Hanne Hukkelberg :: Rykestrasse 68

De opvolger van Hanne Hukkelbergs in 2005 in selecte kringen bejubelde debuut Little Things ligt al van eind september bij iedere zichzelf respecterende Scandinavische platenboer in het uitstalraam te blinken. Meer zelfs: in Noorwegen kaapte Rykestrasse 68 reeds de spellemansprise (de Noorse Grammy, zeg maar) voor beste plaat van 2006 weg. Een mens zou voor minder (vuur)torenhoge verwachtingen gaan creëren.

Die verwachtingen worden deels ingelost. De emotionele impact van het debuut wordt niet geëvenaard — het verrassingseffect speelt dan ook niet meer mee — maar het mag duidelijk zijn dat de Noorse muzikante de laatste twee jaren flink is gegroeid als songschrijfster. Dat uit zich bijvoorbeeld in een nummer als "The Pirate", een ontroerend vertelseltje over een moegestreden piraat die besluit een einde aan zijn leven te maken: "Infinity, eternity, God’s haven / A dive into water / The rocks pull his body down / But bring his soul even higher".

Voor Rykestrasse 68, genoemd naar de straat in Berlijn waar ze een tijdlang een stulpje heeft bezet, kreeg Hukkelberg opnieuw de hulp van enkele leden van het gerenommeerde Jaga Jazzist (waar ze ooit zelf nog deel van uitmaakte) en Shining, stuk voor stuk getalenteerde jazzmuzikanten die zich evenwel helemaal in dienst stellen van de meesteres. Want dit is allesbehalve een jazzplaat: de aparte percussie en het inventieve gebruik van alledaagse benodigdheden zoals een fiets, voetbal, typmachine of bestek en wijnglazen als ’instrument’ doen het geheel klinken als een mengelmoes van Björk, Tom Waits en Het Leven Zelve.

Hukkelberg is op haar best als ze resoluut voor de vrolijke popdeun gaat. Eerste single "A Cheater’s Armoury" — inclusief funky vingerknippers en catchy refrein — is zo’n onweerstaanbare lap noorderlijke popmuziek dat we ons amper kunnen bedwingen om stante pede dagenlang aan de radio gekluisterd te gaan hangen in een Noors hutje. Ook "Ticking Bomb", dat de laatste hersenspinsels van een zelfmoordterrorist verwoordt voor hij zichzelf aan gruzelementen blaast ("Done is done / Perhaps I need another bomb"), zet aan tot danspasjes, niet het minst dankzij een ferme beat à la Brooks’ "Red Tape", die het onherroepelijke tikken van de bom moet voorstellen.

Het onmiskenbare hoogtepunt van de plaat is de Pixies-cover "Break My Body". "I’m a horny loser", laat Hanne weten. Wanneer het meerstemmige refrein uitbarst, denken wij daar toch wel even anders over, althans wat betreft het losergedeelte. Edoch, op Rykestrasse 68 staat niet enkel makkelijk in het oor liggende noorderpop: in "Fourteen" toont Hukkelberg zich van haar meest experimentele kant en lijkt het alsof de dames van CocoRosie het even overgenomen hebben. "Obelix" en afsluiter "Pynt" houden het rustiger en traditioneler, maar laten geen onuitwisbare indruk na. Het zijn de enige mindere momenten op een voor de rest vrij consistente plaat.

Rykestrasse 68 is uitstekend. Het mag dan wel niet het meesterwerk zijn dat Hanne Hukkelberg zeker in zich heeft, het toont wel aan dat het puike Little Things geen toevalstreffer was. Dat doet ons dan weer meteen uitkijken naar Hannes volgende release, die het hopelijk zónder mindere momenten moet stellen. Zo snel mogelijk, graag.

Hanne Hukkelberg stelt haar nieuwe plaat voor op 2 mei in de Cactus Club in Brugge en op 3 mei in de ABClub in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − zeven =