Neil Young :: Live at Massey Hall 1971

Een equivalent van deze recensie zou de opeenvolging van 3999
hoofdletters ‘A’ zijn met één ‘W’ ervoor en wellicht zou het effect
dat van de tekst die u nu begonnen bent danig overstijgen. Omdat we
het bij enola echter een belediging zouden vinden indien onze
besprekingen ook voor een wolharige neushoorn begrijpbaar zouden
zijn, geven we Neil Young een waardiger behandeling. Hij verdient
het.

Eigenlijk is dit niet eerlijk voor de hardwerkende, hedendaagse
muzikant die in deze periode van het jaar een plaatje uitbrengt,
omdat alles wat u momenteel in de platenrekken vindt, verbleekt bij
dit kartonnen hoesje dat iets bevat wat niet vandaag is gemaakt.
Was deze live-opname, zoals zijn producer David Briggs het had
gewild, in 1971 uitgebracht, net tussen ‘After the Gold Rush’ en
‘Harvest’, ook wel de periode waarin deze Canadese
singer-songwriter op het toppunt van zijn muzikale genialiteit was,
dan was ‘Live at Massey Hall’ een klassieker met de grote k, die
elk jaar hoog zou eindigen in allerhande lijstjes van beste albums
ooit gemaakt. Het wordt afwachten of deze gouden opname 36 jaar na
datum alsnog deze status zal bereiken, maar als je merkt dat dit
schijfje in de internationaal druk bezochte webcommunity Rate Your
Music op een paar weken tijd in de top twintig van bestaande albums
tuimelde, dan weet je dat hier onaardse dingen gebeuren.

Alles zit dan ook perfect, of iets genuanceerder, bijna perfect.
Het was 19 januari 1971, een voor die periode wellicht niet zo’n
uitzonderlijk, akoestisch optreden in zijn geboortestad Toronto. De
setlist, 17 nummers of iets langer dan een uur, was een uitgelezen
overzicht van het betere wat Young eind jaren zestig, begin jaren
zeventig had uitgebracht en kort erop zou releasen. Op het moment
van deze live-opname was nog niet de helft van de songs op plaat
verschenen, onder meer die van andere projecten als Buffalo
Springfield en Crosby, Stills, Nash & Young. De rest van de
setlist zou nog op verschillende albums terechtkomen, met
uitzondering van het mooie ‘Bad Fog of Loneliness’, dat hier zijn
officieel debuut viert.

Omdat de nummers op ‘Live at Massey Hall’ solo en akoestisch zijn,
vinden we een aantal ervan terug in een bescheidener jasje. ‘Down
by the River’ en ‘Cowgirl in the Sand’ missen de tijdloze
omkadering van zijn vaste begeleidingsband The Crazy Horse en
boeten wat aan grandeur in. Dat terugbrengen tot de essentie werkt
wél perfect in de medley ‘A Man Needs a Maid / Heart of Gold
Suite’, meteen ook het hoogtepunt van deze plaat. Zoals vaak richt
Young een paar woorden tot het publiek alvorens in te zetten en
hier vertelt hij hoe dit nummer gebaseerd is op een musical terwijl
zijn piano al aan het nummer begonnen is. Pijnlijk mooi.

Niet alleen is alles loepzuiver gespeeld en gezongen, de
opnamekwaliteit is om meer dan duimen en vingers bij af te likken.
Mindere nummers staan hier echt niet op, al is het tweede bisnummer
‘Dance Dance Dance’ door zijn opgewektheid een vreemde eend in het
gouden water. Bijzonder gecharmeerd zijn we door het slotnummer ‘I
Am a Child’, waarin Young met “I am a child / I last a
while”
zijn onbetwistbaar belang voor latere muzikanten
voorspelt. Wat dit optreden nog straffer had gemaakt, was ‘Cinnamon
Girl’, dat hier jammer genoeg ontbreekt.

Is het een makkelijke manier om zoveel jaren later de kassa aan
verhoogde snelheid te doen rinkelen? Het kan ons weinig schelen,
want deze concertregistratie niét uitbrengen zou pas een schande
zijn. ‘Live at Massey Hall 1971’ is de tweede uitgave in zijn
Archives Performance Series, na ‘Live at the Fillmore East’ uit
2006. Als die serie dit niveau blijft aanhouden, staan ons nog
mooie tijden te wachten. Neen, dit is niet zomaar een toemaatje
voor de fans. Dit is muziekgeschiedenis. Dit is cultureel erfgoed.
Dit is waarom mensen van muziek houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − een =