BEST OF :: Blur

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Blur.

1. For Tomorrow

Hét beslissende moment voor Blur. Een matig onthaalde debuutplaat had het viertal in 1992 wel tot in Amerika gebracht, maar dat resulteerde in een tour die hen de moed in de schoenen deed zinken: zot van de harde grungegitaren, konden die Britten met hun al wat voorbijgestreefd baggy de Amerikanen aan hun reet roesten. Gefrustreerd gooide Damon Albarn het over een andere boeg, en ontdekte hij zijn identiteit. Modern Life Is Rubbish, dat het volgende jaar zou verschijnen, was een oer-en-oerbritse plaat in de traditie van The Kinks, en dit was de opener en het hoogtepunt: jong koppeltje komt aan in London en kijkt zijn ogen uit: “let’s take a drive to Primrose Hill, it’s windy there, and the view’s so nice”.

Hoogtepunt: 1’30”. “London’s so nice back in your seamless rhymes/But we’re lost on the Westway/So we hold each other tightly/And we can wait until tomorrow.” Een paar simpele zinnen, maar ze zetten de agenda voor de volgende jaren.

2. Beetlebum

Na murw te zijn geslagen door de hordes krijsende tieners die met het megasucces van Parklife en The Great Escape de Blur-concerten overspoelden, laat Graham Coxon per brief weten aan Damon Albarn dat Blur de mensen opnieuw bang moet maken. Met het titelloze Blur wordt die wens werkelijkheid en de plaat wordt dan ook onthaald als het album van Coxon. Maar dat Blur zichzelf had klem gereden met The Great Escape en de campy Englishness te ver had doorgedreven zag Albarn zelf ook in. Als vooruitgeschoven single smijt “Beetlebum” dan ook blazers, strijkers en beschouwingen over de Britse identiteit over boord. In plaats daarvan komen schurende gitaren en nauwelijks verholen verwijzingen naar seks en heroïne.

Hoogtepunt: 0’00”. Graham Coxon telt af met enkele slagen op zijn gitaar en meteen is duidelijk: bye bye Britpop.

3. Death Of A Party

Deze sinistere dodenmars was een licht morbide hoogtepunt op Blur. Door velen beschouwd als Albarns opwarming voor het Gorillaz-avontuur, maar ook los daarvan een buitenbeentje in de Blur-discografie, met die contrasten tussen onheilspellend kermisorgel en wiegende refrein. Volgens de ene een definitieve afrekening met de Britpopperiode (onwaarschijnlijk, aangezien er een demoversie uit 1992 van bestaat), volgens heel wat anderen gaat het over AIDS. Alleszins een van de ongemakkelijkste song van het pre-13 tijdperk.

Hoogtepunt: 00’05”. Hoe sfeervol kan zo’n orgel zijn?

4. Country House

Glorieuze popmuziek, waarvoor meestersongschrijver Albarn àlle registers opentrok. Blazers, Queen-koortjes, een melodie of vijf tegelijkertijd. De tekst over het vrolijke, lege leven van een rijke stinkerd in a very big house in the country, die wel eens Albarn zelf zou kunnen zijn. Werd vergezeld van een al even burleske clip, geregisseerd door Damien Hirst. Werd in de beruchte Britpopbattle op dezelfde dag als “Roll With It” van Oasis uitgebracht en hield dat nummer moeiteloos van de nummer één. Plots was Blur de zelfparodiërende band van kunststudentjes en waren de Gallaghers de coolest kids in town. Een van de reden dat de band (en dan vooral indiekid Coxon) deze song lang haatte. Onterecht, want het is een van de allerbeste uptempo popsongs van de jaren negentig

Hoogtepunt: 2’40”. Na een (we hopen) ironisch koortje, trekt Albarn met “ooooh” het feest weer in gang, en trekt hij nog een vijftal registers extra open

5. Tender

Blur goes gospel en doet dat overtuigend. Door Albarn en Coxon samen geschreven, was het een specialleke tijdens de concerten in 2003, toen de gitarist even niet meer in de groep zat. Sindsdien zijn Coxons zanglijnen even goed die van het publiek; ‘t is meezingen, maar dan niet op zijn “Country House”.

Hoogtepunt: elke keer de fat mama’s mee dat “come on come on come on” uitslaken. Waiting for that feeling, indeed.

6. Coffee & TV

Tweede single van 13, en net als voorganger “Tender” een buitenbeentje op een plaat die bekendstaat als hun meest ontoegankelijke release. De lijzige strofes van Coxon zorgen er meteen voor dat het op slacker pop-terrein terechtkwam, al is Albarns aanwezigheid in de refreinen weer genoeg om het bijna even aanstekelijk te maken als de popsongs van het tweeluik Parklife/The Great Escape. Niet meteen het meest opvallende Blur-nummer (de clip daarentegen), maar wel eentje dat niet uit je hoofd te verjagen is zodra het er een paar rondjes mocht doen.

Hoogtepunt: 2’55”. Coxon is een van de meest onderschatte gitaristen van zijn generatie. Terwijl zijn behoorlijk excentrieke gefriemel vooral live tot uiting komt, bevat dit ook zo’n typisch Coxon-moment.

7. The Universal

The Great Escape bevat met “Country House” niet alleen de ultieme overdadige popsong, maar ook de ultieme, orkestrale ballad. Dik aangezet, maar zonder uit de bocht te gaan. Een song die overduidelijk geïnspireerd is door de rijk gearrangeerde Burt Bacharach-pop en daar ook zonder veel blozen bij hoort. Vergezeld van een iconische (door A Clockwork Orange geïnspireerde) videoclip. Maar vooral de song waar melancholie, ambitie en levenslust elkaar perfect in evenwicht houden, met finale die zo mooi wegdeemstert dat we er al eens breed glimlachend een traan door wegpinken.

Hoogtepunt: 2’08”. “Well here’s your lucky day.”, aanzwellende strijkers en dat monument van een refrein.

8. To The End

Dronken. Starend naar elkaar in het besef dat het weg is. Nog een beetje aan elkaar verknocht, maar afscheid aan het nemen. “It looks like we might have made it to the end”. Albarns sentiment is diepzwart, maar Blur geeft het een zwierigheid mee die het nummer optilt boven morose break-upromantiek. In het Frans spookt een echo tussen de regels, nauwelijks verstaanbaar en dat is goed; wat ze zegt doet niet ter zake. Wat wel van belang is: dat het einde van een relatie kan verkocht worden als een triomf. Zelfs al valt er niets te vieren. Bloedmooi nummer.

Hoogtepunt: 00’53”. Dat machtige refrein vouwt een eerste keer statig open met dat “you and I collapsed in love”. Een nummer, zo gracieus, dat het aan het hof van Marie-Antoinette te horen had moeten zijn. En doe ons ook maar dat kermisriedeltje zo rond 2’54”, flonkerend als een sterrenhemel.

9. End Of A Century

Do we need to spell it out? B.E.A.T.L.E.S. “End Of A Century” is een van de knapste Beatles-hommages uit de jaren negentig, samen met “Beetlebum”. Die intro, de voluptueuze melodie, de samenzang, het samengaan van akoestische en elektrische gitaren, ja zelfs het erbij gesleepte blazersorkest Kick Horns: het had zo een stukje uit Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band kunnen zijn. Amper drie minuten lang, maar alle kenmerken van een compacte popsymfonie.

Hoogtepunt: 1’28”-1’43’ en 2’27”-2’39”: de mannen van de fanfare.

10. Parklife

Een van de meest iconische singles van de hele Britpop-scene/periode/hype/onzin (schrappen wat niet past), en voor een groot stuk is dat ongetwijfeld te danken aan de geinige clip, waarin een hoofdrol weggelegd is voor Quadrophenia-acteur Phil Daniels, de cockneybrabbelaar die de spoken word-partijen voor z’n rekening mocht nemen. Het was een portret van thuisbasis Colchester en misschien ook een van de meest typische voorbeelden van de Britmania die de band toen bezighield. Wat later gingen ze zich concentreren op belangrijker dingen. En dat was maar goed ook, want het ietwat platte “All the people…”-refrein werd in hooliganmiddens iets te populair. Al was het maar drie jaar wachten op het irritante “Whoohoo” als vervanger.

Hoogtepunt: “Confidence is a preference for the habitual voyeur of what is known as… PARKLIFE”. Daar is Phils gewauwel.

11. Girls & Boys

Britten in het buitenland; het is een ras apart, en Damon Albarn was er niet blind voor. Met “Girls & Boys” portretteert hij het jonge, dronken volkje — altijd op zoek naar een snelle wip — haarscherp, alle mogelijke puberale seksuele verwarring incluis: “girls who are boys who like boys to be girls who do boys like they’re girls”… und kein ende. Uitermate effectief dansvloervoer ook trouwens, met het soort rubberen baslijn waar het aardig op trampolinespringen is; een buitenbeentje op het voorts iets minder héla-hola Parklife, maar wel de single die de carrière van Blur de indiewereld uit-katapulteerde.

Hoogtepunt: 3’00”. Een in dik falset aangezet “Ah Ah Ah”: zo dwaas dat het aanstekelijk wordt. Net als de rest van de song natuurlijk, en zeker dat pesterig lang aangehouden “loooooooove”.

12. Out Of time

Het jaar was 2002. De eerste van Gorillaz had Damon Albarn een andere bestaansreden gegeven, Graham Coxon liep verloren in een alcoholische waas: Blur worstelde met zichzelf. Sessies met de gitarist liepen al snel fout, dus trok de groep als trio naar Marrakesh voor de opnames van wat voorlopige zwanenzang Think Tank zou worden; een plaat waarop elektronica zich een weg naar het voorplan sloop, en ook de invloeden van Albarns uitje met Mali Music hoorbaar waren. Op deze eerste single komt het allemaal samen: een droom van slaapwandeling.

Hoogtepunt: 00’05”. De baslijn trapt af en neemt je mee op een trip tussen slapen en waken.

13. This Is A Low

Blur’s “A Day In The Life”: episch en ongrijpbaar. De tekst is een samenraapsel van fragmenten uit de ‘shipping forecast’ en wat vaagheden over een onbestemd gevoel van melancholie en tegenslag dat oer-Brits zou zijn. Het lijkt de eerste keer dat Coxons noise-uithalen en Albarns oor voor meeslepende pop elkaar perfect aanvullen. Overigens de enige niet-single op Blur’s best-of uit 2000 en vaste (uiterst effectieve) setsluiter.

Hoogtepunt: 3’44” Coxon houdt even in na een wonderlijke gitaarsolo en zet dan met vier simpele noten de finale in.

14. Sing

Na meer dan twee decennia is de indruk die debuut Leisure geeft er vooral een van conformisme. Blur leverde een paar singles af die hopeloos in de vibe van hun tijd verloren lopen. Grootste uitzondering: het drone-achtige, bijna drammerige “Sing”, dat blijft voortdenderen in een narcotische staat, nu en dan enkel onderbroken door een moment waarin Coxons gruizige gitaargolven het voorplan gunnen aan James’ dromerige baslijnen. Het zijn echter de simultaan meppende piano en percussie die voor het effect zorgen.

Hoogtepunt: 00’01”. De piano. Toen we ‘m onlangs hoorden opduiken tijdens het bekijken van No Distance Left To Run was dat meteen kippenvel.

15. No Distance Left To Run

Waart zijn breuk met Elastica-frontvouw Justine Frischman grotendeels als een cryptische geest over de rest van 13, dan legt Damon Albarn tijdens “No Distance Left To Run” zijn ziel bloot tot op de zenuw. Feilloos beschrijft hij hoe een breuk tegelijkertijd smerig, verwarrend en hoopvol kan zijn: “It’s over/You don’t need to tell me/I hope you’re with someone who makes you feel safe when you sleep/And tonight I won’t kill myself trying to stay in your life”. Graham Coxon beseft dat er weinig meer nodig is dan een rauwe gitaarklank om dat te onderstrepen.

Hoogtepunt: 2’45”. “Soooo co-o-old…” de falset van Damon Albarn doet de rillingen over de rug lopen.

Beluister onze Best Of in de uitgelezen versie op spotify

Blur speelt op Rock Werchter 2013.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 13 =