tijd 21 songs die hij naar aloude gewoonte helemaal zelf inspeelde. Het resultaat van de opnamesessies werd verdeeld over twee albums waarvan A + E het eerste is.

Het concept van deze plaat is de beruchte Engelse uitgaanscultuur, aanschouwd en bekritiseerd door een argeloze buitenstaander. Ook de rellen in Londen van afgelopen zomer zullen wel hun invloed gehad hebben. Coxon, die in Camden Town woont en zich dus in het epicentrum van de onlusten bevond, vertelde hoe hij zijn huis barricadeerde en alvast voorbereidingen begon te treffen voor het geval dat. Misschien is het onze verbeelding, maar je hoort die angst en agressie doorschemeren in de plaat.

Opener ”Advice” is het soort uptempo punkpopnummer dat ook op Happiness In Magazines had kunnen staan. Al klinkt het lied minder afgelikt dan dat album. ”City Hall” doet meteen denken aan de krautrock van Can of Neu!: repetitieve drumpatronen en baslijnen, een gitaar die nu eens kabbelt en meandert en dan weer flink uithaalt, dissonante blazers… Vooruitgeschoven single ”What’ll It Take” is het meest hitgevoelige lied op de plaat. Een rechtdoor gespeelde gitaar met drie akkoorden, een synthesizer uit de jaren tachtig die de song helemaal festivalfähig maakt en bovenal een tekst die je al na een halve minuut luidkeels loopt mee te brullen.

“Meet And Drink And Pollinate” klinkt dan weer als de lo-fi garagerock die op Coxons eerste soloplaten schering en inslag was. Tot een baslijn à la Joy Division de overstuurde onrust komt verstoren. Tekstueel is het een cynische aanklacht tegen de oppervlakkige lichtheid van het uitgaansleven. Het meer ingehouden klinkende “The Truth” drijft op een zwaar overstuurde en monotone baslijn en doet denken aan “Don’t Think About Always”, de logge afsluiter van The Golden D, Coxons tweede soloalbum. Poppy industrial, zou je het kunnen noemen.

”Seven Naked Valleys” is gestut op een rollende ritmesectie, een fwietende gitaar en een kaduke saxofoon. De hoofdrol is weggelegd voor een delaypedaal waarmee Coxon op zijn eigen onnavolgbare manier maffe, bijna cartooneske solo’s uit zijn Telecaster weet te toveren. “Running For Your Life” is zo’n typisch op gitaarriffs gebaseerd powerpopnummer waarin je vrijwel meteen Coxons hand herkent. “In a town where you’re never going home. And the boys wanna cut you to the bone. And you feel like you’re running for your life”, zingt hij erbij. Een trauma overgehouden aan The London Riots? “Knife In The Cast” is een erg ingetogen, ingehouden gespeelde en pekzwart gekleurde ballad. Het lied doet, net als “The Truth”, wat denken aan de songs op The Golden D. Afsluiter “Ooh, Yeh Yeh” begint eenvoudig met een naïef klinkende baslijn en cleane gitaarakkoorden. Waarop het trapsgewijs en laag per laag opbouwt om ergens halverwege te exploderen in een van die typische Coxonsolo’s. Qua zang doet het nummer trouwens wat denken aan de falsetstem van Josh Homme.

Naast alweer een conceptplaat is A + E, net als The Spinning Top, vooral een verzameling straffe songs. Popmuziek op het scherpst van de snee, met zin voor experiment, momentum en avontuur. En Coxon maakt voor de zoveelste keer op rij duidelijk waarom allerlei prominente popmuzikanten hem bestempelen als de meest getalenteerde muzikant van zijn generatie. In plaats van op zijn lauweren te rusten, kiest de man er resoluut voor om zichzelf te blijven uitdagen, zijn grenzen te verleggen en consequent vernieuwend te zijn. En daar is hij opnieuw wonderwel in geslaagd. Het goede nieuws is bovendien dat we snel — misschien deze herfst al? – nòg een album mogen verwachten. Allemaal samen: Ooh, yeh yeh!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =