RTX :: Western Xterminator

Hoewel ze zo goed als geen naambekendheid geniet, fungeerde
Jennifer Herrema toch als één van de spilfiguren van de
undergroundcultuur. Op haar zestiende stichtte ze samen met Neil
Hagerty Royal Trux, een rockact die er niet voor terugdeinsde
inspiratie te zoeken bij punk, blues en jazz. Hun tweede plaat,
‘Twin Infinitives’ (1990) werd door specialisten meteen in de armen
gesloten, maar door het grote publiek als onbeluisterbaar afgedaan.
Het album is vergeten, maar een echo ervan horen we nu op de grote
podia bij acts als The White Stripes.
Dankzij haar wilde podiumcapriolen en opvallende looks werd Herrema
een icoon binnen het alternatieve circuit, maar daar bleef het niet
bij. Onder meer Calvin Klein pikte haar op om samen met een jonge
Kate Moss zijn campagne te leiden. Royal Tux profiteerde midden
jaren negentig van deze zichtbaarheid, alsook van de opmars van
het Nirvana-geweld en kon zo een lucratieve deal met Virgin Records
afsluiten. Hiervoor namen ze een meer op de mainstream gerichte
stijl aan, die Virgin ertoe aanzette het contract vroegtijdig te
ontbinden. Nog enkele platen volgden, die van een grotere
professionaliteit getuigden dan hun vroegere werk maar daardoor ook
een deel van de charme verloren waren. In 2001 besloten beide
partijen dan ook hun eigen weg te gaan. Nadat een drugsverslaving
haar even van deze aardbol wegvoerde, kwam Herrema drie jaar
geleden terug boven water met RTX, waarmee ze ondertussen aan haar
derde langspeler toe is.

De plaat steekt van wal met het titelnummer en lijkt voor een
ingrijpende koeswijziging te staan: over een door tamtams
aangedreven oosterse fluit klinkt Herrema’s raspende stem nog
zwaarder doorrookt dan vroeger. Na enkele minuten wordt een
Santana-riff geïntroduceerd: de keuze lijkt gevallen op etnische
pop. Nadat ze de luisteraar even op het verkeerde pad gezet heeft,
komt de banshee van weleer weer boven. Herrema heeft ondertussen de
middelbare leeftijd bereikt en is niet langer koortsachtig op zoek
naar vernieuwing; in plaats daarvan wil ze een nostalgische
terugblik werpen op de muziek waarmee zij opgegroeid is. De toon
slaat dan ook helemaal om bij ‘Balls To Pass’, glamrock die zo uit
de jaren tachtig overgevlogen lijkt. Herrema maakt duidelijk waar
Courtney Love en Brody Dalle vroeger de mosterd haalden, maar houdt
hierbij te strak vast aan vergane glorie. Deze kwaal tekent vele
tracks op de plaat: luister maar naar de allesbehalve subtiele
gitaarsolo in ‘Dude Love’, het opgezwollen ‘Restoration Sleep’ en
de retro-speedmetal ‘Wo-Wo Din’. In beperkte mate had dergelijk
materiaal nog een nostalgische toets kunnen voorzien, maar de
overdaad geeft een wat zielig effect.

Meer potentieel zit in het snelle, compromisloze ‘Last Ride’ en het
in een chaotische noise afdalende ‘Rat Will Kill’, waarbij de over
de laatste drie minuten uitgesmeerde gitaaraanslagen wel te veel
van het goede bieden. Zeker te checken is ook ‘Knightmare &
Mane’. Hoewel Herrema’s gebrabbel hierop quasi onverstaanbaar is en
opgenomen lijkt nadat ze twee flessen whisky leeggezopen heeft,
bezit dit nummer een aangename vibe waardoor je je zelf langzaamaan
meegesleurd voelt in de roes. Spijtig genoeg is dergelijke
ongetemde waanzin slechts sporadisch op deze plaat te vinden.

Of de wereld echt nog zat te wachten op nieuw werk van Jennifer
Herrema valt sterk te betwijfelen. Deze ‘Western Xterminator’
behaalt op geen enkel moment nog de rauwe uitstraling van de eerste
Royal Tux-platen. Herrema grijpt terug naar de scene waarin zij
opgroeide, maar neemt alle clichés ervan klakkeloos over zonder ze
een moderne update te geven. Haar stage antics zouden we
met graagte nog eens bewonderen, maar op plaat is de iconiciteit
van weleer zoek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + zes =