Gorki :: Hij leeft (1993)

Met het titelloze debuut en prettige rocknummers als "Anja" en "Lieve kleine piranha" mocht Gorky zich dan wel meteen van een plaats in het Vlaamse rockwalhalla hebben verzekerd, toch wilde Luc De Vos andere muzikale richtingen uit. Wouter De Schutter en Geert Bonne volgden niet: het trio werd een vijftal, de y werd een i, maar Vos bleef Vos, en die sloeg terug met een meesterwerk.

Ze waren "maar" derde geworden op de Rockrally van 1990, na Noordkaap en een vergeten tweede. Met Gorky bewezen ze zich een jaar later echter de morele winnaars. Mia" — niet eens een single — werd een instant klassieker. "Fucking hell!" riep Frank Vander Linden uit, en hij ging meteen ook de Nederlandstalige toer op. "

Het rommelde echter snel in het Gorky-kamp. De Vos voelde de beperkingen van de trioformule, wilde breder gaan, en botste met De Schutter en Bonne. De twee vertrokken, en de zanger-gitarist verzamelde een nieuwe band rond zich. Met half afgewerkte, nieuwe nummers trok de groep onder leiding van producer Sylvain Van Holme (van The Wallace Collection) richting Senegal. In de Xippi-studio’s van Youssou ’n Dour werden de nummers opgenomen die Hij leeft zouden gaan vormen.

"Ze moeten allemaal iets heavy hebben", had De Vos verklaard als criterium voor de nieuwe bandleden, en met onder andere een ex-Paranoiacsbassist was dat zeker het geval. En toch… "Ik ben onder de indruk van de pletwals die Gorki is", verklaarde Van Holme, "maar al dat geweld mag niet op plaat terecht komen. We gaan een evenwichtig geheel maken." En zo geschiedde.

Hij leeft was nadrukkelijk géén Gorky, deel II. Als het rockte, was het harder, maar veel vaker werd voor de zachte — bijna kleinkunstachtige — aanpak gekozen. Van Holme schuimde ook de bars van Dakkar af, op zoek naar bruikbare muzikanten, en bezorgde zo heel wat songs een Afrikaans tintje. Het gaf de plaat een rijke textuur die minstens de helft van haar kracht uitmaakte.

Het mooiste gebeurde dat in de titelsong: een dronkenmansvisioen over een ontmoeting met God of het Monster van Loch Ness. Er is echter ook de Afrikaanse percussie in "In het grote dierenboek", en al in opener "In onze lage landen" weerklinkt een kora. Daaruit blijkt meteen ook hoe het verblijf in Senegal De Vos’ kijk op de wereld heeft veranderd: "Afrika drukt je met je neus op de feiten, hoe stinkend rijk wij zijn. Zelfs ik voelde me er een verwende Westerse rotzak."

De zanger fantaseerde in die opener over een linkse vakbondsmilitant, die naast zijn meningen over de wereld ook genoeg eigen stil verdriet te verwerken heeft. "We zijn hier op de wereld om te zorgen voor elkaar/en elkander te verdragen doorheen ons stom verdriet", gaat het aan het begin van een plaat die twijfelt tussen mededogen, woede en zelfmedelijden. Eén constante: Vos-de-tekstschrijver is uitstekend op dreef.

Hij leeft bevat geen teksten die met een Kamagurkastem voorgelezen kunnen worden, wel een zeldzaam geëngageerde uitval naar (toen nog) het Vlaams Blok ("Anders en beter"), en zuivere poëzie zoals het ingetogen "Samen in dat donkere huis", een overspelverhaal: hij weet wat ze daar uitsteekt, en voelt alleen maar onmacht en schuld. Pakkend, net als "Beste Bill", waarin Vos nog maar eens de onmacht over het leven uitzingt: "Begrijp jij die mensen die op feesten/de overwinning vieren van het leven op de dood/en de kansen grijpen waar ze liggen?". Zoveel jaren later staat het eenzame jongetje van "Hij is alleen" nog altijd maar bedremmeld op het gewoel te kijken.

Hij leeft bevestigde De Vos’ status als topper onder de nieuwe generatie Nederlandstalige rockers. Het zelfvertrouwen groeit en meer en meer begint ’s mans onzekerheid een act te worden. In 1996 verschijnt Monstertje, een wisselvallige nieuwe collectie songs die een pijnlijk gebrek aan zelfkritiek blootlegt: elk half idee lijkt op plaat te zijn beland. Het wordt er niet veel beter meer op. Nog éénmaal keert de grootsheid van Hij leeft een halve plaat lang terug wanneer Attie Bauw productioneel de teugels in handen neemt op Ik ben aanwezig uit 1998. Maar daarna gaat het licht uit.

"Ik wil elke twee jaar een plaat uitbrengen", zegt De Vos tegenwoordig in interviews, waarin hij en passant ook uitlegt hoe hij liefst zonder al te veel foefjes opneemt. "Zoals we live spelen". Het resultaat is er naar: Vooruitgang, Plan B, Homo Erectus… zijn onderling inwisselbare platen met toevallig een tiental nieuwe Gorki-nummers.

Het doet wat denken aan Therapy?, die andere rockgroep die even de perfectie bereikte en toen koos voor een verder bestaan als doorsnee rockband. Net als Andy Cairns wil Luc De Vos in het diepste van zijn ziel helaas enkel domweg rocken. Het podiumbeest heeft het overgenomen van de dichter, en dat is verdomd jammer. Hij leeft is een testament van hoe hij zoveel beter kan als hij maar wil.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =