Ceremony :: Zoo

Een EP met covers van onder meer Pixies en Wire en een overstap van Bridge 9 Records naar indierocklabel Matador gaven het al aan: Zoo zou zorgen voor een stijlbreuk in het oeuvre van Ceremony.

Ceremony, genoemd naar een nummer van Joy Division, mag dan wel perfect passen in de tijd dat Doctor Martens, hanenkammen en leren vesten nog controversieel waren, zijn muzikale oorsprong kan je op zijn minst opmerkelijk noemen. Als groentjes grossierden de Californiërs in kwade crustpunk, een chaotische, hypersnelle en extreem vuile variant van hardcore punk. Violence Violence was een vuige uitbarsting van dertien nummers in evenveel minuten; een hardcorealbum dat in 2010 zijn gelijke niet kende.

Wie dankzij Rohnert Park voor het eerst kennismaakte met Ceremony, waande zich in de punkclub CBCG van de jaren tachtig. Ceremony herinnerde aan het snelste en meest furieuze werk van Black Flag, Minor Threat en Suicidal Tendencies bij elkaar, onvervalste hardcore voor veertigjarigen die zich weer vijftien wilden voelen. Vandaag zit Ceremony niet langer met zijn gedachten in New York, maar wel in Manchester en Londen. Met Zoo geeft de Amerikaanse band een best genietbaar lesje in drie generaties Engels rockgeweld.

Klonken de heren van Ceremony een jaar geleden nog even in your face als pakweg Trash Talk, dan doen ze vandaag een geslaagde poging om even poppy als Oasis en konsoorten te klinken. Qua snelheid is “Ordinary People” bijvoorbeeld bijna pure anarchistische punk, maar door zijn toegankelijkheid komt het popnummer gevaarlijk in de buurt van Blur. Het zou echter van oogklepperij getuigen om de band hiervoor uit te spuwen. Bij momenten is Zoo evengoed een verdomd overtuigend kopietje van Sex Pistols en PIL .

Neem nu übercatchy nummers als opener “Hysteria” en “Nosebleed”. Een paar boude woorden — respectievelijk “Hysteria! Hysteria!” en “I’ll always be loved!” — duizendmaal herhalen en een paar rake gitaarlijnen zijn voldoende voor een lekkere brok onversneden sing-a-long punk die bovendien de schwung heeft van rauwe ouwe garagerock. We horen ook meer dansbare nummers als “Quarantine”, “Citizen” en “Brace Yourself”. Dit zijn stuk voor stuk dansvloerstampers die de punch van Sex Pistols hebben.

Van “Repeating The Circle” en “Hotel” worden we veel minder wild. Ceremony neemt een flinke portie gas terug met laidback gitaren, rollende, repetitieve bassen — die je net niet in slaap dreigen te wiegen — en uiterst sobere drums. Deze twee nummers klinken verbazingwekkend ingetogen als je de gewelddadige geschiedenis van de band erop naslaat. Ceremony heeft duidelijk (te) veel geluisterd naar Metal Box en Closer.

Zesendertig minuten van deze Ceremony is zelfs meer dan genoeg. Na “Adult” verliezen we de concentratie. “Hotel” kabbelt net als “Repeating The Circle” kalmpjes voort op het tempo van de pingelende gitaarnoten. Het contrast met de ranzige power chords van weleer is groot, heel groot. Met zijn lusteloze vocalen doet Ross Farrar dan weer vermoeden dat hij enkel twee vaders had: Syd Barrett en John Lydon.

Het is lang zoeken naar sporen van dreigende hardcorepunk, en die vinden we enkel in “World Blue”, de enige mokerslag op het album. Wij vinden Zoo verre van slecht, maar toch zal de release ondanks zijn opvallende sound vlug vergeten zijn. De passionele bezieling is er bij Ceremony nog steeds, en dat hoor je ook in de liveopnames op YouTube, maar de energie spat er niet meer af. Eerlijk gezegd vinden we dat het “nyhc”-suffix in de URL niet past. Maar kijk eens aan, hardcore-kids hebben nu eindelijk een hardcoreband waarvan hun ouders ook kunnen houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 1 =