Laïs :: The Ladies’ Second Song

Velen zullen beweren dat The Ladies’ Second Song de vierde plaat van de folkgroep Laïs is. Laat u niks wijs maken. Dit is het debuut van de nieuwe alternatieve popgroep Laïs. Weg draailieren, weg geitenwollen sokken. Het resultaat ruikt zoals goede popmuziek moet klinken: fris en ranzig tegelijk.

In de periode tussen Laïs (1998) en Douce Victime (2004) ontpopten de drie elfjes zich tot de keizerinnen van de Belgische folk. Met hun jeugdig enthousiasme en hedendaagse looks lieten ze een frisse wind waaien door de comateuze Belgische folkscene. Folkgroepen allerhande zagen hun kans schoon om in navolging van het Kalmthoutse trio buiten het traditionele folkcircuit te scoren. Laïs schopte het zelfs tot het podium van Rock Werchter, waarbij ze het festival plagend omdoopten tot Folk Werchter. Nadat de groep vorig jaar via het driedelige Documenta nog een laatste blik wierp op wat geweest was, bleek de tijd rijp voor een nieuwe era in de geschiedenis van Laïs . De dames haalden diep adem en begonnen aan hun tweede lied: The Ladies’ Second Song.

Opener en titelnummer “The Ladies’ Second Song” maakt meteen duidelijk hoe de muziek in het nieuwe Laïs-tijdperk klinkt. Dit is moderne rootspop zoals Zita Swoon die tegenwoordig ook bottelt. Stemmige Engelstalige vocalen, tintelende gitaren en hier en daar een wolkje elektronica, dat zijn de ingrediënten waaruit de groep zijn nieuwe sound destilleert. Omdat less nog steeds more is, levert dit nieuwe recept songs op die behaaglijk smelten tegen je trommelvlies. “Tumbling” bijvoorbeeld, waarin een- en meerstemmige passages elkaar doeltreffend afwisselen en het heerlijk meanderende “Pandora” dat in zijn staart wordt gebeten door een woeste gitaarstorm in de geest van Jean-Marie Aerts. Nog meer TC Matic-gitaren in het met geweldige stemexperimenten doorspekte “Ni Vandaag”, en ook het getoonzette heksenritueel “Item – Sortilegium” wordt gepenetreerd door lekker roestig klinkende gitaren. Dat krijg je natuurlijk als je in zee gaat met klassegitaristen als Bjorn Eriksson (The Partchesz, Maxon Blewitt, ex-Zita Swoon) en Elko Blijweert (Dead Man Ray). Deze twee fantastische snarenplukkers namen niet alleen de productie van de plaat voor hun rekening, ze fungeren tegenwoordig ook als kaperkapiteins die het schip van Laïs live besturen.

Tekstueel zoekt Laïs onder meer inspiratie in de poëzie van William Butler Yeats, wiens gedicht Leda And The Swan twee keer de revue passeert. De Nederlandse vertaling van het gedicht dient namelijk als uitgangspunt voor de old school Laïs-song “Leda En De Zwaan (Agamemnon)”. Ronkende cello’s zitten de zangeressen dicht op de hielen en verleiden hen tot een weemoedige klaagzang over het lot van de tragische Griekse held. De Engelse versie van hetzelfde gedicht wordt helemaal anders ingekleurd in het verleidelijk gezongen “Leda And The Swan (Sudden Blow)”. Drie gespeeld onschuldig klinkende sirenen proberen je met deze draaikolk van een song in hun macht te krijgen en verdammt ze slagen er nog in ook! “Joskesong” levert ons een inkijk in het liefdesleven van tekstschrijfster Jorunn Bauweraerts. “My love is made of stones and islands/If you want my love, turn it inside out,” zo klinkt het, terwijl op de achtergrond huilende gitaren en spookachtige gezangen een pas de deux uitvoeren.

Omdat deze plaat eigenlijk geen enkele stinker telt, zouden we nog wel een tijdje kunnen doorgaan met het opsommen van hoogtepunten.The Ladies’ Second Song is simpelweg de beste en meest gedurfde vaderlandse plaat die we in 2007 al te horen kregen. Zo, nu gaan we schuilen voor de toorn van Alex Callier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − twee =