MV & EE With The Golden Road :: Gettin’ Gone

Country en noise. Het lijken twee onverzoenbare uitersten, maar als aan twee kanten een beetje water in de wijn gedaan wordt, kan er iets moois ontstaan uit de combinatie. Dat bewijzen MV & EE althans op hun nieuwste, indringende plaat.

In interviews steekt Thurston Moore zijn voorliefde voor Neil Young niet onder stoelen of banken. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de platen van MV & EE op Moores Ecstatic Peace-label verschijnen: wie naar het duo luistert, hoort er zwaar de invloed van Dinosaur Sr in doorschemeren; voorwaar geen slechte zaak gezien de kwaliteit én originaliteit die het duo aan de dag weet te leggen.

Want hoewel de invloed van Neil Young zeer duidelijk is, zou het te gemakkelijk zijn om Gettin’ Gone af te doen als een plaat die de man vergeten te maken is. Dat zou zowel Young als MV & EE oneer aandoen. Daarenboven is die invloed natuurlijk niet algemeen. Zo opent het album op ziedende wijze met “Susquehanna (Sole Art Trample)”. Gitaren knetteren en trappen de opvolger van Green Blues op drastische wijze in gang. Wie naar de kleine lettertjes kijkt, vindt daar een verklaring voor de explosie die het openingsnummer is. Achter het drumstel van begeleidingsband The Golden Road zit immers niemand minder dan J Mascis, en zoals blijkt uit oude Deep Wound-platen, is die man als drummer net zo luidruchtig als wanneer hij bij Dinosaur Jr de gitaar omgordt.

Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Het andere deel is de meer ingetogen kant van het gezelschap, die zich manifesteert in bijvoorbeeld het van een heerlijke slide-gitaar voorziene “The Burden” en die, door de relatieve kaalheid van de nummers, omschreven kan worden als een romantische versie van The Kills.

Om de verwarring op de spits te drijven, brengt MV & EE doorgaans een combinatie van beide vormen. Zulks resulteert onder meer in “Hammer”, een song die begint als een slepende country-blues, maar zich gaandeweg ontpopt tot een weerbarstige noise-uitstap alvorens, bijna acht minuten na de voorzichtige openingsnoten, met een gitaarsolo die de allures van stoner rock in zich draagt, te ontbranden in een bijna onwezenlijke stilte. Dat maakt van Gettin’ Gone een tamelijk schizofreen plaatje, maar wie het album wat tijd geeft, kan bij zichzelf een ontluikende liefde vaststellen voor de ongewone combinatie van ouderwetse indierock en het onder verschrikkelijke connotaties gebukt gaande instituut ‘country’.

Zelfs in een niemendalletje als “Motorin’” werkt die combinatie, op het ritme van een afgeleefde akoestische gitaar, zeer aanstekelijk en wordt de luisteraar overvallen door een vorm van melancholie die doorgaans alleen opgewekt wordt door het zwarte gat dat gaapt bij het vallen van de avond na een mooie dag. Het gevoel van perfectie dat uren overheerste, ontglipt en plaats ruimt voor totale leegte. Die kan alleen maar opgevuld worden door het epische “Country Fried”, dat middels een mooie tempowissel de somberte verdrijft en plaats maakt voor de allesoverheersende cool van stofzuigergitaren die in duel gaan met kampvuurfolk.

Op zich is deze nieuwe MV & EE een tamelijk moeilijk te vatten worp, maar met de nodige inspanning valt een groots album te ontdekken onder wat eerst pure chaos en wispelturigheid lijkt. Concertarena’s zal het duo er niet mee doen vollopen, maar vertoefden we in de VS, we zouden er een serieuze road trip voor over hebben om MV & EE in een keet in Nowhere te gaan bekijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =