Laïs Lenski :: ”Beschrijf deze plaat maar als een ‘winters bospad”’

U vond The Ladies’ Second Song al een stijlbreuk van Laïs? Luister dan maar eens naar de op zijn zachtst gezegd intrigerende samenwerking van het triumfeminaat met Simon Lenski, cellist van DAAU: een plaat waarop niets lijkt op wat het zou kunnen zijn — en omgekeerd; waarop tien songs en drie stemmen geen doel, maar een middel zijn om een indringende sfeer te scheppen. Hoe, wat, waarom en vele andere vragen die ook bij u zullen opkomen tijdens het luisteren, leest u in dit gesprek.

enola: Laat ik beginnen met een voor de hand liggende vraag: waar is het begonnen?
Simon Lenski: "Oei, voor de hand liggend zeg je … (lacht) Dat is toch niet gemakkelijk om te zeggen. Wij zijn eigenlijk samen beginnen te werken voor het idee er was om samen echt iets te doen. Dan zijn we live beginnen spelen, zeker? Maar wat echt de kiem was …"
Nathalie Delcroix: "En waarom zijn we eigenlijk samen iets beginnen doen?"
(denken beiden na)
Lenski: "Ja, ik weet het! Wij speelden samen in Prima Donkey, Jorunn en Nathalie zingen daarbij; ik speel cello, doe wat met elektronica …"
Delcroix: "Wij vonden dat super! Dat met drie stemmen moest wel iets opleveren. Dat moet ondertussen zo’n twee jaar geleden zijn."

enola: Deze plaat moet één grote speeltuin voor jullie zijn.
Delcroix: "Zeker. Ik heb tijdens de concerten geen enkel nummer of moment waarbij ik denk dat het iets minder is. Dit voelt gewoon juist. Simon kan opeens iets heel experimenteels doen, ook al doen wij drieën eens iets "bravers" … Dat past gewoon."
Lenski: "Dit voelt vooral als een speeltuin omdat dit een kleinere bezetting is, waarin ik de instrumentale kant op mij neem. Ik ben daar helemaal alleen in en krijg dus heel veel vrijheid van de dames. Daarom is het live ook heel beweeglijk, omdat je niet met een zware machinerie zit. Ik kan heel snel op hen reageren en omgekeerd. Zo ging dat al bij het maken van de plaat: we hebben eerst de stemmen opgenomen met een basispartij van mij, ik heb dat mee naar huis genomen en ben dan beginnen knutselen en experimenteren."

enola: Elkaar carte blanche geven en de volgende dag verrassen met het resultaat.
Delcroix: "Absoluut. Wat ik hierbij ook heel hard voel — en nu is dat er al een klein beetje, maar in de toekomst nog meer — is dat we echt de ruimte hebben om te improviseren: we moeten elkaar alleen maar een teken geven wanneer we met iets stoppen op een podium en we gaan verder. Daar kun je echt van in trance geraken, in plaats van gewoon je set af te rammelen …Want dat is het op den duur, als je heel veel speelt met telkens dezelfde nummers. Maar hier is het elke keer anders, en dat moet je hebben als muzikant, dat je elkaar blijft verrassen. Met een grotere groep is dat natuurlijk moeilijker."

enola: Het is een plaat die toch ook live gegroeid is. Ze klinkt heel ingehouden; komt dat live tot fikse uitbarstingen, zoals het met de vorige Laïsplaat al een beetje het geval was?
Lenski: "Naar mijn gevoel blijft die ingetogenheid live erin."
Delcroix: "Inderdaad, heel soms kan het er wel eens heel rauw aan toe gaan, maar meer niet."
Lenski: "Ik denk dat die sfeer grotendeels bewaard blijft … We moeten nog repeteren natuurlijk, we spelen niet de hele plaat live. Het staat voorlopig nog naast elkaar. Er staan een aantal nummers op de plaat die we nog niet live gespeeld hebben."

enola: Er zijn al enkele optredens in de aanloop naar deze plaat geweest. Wat geeft dat als Simon de oudere nummers interpreteert?

Delcroix: "Dat is ook wel interessant. Tot dusver hebben we zo nog niet veel oudere nummers gedaan. "Klacht van een Verstoten Minnares" bijvoorbeeld wel, net als enkele nummers van onze laatste plaat, wat ontzettend mooi is."
Lenski: "Ik krijg van hen de opnames, en daar ga ik mee aan de slag, rekening houdend met de harmonie en de ritmes van die nummers zodat zij zich er wel comfortabel bij voelen."

enola: Er staat ook geen noot te veel op de plaat. Was het een delicate zaak om te schrappen?
Lenski: "Ik heb gewoon mijn zin gedaan. Er waren enkele nummers aangekleed die de dames dan voor het eerst hoorden, en dat was het dan. Ik heb nooit meer echt aan die nummers moeten vijzen of schrappen. In "Désespéré" bijvoorbeeld wel, omdat dat a capella gegroeid was, maar het was ook gewoon wennen voor ons beiden."

enola: Mag ik het een donkere plaat noemen?
Delcroix: "Van mij zeker wel, ja."
Lenski: "Donker en misschien minimalistisch. Zoals jij zei, er staat geen noot te veel op. Het is geen echt minimalisme, maar er is wel een invloed. Ik wilde ook niet te zeer op effecten spelen. Ik heb de indruk dat het vooral een winterplaat is."
Delcroix: "Ja, dat is het! Dat klinkt eigenlijk beter dan donker. Verdomme, dan is dit wel het foute moment om hem uit te brengen natuurlijk (lacht)."

enola: Op de radio zul je deze nummers niet bepaald vaak horen. Maar de plaat zal zich wel een weg banen naar de mensen die ze willen horen, niet?
Lenski: (tegen Nathalie) "Toen ik met jullie echt begon samen te werken, schemerde het bij mij door dat het voor jullie belangrijk is te blijven zoeken, telkens andere dingen te doen opdat het boeiend blijft …"
Delcroix "… voor onszelf vooral …"
Lenski: "Je kunt op den duur iets dood spelen."
Delcroix: "Ik ga liever een reclamespotje inzingen waarin mijn naam niet vernoemd wordt dan dat ik Laïs "zoals de mensen ons kennen" ga blijven uitmelken. Als het van moetens is, zou ik zot worden. Oké, ik kan me voorstellen dat deze plaat niet op de radio gedraaid zal worden, maar ik vind het wel jammer dat deze muziek van de mensen weggehouden wordt zodat velen niet weten dat deze muziek überhaupt bestaat."

enola: In een interview van enkele jaren geleden met DAAU, Simon, zei iemand het volgende: "Liever verdwalen op een bospad omdat er op de snelweg nu eenmaal niet veel te beleven valt." Het zou over deze plaat kunnen gaan.
Delcroix: "Amai, dat is mooi gezegd!" (lacht)
Lenski: "Inderdaad ja. (lacht). Wel, beschrijf deze plaat dan maar als een winters bospad."

enola: Jullie manier van zingen is ook best wel duchtig veranderd ondertussen, Nathalie.
Delcroix: "Soberder ja, minder hard ons best willen doen om ons per se te bewijzen. Onze stemmen zijn sowieso ook wel veranderd. We klinken veel warmer, of inderdaad zelfs donkerder. Zelfs als wij in de hoogte gaan, klinken wij niet meer als vroeger. Maar ja, toen wij begonnen, waren we vijftien en hadden we nog piepstemmetjes (lacht)."

enola: En nu moesten jullie stemmen meer sfeer dan songs inkleuren.
Delcroix: "Ja, voilà. Maar we weten op voorhand nooit wat we willen oproepen, daar denken we nooit over na. Dat gebeurt allemaal spontaan. Wetende wat Simon zijn stijl en instrument is, wisten we sowieso welke richting het zou uitgaan. Je weet welke kleuren hij geeft."

enola: Wat heeft er in jullie studio gecirculeerd tijdens de opnames? Jorunn heeft een plaat van Nico binnengebracht waardoor jullie "All That Is My Own" gecoverd hebben.
Lenski: "Oei, da’s moeilijk …"
Delcroix: "Inderdaad … Nu, een plaat die ik wel heel vaak heb gespeeld, en waaruit ook het openingsnummer "Hymne" komt, is er een van de jaren zeventig, een experimentele plaat die Noises heet. Daar komen mooie zangstemmen in, folk, dan weer auto’s die je hoort racen … Héél interessant. Dat is voor mij een invloed, iets wat we ook zouden kunnen doen. Met Simon gaat dat, nu nog niet, maar daar kunnen we — voor mij persoonlijk — nog mee verder gaan. Ik zou eens graag iets héél experimenteels willen doen, maar of dat echt met Laïs gaat lukken … Dat kunnen wij als groep gewoon niet maken. Bij Laïs zou ik echt niet overdreven willen experimenteren, dat zou niet mooi zijn tegenover onze fans, je moet hen niet plots gaan bruuskeren."

enola: In ieder geval wordt momenteel wel de kloof gedicht tussen de muziek waar jullie naar luisteren en de muziek die jullie maken, Nathalie. Jullie hebben daar meermaals haast jullie beklag over gedaan in interviews de laatste jaren.
Delcroix: "O ja, dat was soms echt extreem, hoor. Op een bepaald moment was dat zelfs lachwekkend: van een optreden thuiskomen en dan iets compléét anders opzetten, maar dan heb ik het over echt experimentele dingen hoor. Dat gaat ook in fasen. Tegenwoordig luister ik dan weer naar mooie, rustige, toffe muziek die een pak harmonieuzer is."

enola: Eindigen doe ik met een héél voorbarige en misschien overbodige vraag: dit smaakt naar veel meer, neem ik aan?
Delcroix: "Dat zeker wel, maar hoe dit gaat evolueren, weten we nog absoluut niet. Gaan we dit Laïs Lenski blijven noemen of niet … Hier kunnen en willen wij nog veel mee uitproberen, ook naar het buitenland en zo … Deze formule biedt zoveel mogelijkheden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − veertien =