Hüsker Dü :: Zen Arcade (1984)

Hüsker Dü begon als een degelijke hardcore band en eindigde nog geen tien jaar later als een van de meest gerespecteerde gitaarbands van zijn generatie, met het belang van een R.E.M. of Sonic Youth. Zen Arcade was het verpletterende overgangsmoment, toen de mogelijkheden openlagen en the limit niet te bekennen was.

Op basis van het furieuze debuut Land Speed Record (1981) en het erop volgende Everything Falls Apart (1982) zou geen mens grote daden verwachten van dit trio uit Minneapolis, maar wat ze iets later presteerden op amper een jaar tijd — drie albums die nu nog beschouwd worden als essentiële schakels in de ontwikkeling van de Amerikaanse gitaarrock — getuigt nu nog van een ongeziene creatieve explosie. Aan het begin van de jaren tachtig maakte de band deel uit van de SST-stal van Greg Ginn (Black Flag), een label dat vooral furore maakte met hardcore punk. Hüsker Dü zou als een van de eerste bands die ketens afwerpen en de overstap naar gitaarrock maken zonder aan gedrevenheid in te boeten. Met Zen Arcade lijken ze krek in het midden tussen de twee richtingen te zitten: het resultaat is een verscheurd en verscheurend album dat de grenzen zo sterk verlegde dat het nu nog gehanteerd wordt als maatstaf.

De band had niet één, maar twee geweldige songschrijvers in huis: zanger/gitarist Bob Mould zorgde voor schuimbekkende passie en woeste verontwaardiging, drummer/zanger Grant Hart had een verfijnder popgevoel en bracht ingetogen melancholie in de band (iets dat hij op de Metal Circus e.p. al had gedaan met "Diane"). Mould zou altijd de dominante stem binnen de band blijven, maar de spanning tussen de twee is hoor- en voelbaar op het razende Zen Arcade, dat meteen ook het eerste dubbelalbum was dat het label uitbracht. Het is een emotioneel bezeten werkstuk, maar onder al de frustratie, pijn en verzengende gitaarpartijen zitten er invloeden uit pure sixtiespop en psychedelica. Het album is ook de eerste punkopera, omdat het, net als Quadrophenia van The Who, een complete belevingswereld van een niet bij naam genoemde protagonist weergeeft.

Die rode draad is niet altijd even duidelijk, maar Zen Arcade kan gezien worden als een conceptplaat over het klassieke coming of age-thema, waar de nodige problemen en thema’s (huiselijk geweld, ontgoocheling, verlies, wanhoop, onzekerheid, etc.) mee gemoeid zijn. Het album schuift daardoor niet enkel een veelheid aan emoties en impulsen naar voren, maar is ook een bloedrauwe schreeuw om erkenning, dat door z’n herkenbaarheid een extra dimensie meekrijgt. De teksten zijn doordrenkt van grauwe, onmenselijke toekomstvisies ("Beyond The Threshold," "Newest Industry"), staan stil bij maatschappelijke problemen ("Turn On The News") en individuele struikelblokken, maar kunnen ook gezien worden als een collage van dagboekfragmenten: zo menen velen herhaaldelijke verwijzingen naar de homoseksuele spanningen tussen Mould en Hart te zien.

Het album werkt het best in de vinylversie, omdat elke vinylkant een eigen, stilistische eenheid lijkt te vormen. Zo laat de eerste albumkant meteen horen hoe de band in de breedte was gegaan, met de gruizig rockende levenslessen van "Something I Learned Today" en "Broken Home, Broken Heart", Harts bitter akoestische "Never Talking To You Again" en het percussiestuk "Hare Krsna". Daarna wordt er vrij spel gegeven aan Mould, die uitpakt met een paar onvoorstelbaar opgefokte brokken emotie ("Pride", "I’ll never Forget You", "The Biggest Lie"), terwijl Hart terugslaat met minder aggressieve, maar even doorvoelde melancholische rock als "Standing By The Sea". Er wordt nu en dan ook gas teruggenomen, met enkele door distortion vervormde popsongs ("Somewhere", "Whatever") en Harts persoonlijke hoogtepunt "Pink Turns to Blue", al sluit het album af met de anthemische hardrock van "Turn On The News" en de psychedelische, instrumentale veldslag van "Reoccuring Dreams", een feedbackfestijn van 14 minuten.

Zen Arcade bestaat voor bijna twintig minuten uit korte instrumentale vulling en ziedend gitarengegier, maar het doet, net zoals dat het geval was bij de dubbele witte van The Beatles, niets af aan de schizofrene genialiteit van het album. Elke song, elke schreeuw, elke gewelddadige gitaaruithaal en elke etterende wonde staat ten dienste van het geheel, en het is net die schijnbare incoherentie die de plaat maakt tot wat ze is. De dag van vandaag lijkt het overstuurde gitaarkabaal van Mould buitenaards, maar het is een geluid dat talloze bands beïnvloedde, van Nirvana (die hen op Nevermind eer bewezen met "Territorial Pissings"), en Pearl Jam (die niet veel moeite deden om te verhullen dat hun "Spin The Black Circle" gebaseerd was "Beyond The Threshold"), tot zowat elke gitaarband die werd opgericht in de tweede helft van de jaren tachtig, met de intentie de frustratie en kwaadheid van punk te koppelen aan popmelodieën en -structuren.

Het album was slechts de eerste piek: New Day Rising en Flip Your Wig (beide 1985, en steeds een stapje verder verwijderd van de hardcorewortels), werden jubelend ontvangen, en Hüsker Dü werd een van de eerste indie bands die naar een major overstapte. Candy Apple Grey (1986) en (vooral) Warehouse: Songs And Stories (1987) waren straffe albums, maar drugsproblemen, persoonlijke spanningen, teleurstellende verkoopcijfers en de plotse zelfmoord van hun manager leidde eind 1987 tot een vroegtijdig einde. Norton zei de muziek vaarwel en opende een restaurant, terwijl Mould en Hart begonnen aan respectabele tweede levens. Geen van de twee zouden ze echter nog eens de brutale passie en unieke magie van Zen Arcade herhalen, een plaat van een kaliber dat levens kan veranderen, andere bands doet onstaan, en na tweeëntwintig jaar nog niets van z’n vuile glans verloren heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − veertien =