Gebeiteld – Beeldhouwer Roger Bracke :: Stadsmuseum Lokeren

Met Gebeiteld presenteert het Stadsmuseum van Lokeren een tentoonstelling die veel meer is dan een eerbetoon aan een plaatselijke kunstenaar. Ze vormt tegelijk een herwaardering van een oeuvre dat decennialang zichtbaar aanwezig bleef in het stedelijke landschap, maar opmerkelijk afwezig was in het bredere discours over de Belgische naoorlogse beeldhouwkunst. Roger Bracke (1913-1993) behoort immers tot die generatie kunstenaars wier werk zich in een moeilijk te definiëren tussengebied bevindt: te modernistisch om nog als traditionele figuratie te worden beschouwd, maar tegelijk te weinig spectaculair of avant-gardistisch om een prominente plaats in de canon op te eisen.

Foto Stadsmuseum Lokeren

Precies daarin schuilt de betekenis van deze tentoonstelling. Gebeiteld toont Bracke niet als miskend genie, maar als een kunstenaar die gedurende meer dan een halve eeuw een coherente sculpturale taal ontwikkelde, geworteld in vakmanschap, materiaalkennis en een diep begrip van de publieke ruimte.

Bracke groeide op in een meubelmakersfamilie en kreeg zijn eerste opleiding in Lokeren alvorens aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent terecht te komen. Daar werd hij gevormd door Domien Ingels en vooral door Geo Verbanck, wiens atelier hij van nabij leerde kennen. Die klassieke scholing bleef zijn werk levenslang kenmerken. Anders dan vele generatiegenoten brak hij nooit radicaal met de traditie. Zijn sculpturen getuigen van een blijvende overtuiging dat moderniteit niet noodzakelijk uit confrontatie hoeft voort te komen, maar ook uit verfijning en geleidelijke transformatie.

Dat blijkt al uit de vroege werken. De invloed van Verbanck en de late art-decostijl is duidelijk aanwezig in zijn werk. Bracke nam deze strakke, gestileerde vormentaal over. Zijn eerste zelfstandige reliëfs tonen die typische art-deco-invloeden: elegante, geometrische lijnen en een harmonieuze vlakverdeling. In de decennia daarna – vanaf de jaren 40 – maakte Bracke, naast zijn job als leraar aan het Atheneum, diverse reliëfs in opdracht. Deze werken bevinden zich dikwijls op de grens van de toegepaste kunst.

Maar vanaf het einde van de jaren veertig begint Bracke zich los te maken van die strakke geometrie. De sculptuur Dromend (1947-1948) is een sleutelwerk in zijn oeuvre en markeert een belangrijk kantelpunt in zijn artistieke carrière. Het beeld stelt een zittend meisje voor. De pose en de uitstraling van het figuur verbeelden totale sereniteit, introspectie en dromerigheid.

Dromend is kunsthistorisch erg interessant omdat Bracke hiermee brak met de formele stijl van zijn leermeester Geo Verbanck en met dit zittende meisje een realistischere en zachtere vormgeving introduceerde. Hoewel het beeld realistischer oogt dan zijn latere monumenten, legde Bracke met Dromend de basis voor zijn latere evolutie. Kort na dit beeld verdwenen de realistische accenten uit zijn werk en begon hij zijn figuren steeds verder te stileren tot ze bijna de grens van de abstractie raakten.

Vanaf 1947 trad Bracke naar buiten op solotentoonstellingen. Omdat het een vroege studiocreatie betreft, bevindt het zich – in tegenstelling tot zijn grote monumenten op straat – voornamelijk in Oost-Vlaamse kunstcollecties. Het Lokerse Stadsmuseum bezit een aantal van deze cruciale atelierstukken, waaronder ook Eva, dat thematisch en stilistisch heel nauw aansluit bij Dromend. Beide kunstwerken zijn te zien in deze grote overzichtstentoonstelling. De sculpturen Dromend en Eva verraden een groeiende aandacht voor vereenvoudiging en volumewerking. De menselijke figuur blijft herkenbaar, maar wordt geleidelijk herleid tot haar essentiële vormen.

De jaren zestig en zeventig vormen onmiskenbaar het hoogtepunt van zijn artistieke ontwikkeling. In die periode ontstaat een subtiele synthese tussen figuratie en abstractie. Bracke radicaliseert de vorm niet, maar zoekt naar een evenwicht tussen vereenvoudiging en leesbaarheid. Die houding plaatst hem in een bredere Europese traditie. Zijn sculpturen vertonen verwantschappen met Henry Moore, zonder diens monumentale heroïek over te nemen. Net als Moore beschouwt Bracke ruimte niet als achtergrond, maar als een actief onderdeel van de sculptuur. Massa en leegte, volume en contour worden voortdurend tegen elkaar uitgespeeld.

Ook de vergelijking met Marino Marini dringt zich op. Beiden vertrekken vanuit de menselijke figuur, maar waar Marini vaak existentiële spanning en dramatische vervorming opzoekt, kiest Bracke consequent voor rust. Zijn beelden bezitten een opvallende sereniteit. Ze schreeuwen niet, maar lijken zich langzaam in hun omgeving te nestelen.

Dat wordt bijzonder duidelijk in Meisje aan de waterkant, wellicht zijn meest geliefde werk. De jonge figuur is ontdaan van alle anekdotische details. Wat overblijft is een verstilde aanwezigheid, opgebouwd uit afgeronde volumes en zachte overgangen. Het beeld functioneert niet als portret, maar als een concentratie van rust. De figuur lijkt niet zozeer iets uit te beelden als wel eenvoudig aanwezig te zijn. In die reductie schuilt haar poëtische kracht.

Terwijl het robuust gegoten kunstwerk liefelijk aan de Durme-oevers in het Prinses Josephine Charlottepark te bewonderen is, op slechts enkele minuten wandelen van het Stadsmuseum, toont de tentoonstelling Gebeiteld juist het intieme ontstaansproces dat eraan voorafging. Omdat de tentoonstelling een reconstructie van zijn authentieke beeldhouwersatelier bevat, staat hier de gipsen mal of het originele gipsmodel centraal. Gips was voor Roger Bracke hét basismateriaal waarin hij de definitieve vorm zocht en verfijnde voordat het beeld in brons werd gegoten of in steen werd uitgehakt.

Daarnaast zijn er in het museum kleinere, tastbare ontwerpstudies en schetsen in klei of brons van ditzelfde figuur te zien, waardoor de bezoeker de evolutie van ruw idee naar het monumentale buitenbeeld van dichtbij kan bestuderen.

Een ander hoogtepunt vormt het monument Vrijheid en Vrede (in de volksmond vaak het Vredesmonument genoemd). Het is een van Brackes bekendste openbare kunstwerken dat zich op het grasveldje aan het Stationsplein, vlak voor het treinstation in Lokeren, bevindt. Bracke maakte het beeld in 1984 ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van de bevrijding na de Tweede Wereldoorlog. De beeldengroep is gehouwen uit blauwe hardsteen (arduin) en bestaat uit vier tijdloze figuren: twee mannen en twee vrouwen. De figuren vertegenwoordigen vier opeenvolgende generaties. Samen brengen zij een ingetogen hulde aan de slachtoffers van zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. Hun houding en gezichtsuitdrukkingen stralen sereniteit uit en symboliseren de hoop op een vrije en vredevolle toekomst.

In tegenstelling tot veel naoorlogse herdenkingsmonumenten ontbreekt hier elk spoor van triomfalisme. Waar Ossip Zadkine in zijn beroemde De Verwoeste Stad de traumatische ervaring van de oorlog zichtbaar maakt via expressieve fragmentatie, kiest Bracke voor een tegenovergestelde strategie. Zijn monument zoekt geen dramatiek, maar verstilling. De herinnering wordt niet uitgeschreeuwd, maar opgenomen in een gesloten, evenwichtige vorm die uitnodigt tot contemplatie.

Gebeiteld toont terecht niet alleen de afgewerkte werken, maar ook bozzetti, gipsmodellen, foto’s en voorbereidende studies. Juist daarin ligt haar grootste verdienste. Want plots verschijnt Bracke opnieuw als maker in plaats van als leverancier van vertrouwde stadsiconen. De maquettes maken zichtbaar hoe zijn sculpturen ontstaan uit een proces van voortdurende correctie. Een arm die enkele graden verschuift, een tors die compacter wordt, een basis die meer gewicht moet dragen: sculptuur verschijnt hier als een trage onderhandeling tussen vorm en materiaal.

Die aandacht voor het ambacht vormt misschien wel de kern van Brackes kunstenaarschap. Hij beheerste alle klassieke technieken. Hij boetseerde in klei en was, kapte rechtstreeks in steen en hout, werkte met marmer en arduin, experimenteerde met assemblages en liet bronzen beelden gieten bij de gerenommeerde gieterijen Vindevogel en Norga. Elk materiaal kreeg een eigen betekenis.

In Gebeiteld komt de bezoeker ook te weten dat Bracke tevens een begenadigd medailleur was. Een medaille is in feite een bas-reliëf in het klein. Zijn vaardigheid om op een heel klein oppervlak een krachtig, plastisch verhaal te vertellen (vaak portretten of allegorische figuren), paste hij toe op zowel bronzen penningen als grotere gedenkplaten.

Ook zijn houten sculpturen bezitten vaak een opvallende tactiliteit. Sommige zijn glad gepolijst en herinneren aan de organische vormen van Moore, andere laten bewust de sporen van de beitel zichtbaar. In steen ontstaat een grotere monumentaliteit. Vooral de ruw gepunte arduinen beelden tonen hoe Bracke het oppervlak niet als decoratie beschouwde, maar als een essentieel onderdeel van de sculpturale ervaring. De witte puntsporen die in het donkere gesteente verschijnen, geven de vorm een vibrerende huid.

Foto Stadsmuseum Lokeren

Bij zijn latere bronzen figuren, vaak rechtstreeks gemodelleerd in was, duiken onverwacht associaties op met Alberto Giacometti. Niet vanwege dezelfde existentiële geladenheid, maar door hun langgerekte gestalte en hun nadruk op de fragiele aanwezigheid van het menselijk lichaam.

Toch ligt precies daar ook de ambiguïteit van zijn oeuvre. Bracke zocht zelden de confrontatie op. Zijn beelden streven naar harmonie. Dat maakt hun kracht uit, maar vormt tegelijk hun beperking. In vergelijking met de grote vernieuwers van de twintigste eeuw ontbreekt soms de spanning die sculptuur tot een ontregelende ervaring kan maken. Zijn werken verstoren de ruimte niet, maar organiseren haar. Ze worden daardoor gemakkelijk opgenomen in het dagelijkse leven en riskeren om op lange termijn bijna onzichtbaar te worden. En toch schuilt precies daarin hun hedendaagse relevantie.

In een tijd waarin publieke kunst vaak wordt opgevat als iconisch spektakel of Instagrammable landmark, herinnert Bracke’s werk aan een andere opvatting van monumentale sculptuur. Zijn beelden eisen de aandacht niet op. Ze nestelen zich in hun omgeving en bouwen een langdurige relatie op met plaats en gemeenschap. Ze functioneren niet als evenementen, maar als ankerpunten.

Gebeiteld maakt duidelijk dat de geschiedenis van de naoorlogse beeldhouwkunst niet uitsluitend geschreven wordt door de avant-garde. Ze bestaat evenzeer uit kunstenaars die de modernistische erfenis vertaalden naar een menselijke schaal en naar de publieke ruimte. Roger Bracke behoort tot die traditie.

Hij was geen revolutionair en wellicht wilde hij dat ook nooit zijn. Maar precies in die terughoudendheid schuilt zijn singulariteit. Zijn sculpturen willen niet imponeren. Ze willen blijven. En dat doen ze, meer dan dertig jaar na zijn dood, nog altijd.

Gebeiteld loopt nog tot 3 januari 2027

De tentoonstelling is te zien in het Stadsmuseum Lokeren, Markt 15a, 9160 Lokeren. Open van woensdag tot zaterdag van 14 tot 17 uur en zondag van 10 tot 12 uur en van 14 tot 17 uur (gesloten op Kerstdag en Nieuwjaar). De toegang is gratis. Meer info via de website van het Stadsmuseum.

recent

Primetime

Lance Oppenheim is in wezen een documentairemaker die met...

Wu Lyf

Als een vage herinnering stond Wu Ly donderdagavond in...

Triggerfinger :: ”Van mij moet er niet op elke Triggerfingersong een gitaar staan”

Er is veel gebeurd, in Triggerfingerland, en dus duurde...

verwant

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in