John Cale :: Music For A New Society (1982)

"John Cale heeft succes nooit vermeden, hij probeert het gewoon met beide handen te wurgen", schreef een journalist van NME ooit. Minstens een even groot muzikaal genie als voormalig spitsbroeder Lou Reed, was Cale immers veel te veel een muzikale kameleon om het zijn fans gemakkelijk te maken. Na alle drugsgerelateerde gekte van de jaren zeventig kwam de Welshman begin jaren tachtig op de proppen met een ijzingwekkend meesterwerk dat nog maar eens bewees dat hij zoveel meer dan een rocker was.

Eigenlijk is zijn passage bij The Velvet Underground maar een kleine voetnoot in de muzikale carrière van Cale. Nog voor hij Reed ontmoette, was de klassiek geschoolde muzikant al een leerling van hedendaagse componisten als John Cage. Toen hij in de vroege jaren zestig naar New York verkaste, werd hij eerst en vooral lid van het Dream Syndicate van avant-gardecomponist La Monte Young. Later pas maakte hij kennis met Reed en zouden ze onder de vleugels van Andy Warhol samen de grootste cultgroep aller tijden oprichtten.

Na de relatief korte periode dat de experimentalist er in slaagde samen te werken met een klassieke songschrijver als Reed (en omgekeerd), begon een heftig maar productief decennium voor Cale: van de orkestrale pop van Paris 1919 naar de waanzin en chaos van Fear die resulteerde in het lawaaierige live-album Sabotage/Live. Punk was aan Cale immers niet voorbijgegaan, hij stond zelfs mee aan de wieg met productiewerk voor The Stooges en Patti Smith op zijn palmares.

Punk of niet, drugs of niet, zijn klassieke roots kon en wilde hij niet verbergen. "Ik zal het blijven zeggen", stelde hij ooit, "dat ik een klassiek componist ben die zijn persoonlijkheid verfrommelt door zich met rock ’n roll bezig te houden." En dus was het in de jaren tachtig tijd voor een nieuwe richting: Cale ontsloeg zijn (zoveelste) begeleidingsgroep en ging solo de hort op.

Het idee van Zé-platenbaas Michael Zilkha was om een goedkope plaat op te nemen: gewoon Cale en een piano en zien wat daar uit kwam. Cale besloot het opnameproces op dezelfde manier te benaderen zoals hij als producer Nico’s The Marble Index had aangevat: snel de song opnemen en daar dan los een arrangement rond opbouwen. "Het is een echte arrangeurplaat," stelt hij, "er zijn wel melodieën, maar vaak lijkt het meer op de BBC Radiophonic Workshop."

Net als Nico’s meesterwerk werd Music For A New Society een verkillende plaat, die geen sprankeltje warmte uitstraalt. De plaat klinkt als de soundtrack van een documentaire over de leegheid van de Antarctische ijsvlaktes, gecomponeerd door een man die geen verwachtingen meer koestert, maar hoogstens op een niet al te gruwelijk einde hoopt.

"Roll up the history books, burn the chair/Set fire to anything, set fire to the air": opener "Taking Your Life In Your Hands" begint ondanks zijn onderwerp — een moeder wordt van haar kinderen gescheiden — nog als een warme pianoballad, wanneer de laatste vervormde ijzige gitaarklanken wegsterven zijn we klaar voor wat gaat volgen: de paranoia van "Thoughtess Kind", dat wanhopig de handen wrijft in de hoop op wat warmte, maar enkel een vage waanzin vindt in de leegte rondom. Het hol gesnik en de willekeurige geluiden die het arrangement uitmaken, maken duidelijk dat de bodem van de put nog niet bereikt is. Het is de blauwdruk van wat Scott Walker later met meer vocale bravoure zou toepassen op Tilt (1995) en The Drift (2006): slechts af en toe een hint van een song, meestal een hoop willekeurig omgevingsgeluiden die de stem begeleiden.

"’Gekweld’ is een goed woord om de songs op dat album te omschrijven", merkte Cale later op. "Sanities" is dan ook beangstigend. Had Cale zich op albums als Sabotage verloren in razernij, dan was de koude douche beginnen werken. Ver weg in het gekkenhuis zijn rare geluiden te horen, en Cale houdt in zijn dwangbuis een monoloog die nergens heen gaat. Begeleid door een monotoon orgel heft de waanzinnige dan maar een droeve klacht aan: "If You Were Still Around". Met "I Keep A Close Watch" gloort dan toch wat zonlicht en warmt de oppervlakte een beetje op.

Geen beterschap op kant B: op Music… schetst Cale vooral enkele verschrikkelijk kapotte levens. "Lend me your fires, ’cause I’m broken winged/Could be anything, anything" jammert hij in "Broken Wing", het diplomatieke drama "The Chinese Envoy" is een tragische liefdeshistorie, en dan moet "Damn Life" nog komen. Het leven vervloeken over een eenzame piano die "Ode An Die Freude" probeert aan te blazen en vervolgens aan stukken hakt, enkel Cale kan het.

Ergens op die tweede helft figureert "Changes Made". "De enige song waarop een band aan het spelen is en het hoort dan ook niet op het album", aldus Cale. "Maar het moest van de platenfirma". Eigenlijk dwaalt hij: ook "Changes Made" is uit hetzelfde radeloze, ijzige hout gesneden. Het is een rocksong, ja, maar dan een die van een verre heuveltop komt aangewaaid. Voornemens in de wind, want afsluiter "Risé, Sam And Rimsky Korsakov" biedt hoegenaamd geen beterschap.

Music For A New Society is het geluid van isolement: leegte vertaald in veel ruimte tussen de noten, een wit dat houvast doet verliezen. "Met zoveel negativiteit was een positieve titel nodig", geeft Cale toe: "Het wàs een duistere plaat, maar ik maakte hem niet om mensen hun raam te doen uitspringen. Dat zouden ze toch niet gedaan hebben, want de plaat flopte ondanks goeie kritieken."

Cale ging verder, liet de drugs voor wat ze waren, dolde wat met de nieuwe Midi-technologie op opvolger Artificial Intelligence (1985) en vatte de jaren negentig aan met een nieuwe liveplaat: solo op piano, zoals hij dat de volgende tien jaar tot in den treure zou doen. Het zou tot 1997 duren vooraleer hij zich met Walking On Locusts nog eens aan een popalbum zou wagen. Steeds vooruit, zichzelf nooit herhalend. Tot vandaag blijft Cale boeiend, maar Music For A New Society torent als een ijspaleis boven zijn discografie uit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + 14 =