Liars :: Liars

Een jaar geleden verbaasde Liars de muziekwereld met het schitterende Drum’s Not Dead. Hoewel de aandachtige luisteraar op de eerste twee albums (They Threw us All In A Trench And Stuck A Monument On Top en They Were Wrong So We Drowned) al echo’s en stappen in de richting van het finale geluid had kunnen opvangen, bleef het eindresultaat een weergaloze verrassing.

De vraag was dan ook waar Liars heen zou gaan nu de groep zijn eindpunt had bereikt. Terugkeren naar de meer reguliere aanpak van het debuut zou zinloos zijn, en de experimentele aanpak van They Were Wrong So We Drowned was al evenmin een optie aangezien Drum’s Not Dead daar de vervolmaking van was. Met Liars geeft Liars zijn antwoord, eentje dat misschien niet iedereen bevallen zal maar daar heeft de groep ongetwijfeld lak aan.

Liars is geen tweede Drum’s Not Dead geworden maar eigenlijk ook weer wel. De esoterische aanpak is immers behouden gebleven en wordt vooral uitgespeeld in de zang terwijl op muzikaal vlak de groep terugkeert naar meer behoudsgezinde structuren en melodieën. "Plaster Casts Of Everything" bijvoorbeeld is een nijdige postpunksong met harde drumslagen en afgebeten gitaren geworden waarboven de vreemde zangstijl van het vorige album uitgesmeerd is.

De aanpak werkt evenwel schitterend, zoals ook "Houseclouds" bewijst. Het nummer roept herinneringen op aan Panda Bear in een rockende bui. Op "Leather Prowler" mag daarna bewezen worden dat het experiment nog niet dood is. Een mix van stemmen, pianoklanken en geruis vormt de ruggengraat van een vreemde song. Het hoogtepunt van het album is echter "Sailing To Byzantium" (naar een gedicht van Yeats). Het nummer koppelt op magistrale wijze dromerige melodieën aan elektronische drums en heliumstemmen tot alleen nog de verwondering bij zoveel schoonheid overblijft.

"What Would They Know" heeft de ondankbare taak het nummer op te volgen en besluit "op veilig" te spelen door te klinken als gelijk welk nummer uit Drum’s Not Dead. Maar Liars wil het verleden niet herhalen en dus mag "Cycle Time" ongenadig psychedelisch rockend uit de hoek komen. Dat de groep nog steeds zweert bij het ijle gezang, maakt het geheel er alleen maar surreëler maar ook boeiender op. Ook "Freak Out" rockt een eindje weg maar het lijkt wel alsof de song binnen een vacuümruimte opgenomen en daarna terug afgespeeld werd, zo anders klinkt het totaalgeluid.

Ook "Pure Unevil" start hol maar ontpopt zich al snel tot Liars’ versie van een smerige garagerocker die al enkele jaren leeft op ongezond hoge dosissen paddestoelen en B-films. Geen wonder dat "Clear Island" daarna teruggrijpt naar vertrouwder terrein en de meest toegankelijke song van het album is, al blijft dat naar Liars-normen uiteraard relatief. Met "The Dumb In The Rain" wordt een tweede maal aan Drum’s Not Dead gerefereerd, in het bijzonder doordat een lichte Bauhaus-invloed niet te ontkennen valt. "Protection" haalt een laatste maal alles uit de kast en laat de marsmanstemmetjes stuklopen op een alles dominerend harmonium. De elektronische drums klinken droger en goedkoper dan ooit tevoren.

Liars heeft niet de impact van Drum’s Not Dead en kan die ook niet hebben, daarvoor zijn de "trucjes" van Liars ondertussen al te zeer gekend. Maar laat dat het oordeel over dit album niet verduisteren, want Liars maakt vooral duidelijk dat Liars nog steeds heel erg eenzaam aan de top staat. Waar andere groepen op safe spelen, vindt deze groep zichzelf steeds opnieuw uit. De elementen en onderdelen zijn al lang gekend maar de uitkomst is elke keer onzeker. Over Liars (de groep én de plaat) is het laatste woord nog lang niet gezegd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =